Een fabriek bouwen in Rotterdam vergt volgens het bedrijf aanzienlijk lagere kosten dan in de andere onderzochte optie, Porvoo, de Finse stad ten oosten van Helsinki. Neste wil 1,5 miljard euro steken in de nieuwe fabriek. In Porvoo zou de investering een half miljard euro hoger uitvallen.

Dat Neste met zijn biobrandstofplannen een oogje heeft op Rotterdam, waar het net als in Porvoo al faciliteiten heeft, zong al een tijdje rond. Zo stelde een Finse zakenkrant eerder deze maand al dat de keuze op Rotterdam was gevallen.

Niet definitief

Toch is met de nu uitgebrachte verklaring van Neste de kogel nog steeds niet definitief door de kerk. Het bedrijf stelt dat het Rotterdam heeft uitgekozen als locatie voor zijn ‘mogelijke’ nieuwe biobrandstoffenraffinaderij. De fabriek ‘van wereldschaal’ zou vergelijkbaar moeten worden met de Neste-raffinaderij in Singapore, die ook rond de 1,5 miljard kostte. Het bedrijf zegt te hopen dat de directie eind dit jaar of anders begin 2022 de ‘definitieve investeringsbeslissing’ voor de nieuwe Europese raffinaderij kan nemen.

De nu door Neste uitgebrachte verklaring lijkt een beetje een verontschuldiging in de richting van de landgenoten in Porvoo. Het bedrijf prijst de gesprekken die met de autoriteiten in de twee kandidaatsteden zijn gevoerd, looft de ‘vele voordelen’ van beide locaties en belooft hoe dan ook eveneens flink in Porvoo te blijven investeren.

Tegelijkertijd noemt Neste Porvoo een ‘complexere’ locatie met een ‘hoger uitvoeringsrisico’ en een langere bouwduur, terwijl Rotterdam volgens het bedrijf ‘profiteert van de nabijheid van nieuwe markten’, bijvoorbeeld die voor hernieuwbare vliegtuigbrandstof. Ook de grondstofbronnen zijn in Rotterdam dichterbij dan in Porvoo, aldus Neste.

Jaarcijfers

Eerder deze maand bracht Neste de jaarcijfers naar buiten. Het bedrijf zag vorig jaar de omzet met maar liefst 26% dalen tot 11,75 miljard euro. In 2019 was dit nog 15,84 miljard euro. De nettowinst kwam in 2020 uit op 714 miljoen euro, tegenover 1,79 miljard in 2019. Daarnaast is het bedrijfsresultaat gekelderd van 2,23 miljard naar 828 miljoen euro (-63%).

De omzetdaling was het gevolg van de lagere prijs van ruwe olie, die een negatief effect had van ongeveer 3 miljard euro. Lagere verkoopvolumes van conventionele olieproducten hadden een negatieve impact van circa 900 miljoen euro op de omzet. Bovendien veroorzaakte de zwakkere Amerikaanse dollar een negatief effect van rond de 200 miljoen euro.

De sterke daling van het bedrijfsresultaat werd beïnvloed door voorraadwaarderingsverliezen van 119 miljoen euro (winst van 180 miljoen) en veranderingen in de reële waarde van openstaande grondstof- en valutaderivaten van -112 miljoen euro (69 miljoen), voornamelijk gerelateerd aan marge-afdekking.