Het ging congres ging met name over schaalvergroting in de markt voor windenergie en de invloed die dat heeft op de havens. In de loop der tijd verandert de vraag in de havens. Twan Romeijn van Port of Rotterdam: ‘Er is steeds meer ruimte nodig. Niet alleen in schepen voor het transport, maar ook in de haven voor de opslag van goederen.’

Dat beaamt Wim Stubbe van Port Oostende: ‘We hebben te weinig inzicht in de keten van transport. Als goederen te vroeg aankomen, moeten we ze ergens opslaan. Het zou schelen als we mee kunnen denken met transportbedrijven in de organisatie van het vervoer. Dat maakt veel uit in de kosten. En het scheelt dat wij dan niet het ene moment met een uitpuilende haven zitten, terwijl het even later helemaal leeg is. Iedereen heeft voordeel bij betere planning en samenwerking met transportbedrijven.’

Veranderende vraag

Daar hangt mee samen dat het aanbod en de vraag van goederen verandert. Alles wordt groter en zwaarder. ‘Daar heb je toch rekening mee te houden’, zegt Romeijn. ‘Dat moet kunnen, daarvoor heb je ook de juiste apparatuur nodig.’ ‘Precies’, haakt Bertholet in. ‘Als je geen grote kraan hebt, maar een andere haven wel, dan moet je kunnen samenwerken en die haven voorstellen om te gebruiken.’

Maar dan moet je wel vooraf weten wat er nodig is. Dat dat niet altijd duidelijk is, maakt het laden en lossen niet gemakkelijker geeft Stubbe aan. ‘Oostende heeft als voordeel dat we onze focus op clustering hebben. We richten ons op onderhoud en opslag, dat maakt wel uit. Daarmee bied je een service aan je klanten die de meeste andere havens niet hebben. We zouden wel een offshore dorp willen als in Asterix en Obelix waarin we alle services kunnen bieden die klanten nodig hebben. Dan voegen we echte waarde toe aan de haven.’

Meer functies

Havens krijgen steeds meer functies, dat is niet alleen een wens, maar ook al realiteit. Daarmee komt ook meteen een probleem om de hoek. ‘Mensen zie havens nog vooral als doorgeefluik’, gaat Stubbe verder. ‘Zelfs sommige havenmedewerkers zijn nog niet doordrongen van de vele functies van een haven. We zijn naast het doorgeefluik ook een leverancier van energie en we doen mee met het opwekken van hernieuwbare energie. Ook het ontmantelen van oude onderdelen is iets wat mede in havens kan gebeuren. Er zijn veel uitdagingen in de nabije toekomst.’

Hoe meer havens gaan doen, hoe meer kennis en kunde er nodig is. Romeijn: ‘In de opleiding van personeel ligt zeker ook een functie voor havens. Als de goederen veranderen die aan land komen, moet het havenpersoneel daar mee om kunnen gaan. We moeten klaar zijn voor de toekomst.’

Bereikbaarheid

Ook moeten havens bereikbaar zijn, niet alleen vanaf zee. ‘Daarom moeten we zorgen voor een goede infrastructuur’, zegt Dennis Jul Pedersen van de Port of Esbjerg. ‘We investeren daar flink in om service te blijven bieden. Daarnaast breiden we uit om meer schepen ruimte te geven en om steeds grotere schepen te kunnen herbergen. Het is belangrijk om samen te werken met de hele supply chain. Omdat we ook in de toekomst personeel nodig hebben, gaan we ook het gesprek aan met scholen en lokale bedrijven, overal waar we mee willen en moeten samenwerken.’

Er zijn veel investeringen nodig van havens om mee te kunnen naar de toekomst. Maar om dat goed en slim te doen, is er meer informatie over beleid nodig. ‘Nu horen we als laatsten wat de plannen zijn en dat kan niet’, zegt Stubbe. ‘Er wordt verwacht dat wij klaar zijn voor de toekomst, maar dat gaat niet als wij niet eerder geïnformeerd worden. Wij moeten ook plannen maken die zinvol zijn, we moeten weten waar we rekening mee moeten houden. Daarom is meer overleg en inzicht nodig.’

Ligging

Ludolf Reijntjes van BOW Terminal: ‘Havens worden meestal gekozen op ligging, maar je kunt jezelf aantrekkelijker maken door te kijken naar wat klanten nodig hebben. Vraag je wel af of het echt nodig is om in materialen te investeren. Je hebt eigenlijk steeds wat anders nodig voor iedere klant. Maar is dat waar je het mee wint als haven? Wij hebben het geluk dat we als bedrijf veel land hebben, maar je kunt je afvragen of er genoeg is voor de enorme vraag in de toekomst. Alles wordt groter. Hebben we genoeg ruimte in Nederland?’

Romeijn ziet ook drijvende projecten in de toekomst: ‘Dat is zeker iets waar we in moeten investeren. Er zijn nu al de eerste projecten, maar dat worden er veel meer. We moeten uitbreiden naar dieper water en dan kom je al snel bij drijvend terecht. Ook voor gravity-based constructies.’

Timmermans van REBO ziet ook een probleem bij de informatie die havens krijgen: ‘Er wordt wel verwacht dat wij klaar zijn voor de toekomst, maar vanuit Europa is er weinig aandacht voor de langere termijn, waar we toch mee te maken hebben. Ook wij moeten weten wat er staat te gebeuren, zodat we daar ons op in kunnen stellen. Het zou fijn zijn als onze regering daar ook mee naar wil kijken en voor ons wil lobbyen in Europa. We zijn vaak als laatste aan de beurt om informatie te krijgen, terwijl we de meeste tijd nodig hebben om ons aan te passen.’