Voor de Amsterdamse haven en de woningbouw rondom de haven wordt in de nota verder ‘onverkort vastgehouden’ aan de afspraken uit de visie Noordzeekanaalgebied 2040. Dat betekent dat de ‘transformatie van het havenareaal naar woonwerkgebieden’ volgens plan doorgaat en de A10 als toekomstige ‘harde grens tussen haven en stad aangehouden’ wordt.

Voor het verplaatsen van bedrijven voor woningbouw (ongeveer 10% van het bestaande havenareaal van 1600 hectare) wil de gemeente ‘in beginsel de havengebonden bedrijven en/of ondernemingen die werkzaam zijn op het gebied van logistiek, energietransitie of circulaire economie’ in de haven houden. Voor de overige bedrijven kijkt Amsterdam naar andere gebieden in de hoofdstad, zoals bedrijventerreinen in Sloterdijk West en terreinen buiten de gemeentegrenzen in Almere, Haarlemmermeer, Lelystad en Purmerend.

Clustering

Voor extra ruimte voor de energietransitie en de circulaire economie in de haven kiest de gemeente voor ‘clustering’ van bepaalde typen bedrijvigheid met het oog op synergie, alsmede efficiënt gebruik van milieuruimte. ‘Hierbij zijn maximale intensivering en optimalisering van kavels binnen bestaande arealen, alsmede de impact van de transitie op milieu en veiligheidscontouren van belang.’ Daarnaast komt er door de ‘beoogde uitfasering van steenkolen en vloeibare fossiele brandstoffen’ in respectievelijk 2030 en 2050 ‘ruimte vrij die hiervoor ingezet kan worden’, schrijft de havenwethouder. Het gaat daarbij om 105 hectare aan kolenopslag en 265 hectare aan olieterminals. De sluiting van de kolencentrale Hemweg levert nog eens 35 hectare op. Dat komt in totaal neer op een kwart van het bestaande Amsterdamse havenareaal.

De omvangrijke Houtrakpolder, gelegen in de buurgemeente Haarlemmermeer, houdt het Amsterdamse stadsbestuur wel als ‘strategische reserve’ achter de hand, maar daar wordt alleen een claim opgelegd ‘als alle bestaande ruimte optimaal en intensief is benut’, schrijft Everhardt verder in de nota.

Havendebat Amsterdam

Eerder deze maand had de verantwoordelijk bestuurder tijdens het Havendebat Amsterdam al aangegeven dat hij in de eerste plaats ‘de rust’ wil herstellen tussen het bedrijfsleven en het stadsbestuur nadat er door zijn voorganger Udo Kock min of meer een verbale oorlog was uitgevochten over wie eigenlijk de dienst uitmaakt in de haven: het havenbedrijf of het stadsbestuur. Een claim op de Houtrakpolder kwam volgens de havenwethouder pas op het tweede of derde plan. Hetzelfde gold voor de participatie van omliggende gemeentes in het Amsterdamse havenbedrijf in ruil voor grondposities. Daarover is overigens in de nota niets concreets terug te vinden.

Everhardt probeert met de nieuwe havenvisie een verdere balans te vinden tussen het publieke belang (hoofdzakelijk woningbouw in de haven) en het ondernemersbelang (meer milieu- en fysieke ruimte voor de haven). Dat wil hij onder meer invullen door een meer ‘actief aandeelhouderschap zonder op de stoel van het zelfstandig havenbedrijf te willen gaan zitten’. Deze ‘herijking van het aandeelhouderschap’ betekent dat de gemeente op allerlei strategische dossiers, zoals het stimuleren van de haven als circulair, logistiek en industrieel knooppunt, samen met het havenbedrijf ‘wil optrekken’. Zo wil de gemeente bestaande overlegstructuren ‘versterken’ of bij gebrek daaraan ‘ontwikkelen’. In die context wordt ook gezocht naar nieuwe kaders waarbij investeringen van het havenbedrijf, die Amsterdam als eigenaar dient goed te keuren, naast ‘het rendementsvooruitzicht ook de bijdrage aan het publieke belang wordt meegewogen’.

Amsterdam zet er tevens op in om het strategisch overleg met de directie en de raad van commissarissen te ‘stroomlijnen’. Zo komt er een halfjaarlijks overleg over de investeringsagenda en nieuwe ‘afwegingskaders voor een betere monitoring van het havenbeleid’. De hoofdstad wil op die manier ‘dichter op de haven kruipen’, aldus Everardt.

Binnenhaven

Verder wijst de gemeente erop dat door de energietransitie de overslagfunctie van zeevracht ‘onder druk komt te staan’ en de havenbeheerder op zoek moet gaan naar een ‘toekomstig bestendig verdienmodel’. De gemeente acht het daarbij verstandig dat het havenbedrijf ‘een tweesporenbeleid gaat volgen’ en naast de rol als zeehaven ‘een actiever beleid gaat voeren als binnenhaven’. In dat verband vraagt de gemeente om naast de zeetonnages voortaan ook de binnenvaarttonnages te registreren. De gemeente vraagt het havenbedrijf tevens ‘mee te werken’ aan een hubstrategie voor de stadsdistributie over water.

Directeur Kees Noorman van de Amsterdamse ondernemersvereniging Oram vindt dat Amsterdam de nieuwe havennota ‘met een beetje de handrem erop’ heeft geschreven. Extra ruimte geven voor de haven is volgens Noorman ‘cruciaal’ om de ambities van Amsterdam op het gebied van energietransitie en circulaire economie te realiseren, maar ook om bedrijven te verplaatsen die geraakt worden door de transformatie naar woningbouw. ‘We zien nu al dat dat laatste heel moeilijk gaat. De gemeente rekent zich rijk en denkt dat alles te combineren valt, maar de praktijk is veel weerbarstiger.’

Daarom wil hij dat Amsterdam snel aan de slag gaat met de uitbouw van de haven aan westelijke kant met de nabijgelegen Houtrakpolder. Noorman vindt het onverantwoordelijk dat Amsterdam daar nog vijftien tot twintig jaar mee wil wachten. ‘Achterover leunen en wachten is hier wat je juist niet moet doen. Een nieuw stuk haven bouwen kost tijd. Zeker in dit drukke gebied. De gesprekken zouden nu moeten beginnen.’