Voka – Kamer van Koophandel Antwerpen-Waasland voerde dit onderzoek uit op vraag van het Antwerps Havenbedrijf. De onderzoekers constateerden dat zowel voor inkomende als voor uitgaande stromen pijpleidingen en schepen de twee belangrijkste transportmodi zijn.

Pijpleidingen

Pijpleidingen zijn goed voor bijna 70% van het totale aangevoerde volume en voor meer dan 30% van de uitgaande volumes, schepen voor bijna 30% van de aan en voor meer dan de helft van de af. Het wegtransport vertegenwoordigt slechts 7,7% van de uitgaande transporten en minder dan 2% van de inkomende transporten. Spoortransport is met respectievelijk 3,9% en 0,3% fors ondervertegenwoordigd.

De studie houdt geen rekening met goederen die alleen over overslag het havengebied passeren en ook niet met het personenverkeer – de havenindustrie is een van de belangrijkste werkgevers van België – van en naar de bedrijven.

Meting

Voka monitort de productievolumes om het energieverbruik en de uitstoot van de Antwerpse industrie te kunnen relateren. Bij de recentste meting, in 2018, tekende het daarbij een nieuw recordvolume van 67 miljoen ton op, terwijl de industrie er voor het zesde jaar op rij in was geslaagd om haar fijnstofuitstoot terug te dringen.

‘Maar totnogtoe had niemand ooit in detail onderzocht hoe die grote volumes bij de eindklant of tot bij een andere industriële vestiging geraakten’, zegt gedelegeerd bestuurder Luc Luwel.

‘Met de huidige oefening brengen we de modi van 80% van alle getransporteerde goederen in kaart. Dankzij onze tweejaarlijkse productie-index wisten we al dat onze industrie op milieuvlak niet altijd de erkenning krijgt die ze verdient. Nu kunnen we met cijfers in de hand bijkomend aantonen, dat ze slechts een heel klein aandeel heeft in het wegtransport.’

Spoort hinkt achterop

Luwel wijst erop dat, aangezien het pijpleidingennetwerk zich grotendeels onder de grond bevindt, het eveneens landschapsvervuiling vermijdt. Voor het kleine aandeel van het spoor trekt hij een parallel naar de logistieke sector. ‘Die is erin geslaagd om het aandeel van de binnenvaart in enkele jaren tijd op te trekken naar 38%. Maar ook daar blijft goederenvervoer via spoor achterophinken.’

Volgens Luwel bestaan hiervoor een aantal structurele verklaringen. ‘De belangrijkste ervan is dat de spoorinfrastructuur niet alleen ontoereikend is, maar ook niet meer is aangepast aan de moderne eisen. Die leidt dan weer tot een gebrekkige marktwerking met te weinig privé-aanbieders. Als we onze wegen nog meer willen ontlasten, dan is het aan de overheid om daar iets aan te doen. Zowel onze logistieke sector als onze industrie zijn hiervoor vragende partij.’