Het Britse concern Ineos wil 5 miljard euro in de nieuwe fabriek investeren. Dat is de grootste investering sinds twintig jaar in het Antwerpse havengebied.

De actievoerders klaagden ook dat voor de fabriek 41 hectare bos moet worden gekapt. Ineos moet het te kappen bos wel elders compenseren, met een beduidend groter areaal. Het engagement van Ineos om extra natuur te realiseren teneinde het verlies aan koolstofopslag te compenseren, is als voorwaarde in de vergunning opgenomen. Ineos heeft in België al 2.500 mensen in dienst op negen verschillende sites. Met de nieuwe fabriek moeten daar volgens Ineos 450 banen bijkomen.

Een tweede vergunning is niet voor Ineos zelf, maar voor het Antwerpse havenbedrijf. Dat wil ter hoogte van de Ineos-site, langs Kanaaldok B2, een nieuwe kaaimuur met een lengte van bijna 1,1 kilometer bouwen. Die moet niet alleen dienen voor Ineos, maar ook voor de daar reeds gevestigde bedrijven, zoals Vesta Terminal Antwerp en Oiltanking Stolthaven Antwerp. Ook het havenbedrijf moet aan natuurcompensatie doen wegens het te rooien struikgewas.

Focus

Ineos stelt dat al zijn sites in Antwerpen uiterlijk in 2050 klimaatneutraal zullen zijn. Het bedrijf houdt tevens rekening met het streefdoel van Europa om broeikasgasemissies tegen 2030 te reduceren met minstens 55% in vergelijking met het niveau van 1990.

Ceo Hans Casier van Ineos Belgium: ‘We hebben een duidelijke en realiseerbare road-map ontwikkeld die aantoonbaar zal bijdragen aan de koolstofreductie van onze vestigingen middels het inzetten van hernieuwbare energie en groene warmte, het hergebruik van waterstof en CO2, verdere investeringen in elektrificatie en waar mogelijk de omschakeling naar gerecycleerde of bio-gebaseerde grondstoffen. Onze investering zal significante reducties teweegbrengen. De focus ligt daarbij meer op het maximaal beperken van de uitstoot van CO2 dan op de afvang en opslag achteraf, hoewel dit laatste voor ons belangrijk kan blijven in de eerstvolgende jaren.’

‘Daarnaast voorzien we een verdere optimalisatie van de huidige activiteiten van koolstofopvang en -valorisatie in Zwijndrecht; verdere samenwerking in projecten rond industriële restwarmte en groene stoomnetwerken in de Antwerpse regio, een toename van het gebruik van waterstof in onze chemische processen en elektriciteitscentrales; een actieve rol bij de bouw van de demonstratie-plant van het ambitieuze Power to Methanol-project voor de productie van duurzame methanol in Lillo en een doorgedreven elektrificatie van onze processen.’