Dat is in opdracht van het Onderzoeksprogramma Politie en Wetenschap gedaan in de havens van Harlingen, Lauwersoog en Groningen Seaports. Belangrijkste conclusie van het onderzoek is dat politie en andere handhavingsorganisaties weinig concrete informatie hebben over de georganiseerde criminaliteit in de Noordelijke zeehavens. Dat komt vooral door een gebrek aan samenwerking.

Containers

In het rapport wordt ook gesteld dat private partijen weten te vertellen dat Delfzijl en de Eemshaven minder interessant zijn voor de misdaad door de aard van de transporten. Daarbij gaat het veelal om bulkgoederen, chemie en energie. Voor de smokkel van drugs is de aanwezigheid van grote aantallen containers veel interessanter.

Vanuit Groningen Seaports is toch de nodige tijd in het onderzoek gestopt. Want, zo zegt CEO König: ‘In de drie jaar dat ik in functie ben, werd ik nog niet geconfronteerd met grote criminele zaken. Maar het is absoluut niet zo dat we onze ogen sluiten voor criminaliteit in onze havens. We juichen het als havenschap, en dus havenautoriteit, juist toe dat de feiten naar georganiseerde criminaliteit in havens onderzocht gaan worden.’

‘Meer controle en betere onderlinge samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de handhaving organisaties is daarbij een must. We zijn sinds vorig jaar al in gesprek met de politie en andere overheden en autoriteiten die werkzaam zijn in onze havens, zodat we met elkaar een beter beeld krijgen van wat er zich aan mogelijke illegale activiteiten in de havens afspeelt en handhavers daadwerkelijk maatregelen kunnen nemen tegen georganiseerde criminaliteit. Wij verlenen daarbij uiteraard onze hulp, want veiligheid in en beveiliging van onze havens heeft absoluut onze aandacht.’

Prioriteit

Op basis van het rapport stelt politiebaas Joop de Schepper (Hoofd Operatiën, eenheid Noord-Nederland), dat er gezamenlijk werk te doen is. ‘De aanpak van georganiseerde ondermijnende criminaliteit is een prioriteit en daarom is het goed dat er onderzoek is verricht naar onze informatiepositie in relatie tot de aanwezigheid van georganiseerde ondermijnende criminaliteit in Noordelijke zeehavens.’

‘Dit rapport wordt gebruikt om reeds bestaande initiatieven verder te ontwikkelen en onze informatiepositie samen met partners te verbeteren. De politie is de aandacht voor de zeehavens aan het opschroeven. Er zijn nu wijkagenten actief, er is overleg opgestart met de andere partijen, er is een leidinggevende belast met de inzet in alle havens in Noord-Nederland en de witte vlekken in onze informatiepositie zijn en worden in beeld gebracht.’

Politieman De Scheffer meldt dat er zowel binnen als buiten de politie veel betrokkenen zijn die allemaal een deel (zouden kunnen) kennen van de informatiepuzzel, zoals de Douane, de Koninklijke Marechaussee, het Openbaar Ministerie, de Landelijke Eenheid, de basisteams, de Belastingdienst, de gemeenten, de havenmeester en bedrijven, zoals rederijen, vissers en brancheorganisaties. Elke partij heeft zijn eigen taken, verantwoordelijkheden en aandachtspunten om gezamenlijke acties te kunnen ondernemen. ‘We moeten de Noordelijke havens samen veilig en gezond houden.’

Vermoedens

De Waddenhavens zijn in potentie rijke voedingsbodems voor criminaliteit. Harde cijfers zijn er amper, maar signalen en vermoedens te over. Voorbeelden zijn de zaak van de Urker viskotter, die in 2017 in de Harlinger haven lag met 261 kilo cocaïne. In 2014 werd drugshandel via zeiljachten op de Noordzee ontdekt.

Tot 2018 spoelden regelmatig pakketjes met drugs aan op de Waddenzeekust. Vermoedelijk gooien criminelen vanaf grote schepen tassen met drugs in het water, die kleinere schepen naar de havens brengen.