Dat was broodnodig. De oude zeesluis dateerde uit 1929 en was hard aan vervanging toe. Steeds vaker deden zich stremmingen voor, de wachttijden voor de zeesluis namen toe en de steeds groter wordende schepen zouden weldra niet meer passen. Als Amsterdam klaar wilde zijn voor de toekomst, dan had het een nieuwe zeesluis nodig. Met zijn 500 meter lengte, 70 meter breedte en 18 meter diepte zou het bovendien de grootste van de wereld worden. Nederland liet weer even zien dat het op het gebied van infrastructuur meetelt in de wereld.

Inmiddels zijn we bijna zes jaar verder. Vorige week zakte de eerste deur van de nieuwe sluis op zijn plek. Maar opvallend genoeg zien we nu ontwikkelingen die haaks op het doel van de nieuwe sluis staan. Zo wordt de haven door woningbouwplannen de facto kleiner. Goedlopende havenbedrijven die veel baat hebben bij de sluis, moeten worden verplaatst, met de kans dat ze niet meer terugkeren. We zien daarnaast dat meer en meer bedrijven zich in de haven vestigen die amper gebruikmaken van de sluis. Dat is een zorg. We moeten juist voorkomen dat de haven een bedrijventerrein met een kade wordt. Want laten we eerlijk zijn: voor superjachten hoeven we geen nieuwe zeesluis te bouwen. Sommige zwartkijkers zeggen ook dat het allemaal minder wordt met de op- en overslag in de Amsterdamse haven. Dat ladingstromen verdwijnen en scheepsbewegingen afnemen. Dat we vooral moeten ‘uitfaseren’. Ik ben het daar hartgrondig mee oneens. We moeten juist al onze energie steken in het ‘infaseren’ van nieuwe ladingstromen.

Ik heb natuurlijk geen glazen bol, maar met alle ontwikkelingen die gaande zijn, zouden we de schepen, de zeehaven en het bedrijfsleven eromheen nog wel eens hard nodig kunnen hebben. Denk alleen al aan de circulaire stromen en nieuwe energiedragers, zoals synthetische brandstoffen en waterstof; zaken waar de hoofdstad Amsterdam toch graag mee voorop wil lopen. Maar ik denk ook aan agri-producten, shortsea-containers en bouwstoffen. Dan hebben we niet minder, maar juist méér ruimte nodig voor de haven en kunnen we die Houtrakpolder morgen nog openen voor business.

De mogelijkheden van het Noordzeekanaalgebied zijn ongekend. We moeten daarbij groter leren denken. Groter dan Amsterdam, groter dan het Noordzeekanaalgebied. Pas dan doen we recht aan onze eigen investering van zes jaar geleden in die grootste zeesluis ter wereld. De sluis is in mijn ogen niet het sluitstuk, maar juist het begin van een nieuw tijdperk. Het begin van een nieuwe energiehaven, het begin van bouwlogistiek voor de groei van de Metropool Amsterdam en het begin van concrete circulaire stromen. Het is ook het begin van een nog groter achterland, van meer nautische bedrijven en van dito werkgelegenheid. Dát is de weg die we zes jaar geleden zijn ingeslagen. De potentie is er, dus laten we met die sluis niet alleen pronken, maar het mooie bouwwerk aan het werk zetten.

Kees Noorman is een van de sprekers op het Havendebat Amsterdam 2020.