Volgens Van Noort heeft Covid-19 een direct gevolg voor reders. ‘Covid-19 heeft een enorme impact op de handelsstroom. Eerst kwam de handel stil te liggen in Azië. Zo geeft de Rotterdamse haven aan dat de overslag significant minder is. Daarnaast wordt de discussie gevoerd in Europa in hoeverre waardeketens versterkt moeten worden binnen de Europese grenzen. Zo vervoeren reders wereldwijd grondstoffen en voeding waar we in Europa niet over beschikken. Daarvoor is de wereldhandel noodzakelijk. Ik zie de wereldhandel als een combinatie van productie in Europa en wereldwijd.’

Meer over water

Van Noort: ‘Wereldwijd wordt er zo’n 90 procent van de wereldhandel over zee vervoerd. Binnen Europa is dit minder, omdat het over kortere afstanden gaat en de keuze dan soms ook valt op wegvervoer of spoorvervoer. Voor de reders is het interessant om te kijken of er meer over water vervoerd kan worden.’

‘Het verplaatsen van productie uit verre landen naar Europa kan de waardeketens versterken doordat partijen in de keten dichterbij elkaar opereren en de samenwerking op innovatief vlak kan verbeteren’, aldus Van Noort. ‘De zeevaart is onderdeel van zowel de logistieke waardeketen als de maritieme waardeketen. Shortsea is een van de transportmodaliteiten. De samenwerkingen met Europese havens moet goed functioneren; voorland en achterland. Maar een mondiaal gelijk speelveld is een belangrijke vereiste voor de internationale concurrentiekracht. Daarom is het belangrijk dat er goede handelsverdragen worden gesloten en dat de havens wereldwijd toegankelijk zijn.’

Kansen

Van Noort ziet kansen voor de shortsea. ‘Wanneer een bedrijf een deel van zijn productiefaciliteiten verplaatst naar Europa worden daar de industriële capaciteiten versterkt en wordt er dus ook een groter beroep gedaan op vervoer over water binnen Europa. Om handel binnen Europa voor zeevaart soepeler te laten verlopen moeten belemmeringen op het gebied van regelgeving worden weggenomen en documenten worden gedigitaliseerd. Denk hierbij aan een Europese digitale vrachtbrief. Daar is Europees beleid voor nodig. Het is belangrijk dat maritiem transport in Europa op de radar staat als strategisch onderdeel van de economie.’

De groene toekomstplannen van de reders zijn er nog, maar investeringen zijn door Covid-19 logischerwijs verschoven. Van Noort: ‘Momenteel bevinden we ons op een punt waar het lastig is om te zeggen welke kant we opgaan. De wereldeconomie gaat zich herstellen, maar we weten nog niet met welk tempo. Mogen we al na 2020 hopen op een economisch herstel of wordt het pas het tweede kwartaal van 2021? Dat heeft voor onze sector ook te maken met het feit dat we voor een deel laatcyclisch zijn. Een deel is gelijk geraakt, gezien de uitval in China aan het begin van de crisis. Kijk naar containerrederijen, cruises en ferry’s. Maar een ander deel krijgt later een klap, vanwege de mondiale vraaguitval en de vermindering van de de industriële productie.’

‘Daarnaast blijft de ambitie van reders om versneld te verduurzamen. Dit vraagt om andere investeringen. Het allerbelangrijkste voor de reders op dit moment is dat ze sterk uit deze crisis komen en dat vervoer van goederen zoveel mogelijk concurrerend doorgang kan vinden. Toen de crisis uitbrak, kon je niet vooruitkijken en dan probeer je zo goed mogelijk door de crisis te komen. Behoud van liquiditeit en het, waar het kan, uitstellen van investeringen is dan nodig.’

Onzekerheid

Van Noort is benieuwd hoe de impact van de Covid-19 crisis verkleind kan worden. ‘Als we zorgen voor goed beleid voor de Nederlandse zeevaart in Nederland en in Europa vanuit de herstelplannen kan de zeevaart vanaf daar verder. Als één ding heel slecht is voor een economie is het onzekerheid. De KVNR voert gesprekken met reders over welke aanvullende maatregelen zij nodig hebben als deze crisis nog langer duurt. Voor een behoorlijk aantal rederijen zijn de tarieven onder druk komen te staan en vallen vervoersstromen weg. Wij zijn blij met de maatregel vanuit banken om uitstel van aflossingen op een lening te krijgen. Dit geeft financiële ademruimte.’

Succesfactor is diversiteit

Volgens Van Noort is één van de succesfactoren van de Nederlandse vloot de diversiteit. ‘Zowel de shortsea als de deepsea zijn belangrijk voor de Nederlandse economie. De vloot is divers in type schepen en type markten. Van koel- en vriesschepen, ferry’s en cruiseschepen tot chemische tankers, sleepboten, werkschepen en baggerschepen. Onze reders bedienen markten binnen Europa, maar ook buiten Europa. Innovatie loopt door het DNA van de Nederlandse vloot. Samen met de kennis en ervaring die de afgelopen eeuwen zijn opgebouwd, heeft Nederland wereldwijd een sterke positie in de maritieme sector.’