De voor de Rotterdamse haven grotendeels nieuwe stroom van duizenden containers met ‘wood logs’ is volgens bronnen uit de haven te danken aan een wonderbaarlijke combinatie van factoren: de volledige lockdown van Nieuw-Zeeland, klimaatopwarming en een nog geen vijf millimeter lang vraatzuchtig kevertje.

Expediteur

Een van de grootste spelers in de boomstammenhandel is expediteur Van Donge en De Roo, dat jaarlijks in totaal zo’n 600.000 containers afhandelt. ‘We doen op dit moment ruim duizend bakken (expediteurs jargon voor veertigvoeters – red.) met boomstammen per week’, vertelt directeur Dennis de Roo van het bedrijf uit Rhoon. ‘Het moet allemaal zo snel mogelijk weg en mag natuurlijk weer niks kosten’, voegt hij eraan toe.

Daar komt nog wel het een en ander bij kijken. De importerende landen, China voorop, eisen een certificaat dat garandeert dat het ingevoerde hout is behandeld tegen de aanwezigheid van schadelijke insecten. En dus worden alle containers in de haven voor verscheping begast, vertelt De Roo. ‘De containers worden in de haven gelost, vervolgens 24 tot 48 uur begast, blijven een paar dagen op de kade staan om ontlucht te worden en gaan dan het binnenschip weer in, die ze naar de deepsea-terminal brengt’, schetst hij het proces.

Ongezaagd hout

Volgens hem liep de export van ongezaagd hout tot voor kort grotendeels over Antwerpen omdat begassen van containers daar goedkoper was. Inmiddels heeft Rotterdam zich daar volgens hem aan aangepast. Zijn bedrijf is voor het begassen inmiddels voor ongeveer de helft van de stroom naar een locatie in Dordrecht uitgeweken, omdat partner Kramer op de Maasvlakte niet meer genoeg ruimte voor alle containers had. ‘Het kost veel ruimte omdat tijdens het ontluchten een straal van dertig meter rond die containers vrij moet blijven’, legt De Roo uit.

Aanjager van de ‘tsunami’ aan boomstammen richting Azië was de volledige lockdown van Nieuw-Zeeland van eind maart tot begin juni, waarmee het land de coronapandemie grotendeels buiten de deur heeft weten te houden. ‘Nieuw-Zeeland was veruit de belangrijkste leverancier van ongezaagd hout voor Azië. Toen die bron wegviel, explodeerde de vraag naar Europees hout. Het was bizar. We wisten niet waar we de bakken vandaan moesten halen’, vertelt een woordvoerder van een van de grote rederijen op voorwaarde van anonimiteit.

Naaldbossen

Dat gebeurde uitgerekend op het moment dat er in Europa een overvloed aan boomstammen voorhanden was. Vooral de naaldbossen in Duitsland, en in mindere mate in Frankrijk, zijn het afgelopen voorjaar op grote schaal ten prooi gevallen aan het verwoestende werk van de schorskever. Die boort zich een weg door de buitenkant van een naaldboom naar het zachte weefsel daaronder, waar die eitjes legt. De larven vreten vervolgens een gangenstelsel, waardoor de watertoevoer opdroogt en de boom uiteindelijk dood gaat.

Vorig jaar is daardoor in Duitsland al bijna 300.000 hectare naaldbos verwoest en gevreesd wordt dat het dit jaar nog meer wordt. Volgens deskundigen speelt het veranderende klimaat een rol bij het ontstaan van de plaag. Het aantal stormen neemt toe en de zomers worden warmer en droger. De kevers kunnen beschadigde bomen gemakkelijker binnendringen en gedijen beter bij een hogere temperatuur. In een poging een ramp af te wenden, hebben Duitse bosbouwers het afgelopen voorjaar massaal aangetaste bomen omgezaagd.

Vraag uit Azië

Hoewel Nieuw-Zeeland inmiddels weer open is, blijft de vraag uit Azië naar ongezaagd Europees hout groot. Dat heeft alles te maken met de gekelderde prijs, die het gevolg was van de massale houtproductie. Waar Duitse bosbeheerders normaal gesproken negentig euro per kuub kregen, moesten ze het de afgelopen maanden met minder dan de helft doen. En dus houdt de boomstammenstroom richting Azië aan.

De rederij-woordvoerder: ‘We blijven ons verbazen over de aantallen containers. Zeker in die piekperiode hebben we regelmatig ‘nee’ moeten verkopen en werden containers naar de volgende afvaart doorgerold. Het zijn er zoveel dat we ons wel eens afvragen of er in Duitsland nog bomen over zijn. We zijn nog niet gaan kijken,  ik mag hopen dat het Zwarte Woud er nog staat’.