CCT Moerdijk is gevestigd in de haven van Moerdijk, drieënhalf uur varen vanaf de Noordzee. De shortsea-terminal is bereikbaar voor schepen met een diepgang tot negen meter. Smits vertelt dat CCT 600.000 teu aan containers per jaar behandelt. ‘Eenderde daarvan is binnenvaart en tweederde shortsea. Als trimodale terminal, gericht op vervoer over water, spoor en weg, focussen we ons naast containers op breakbulk en warehousing. Ik noem CCT ook wel het Madurodam van Rotterdam: verschillende activiteiten gegroepeerd op relatief kleine schaal rond onze terminal. De ligging van Moerdijk in het logistieke hart van Nederland en de Brabantse loyaliteit en betrokkenheid van werknemers vormen de basis van CCT. Een nadeel is dat schepen langer onderweg zijn naar Moerdijk dan naar Rotterdam.’

Smits: ‘Ik ben in de shortsea gerold. Multimodaal transport is belangrijk. Niet alleen voor het milieu, maar ook om de vertragingen op de weg tegen te gaan. Het is interessant om te zien dat als er iets vreemds gebeurt, in dit geval de uitbraak van de coronapandemie, er verschuivingen plaatsvinden in het transport. Veel mensen werken nu thuis en hierdoor staan er bijna geen files meer. Als de bereikbaarheid in Nederland hierdoor verbetert zonder grote investeringen te doen, kunnen kosten naar beneden en kunnen we ons nog competitiever opstellen in de markt. De pandemie leidt uiteindelijk misschien wel tot een andere manier van denken over transport. Het is voor Moerdijk ook belangrijk dat het loodswezen flexibeler wordt, door een level playing field, het gelijke speelveld-principe. Hierdoor varen schepen tegen dezelfde kosten naar Moerdijk en Rotterdam.’

Luc Smits
Luc Smits, directeur van CCT Moerdijk

Havenreuzen

Moerdijk ligt tussen de havenreuzen Rotterdam en Antwerpen. Toch slaagt CCT erin om diensten naar het kleine Moerdijk te krijgen. Smits legt uit dat Rotterdam en Antwerpen vooral groot zijn in de afhandeling van deepsea-schepen. ‘Ultra large container carriers, schepen met zo’n 25.000 teu, varen daarnaartoe. Wij volgen de lading; de containers op die schepen gaan vervolgens voor het grootste gedeelte naar distributiecentra. De baan van logistieke hotspots begint in West-Brabant en eindigt in Venlo. CCT vervangt met shortsea het vrachtvervoer op de A16 en A15.’

Italië

‘Sinds februari hebben ook wij natuurlijk klappen geïncasseerd door de coronapandemie’, aldus Smits. ‘Ons probleem was vooral de goederentreinen uit Italië. De fabrieken lagen daar stil. Als er niets geproduceerd wordt, kan er ook niets verscheept worden. Ik verwacht dat zo’n situatie niet meer ontstaat. Maar het is minder slecht dan we in het begin gevreesd hadden. We zitten natuurlijk nog onder het niveau van vorig jaar, maar we krabbelen langzaam op uit het dal. Het verlies van de treinen die vier maanden lang niet reden vanuit italië wordt niet meer goedgemaakt. Nu groeit shortsea in Moerdijk, mede doordat er meer treinverbindingen zijn gekomen.’

Hoe harder hoe beter

Smits is goed voorbereid op de brexit. ‘De afgelopen jaren hebben we meerdere keren gedacht dat er een brexit zou komen, dus we zijn al goed voorbereid. Ook hebben wij het geluk met onze terminal dat we al gewend zijn om met documentatie te werken naar exporterende landen buiten de Europese Unie. Hoe harder de brexit wordt, hoe beter het is voor het containertransport, omdat dit transport een voorsprong heeft in vergelijking met begeleid transport. Een groot nadeel van begeleid transport is dat een chauffeur moet wachten tot de container door de douane heen is en alle administratie gedaan is. Ik zie de brexit alleen maar als een uitbreiding van onze werkzaamheden. Voor de containers die naar Engeland gaan, ongeacht hoe hard de brexit is, moet een douanestatus aangegeven worden. Of we honderd of 100.000 statussen moeten aangeven maakt niet uit, zolang de procedures goed geregeld zijn, wat bij ons al jarenlang het geval is. Brexit is voor ons dus geen probleem. Voor een terminal die niet gewend is om met douanezaken te werken, is het een ander verhaal.’

Van drie naar vier sporen

Smits heeft al veel zwarte sneeuw gezien in Moerdijk. ‘Maar moeilijke crisissen hebben we overleefd en we zijn er altijd sterker uitgekomen. Daar heb ik ook nu weer, tijdens deze coronacrisis, het volste vertrouwen in. Naast de ontwikkeling van Logistiek Park Moerdijk, een grootschalig logistiek bedrijventerrein in de gemeente Moerdijk, zijn we bezig met uitbreidingsplannen voor onze terminal. Momenteel ben ik met een partij in gesprek om te kijken of er nog meer bestemmingen en meer schepen vanaf Moerdijk kunnen komen voor de shortsea. Ook trekken we samen op met de West Brabant Corridor, een initiatief van onder andere havenbedrijven Rotterdam en Moerdijk. De West Brabant Corridor heeft met de Rotterdamse haven negentien ‘fixed windows’ afgesproken. Dat betekent dat een schip op uur en tijd vaart en meteen bij aankomst bediend wordt. Hierdoor wordt de toenemende vertraging van binnenvaartschepen in de Rotterdamse haven tegengegaan. Dit willen wij ook in Tilburg en Oosterhout om verder te kunnen groeien met onze duwbakken. Wat nu ook belangrijk is, is dat de railterminal wordt uitgebreid. Wij gaan investeringen doen om van drie naar vier sporen te gaan.’