Uit nieuw onderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en Deltares, een onafhankelijk toegepast kennisinstituut op het gebied van water en ondergrond, blijkt dat het verantwoord is om grondverzetters en baggeraars meer ruimte te geven, schrijft Van Veldhoven. Ze wil de pfas-limiet voor de landbodem verhogen, regels voor grond gelijktrekken met die voor bagger en het maximum voor pfas in diepe plassen zonder verbinding met andere wateren verhogen.

Weinig informatie

Pfas zijn schadelijke, kunstmatige industriële stoffen. Ze worden onder meer gebruikt om materiaal water- of vetafstotend te maken. Over veel stoffen die onder de noemer pfas vallen is nog maar weinig informatie voorhanden. Stoffen waar wel onderzoek naar is gedaan, blijken risicovol voor gezondheid en natuur. Zo is van PFOA bekend dat het leverschade kan veroorzaken en schadelijk kan zijn voor de voorplanting en voor ongeboren kinderen, aldus het RIVM. Mogelijk is het ook kankerverwekkend.

Om pfas niet verder te verspreiden, werden vorig jaar strenge regels ingesteld voor de verplaatsing van vervuilde grond. Toen bleek dat pfas vrijwel overal in de bodem zit, viel het grondverzet- en baggerwerk bijna stil en kreeg ook de bouw forse tegenslag te verduren. Werkgevers en werknemers uit de branches trokken massaal naar het Malieveld om te protesteren tegen de regels, die Van Veldhoven uit voorzorg had ingesteld. Met de nieuwe normen is volgens haar ‘het overgrote deel van de knelpunten’ opgelost.

Nieuwe waarden

RIVM en Deltares hebben in het land metingen gedaan om te bepalen hoe hoog de concentraties pfas in de bodem zijn. Op die manier zijn nieuwe zogeheten achtergrondwaarden bepaald. Die komen hoger uit dan tijdelijke normen die eind vorig jaar al waren ingesteld. Voor PFOA is de nieuwe achtergrondwaarde bij gebruik op het land 1,9 microgram per kilo grond. Dat was 0,9 microgram. Voor overige pfas is dit opgekrikt van 0,8 tot 1,4 microgram. Grond die minder pfas bevat dan de achtergrondwaarde, mag worden verplaatst.

‘Bij deze achtergrondwaarden is geen sprake van risico’s voor de gezondheid of het ecosysteem’, aldus het RIVM. Het RIVM-advies ging overigens over twee specifieke stoffen: PFOS en PFOA. Van Veldhoven past de PFOS-norm ook toe op andere pfas-soorten.

Orderportefeuille

Andrea Vollebregt, directeur van de Vereniging van Waterbouwers, is tevreden dat ‘eindelijk de belangen van de branche worden erkend. De orderportefeuille van veel bedrijven in onze branche is mager gevuld. Dat komt mede door de pfas-regels’, aldus Vollebregt. De Vereniging van Waterbouwers ziet de versoepeling van de regels als een eerste stap in de goede richting, maar heeft nog wel een kritiekpuntje.

‘De staatssecretaris hanteert namelijk nog steeds verschillende normen voor PFAS, PFOA en PFOS (te weten resp. 0,8/1,4/3, red.). Het vaststellen van één landelijk dekkende norm voor alle PFAS-houdende stoffen, overeenkomstig de huidige bodemwetgeving, zou het werk minder complex maken. Onze sector opereert namelijk veelal op het scheidsvlak van grond en water. We hopen dan ook dat voor het definitieve handelingskader de normen voor PFAS verder verhoogd en genormaliseerd worden en dat dit een eerste stap in de goede richting is om meer gebruik te maken van de kennis en ervaring van de praktijkexperts uit de waterbouw’, aldus Vollebregt.