De Javabrug zou nautisch gezien een grote hindernis in het IJ hebben gelegd. Daar was iedereen het al over eens, behalve het college. Dat ging voor de goedkoopste oplossing (toch nog steeds 200 miljoen euro) over het smalste stukje vaarweg (200 meter) om de sprong over het IJ te maken.

Het plan was niet goed doordacht, bevestigt nu de adviescommissie, die er verder weinig woorden aan vuil maakt. Experts hadden eerder al brandhout gemaakt van de oeververbinding. Zo werd de brug gepland in een bocht waar nautisch gezien al grote risico’s lagen voor het veilig afwikkelen van de beroepsvaart. Daarnaast was het onzeker of de binnenvaart met vier lagen aan containers nog wel de nieuwe brug zou kunnen passeren. Door de beperkte ruimte aan de beide oevers zou de Javabrug direct de hoogte in moeten schieten (11,50 meter) om aan Europese eisen voor het containervervoer te kunnen voldoen. Dat had alleen gekund door de opritten van de Javabrug te voorzien van een soort wokkel om het forse hoogteverschil te overwinnen. De Javabrug werd dan ook gekscherend de Wokkelbrug genoemd.

De hoofdstad stuurde met de brug een verkeerde boodschap naar Den Haag. In IJmuiden wordt nu net voor een slordige half miljard euro een grote zeesluis gebouwd voor de Amsterdamse haven, waardoor de hoofdstad over enkele jaren een grote voordeur krijgt. Het wekte in Den Haag dan ook nogal bevreemding, dat Amsterdam met de Javabrug de achterdeur weer dicht wilde timmeren. Vooral voormalig minister Melanie Schultz (Infrastructuur) was daar ‘not amused’ over.

De adviescommissie heeft nu korte metten gemaakt met de Javabrug. In plaats van de Wokkelbrug voorziet het advies in een pontverbinding vanaf het Java-eiland naar Amsterdam-Noord, terwijl er een voetgangerstunnel moet komen vanaf het Centraal Station onder het IJ. Daarmee kan de beroepsvaart ongehinderd worden afgewikkeld, heet het. Verder moeten er twee nieuwe ‘iconische’ bruggen komen aan de oost- en westkant van de stadskern voor het fiets- en ov-verkeer. Die oeververbindingen komen op twaalf meter hoogte te liggen, zodat er geen enkele hinder is voor het scheepvaartverkeer. Daarnaast worden ze ook nog eens voorzien van brugkleppen voor grote schepen, waardoor het IJ een ‘toekomstvaste, vrije en robuuste vaarweg’ blijft. Tevens hakt de adviescommissie definitief de knoop door voor de verplaatsing van de cruiseterminal in het stadscentrum. Die moet aan de kop van de huidige Coenhaven komen.

Ruimtelijk schetst de commissie met het doorwrochte advies de contouren voor een hoofdstad waar het havenbedrijfsleven en de toenemende woningbouw van de hoofdstad goed worden bediend. De volgende belangrijke stap zijn de kosten. De commissie laat de vraag over het prijskaartje van al die vaste oeververbindingen helaas onbeantwoord. Zelfs een indicatie wordt in het rapport niet gegeven. Die zal hoofdzakelijk moeten komen uit de komende gesprekken tussen Rijkswaterstaat en het Amsterdams stadsbestuur.