Door de keuze van de commissie, die was ingesteld door het Amsterdamse stadsbestuur en Rijkswaterstaat, komt er een einde aan jarenlange onenigheid tussen de Rijksoverheid en de hoofdstad over een geschikte vaste oeververbinding over het IJ. De twee bruggen waarvoor nu is gekozen, liggen op gepaste afstand van het centrum en verbinden in het oosten het Azartplein op het KNSM-eiland met de Johan van Hasseltweg in Amsterdam-Noord. De tweede brug verbindt de westelijk gelegen Houthavens met de NDSM-werf in Amsterdam-Noord. In de plaats van de Java-brug moet er in het centrum wel een voetgangerstunnel komen die het Centraal Station moet verbinden met Amsterdam-Noord. Die zal in de toekomst de huidige veerdiensten over het IJ ontlasten. ‘Om de druk op de ponten te verlichten, adviseren we een voetgangerstunnel tussen beide IJ-oevers. Die tunnel moet in feite een verlenging van de stationshal worden.’

Vaargeul

De twee bruggen komen op een hoogte van 12,5 meter boven het IJ te liggen, voor binnenvaartschepen hoog genoeg om met vier lagen aan zeecontainers makkelijk de bruggen te baseren, aldus de commissie. Voor nog hogere schepen kunnen de bruggen deels opengaan. Het conceptinrichtingsplan voorziet verder op het IJ een vaargeul met een breedte van minimaal 160 meter voor binnenscheepvaart, ‘met parallelle nevengeulen van 35 meter breed aan beide zijden’. Ook wil de commissie onder voorzitterschap van de Belgische hoogleraar urbanisatie Alexander D’Hooghe (Universiteit Leuven) ruimte reserveren voor voldoende wacht- en ligplaatsen ter hoogte van het KNSM-eiland. Ook moet er een verbreding van het Amsterdam-Rijnkanaal ter hoogte van de Amsterdamse brug komen.

Er wordt een stappenplan voorgesteld waarbij de huidige cruiseterminal in het centrum van de stad naar de Coenhaven wordt verplaatst. Ook dient de Oranjewerf te worden gesloten. Volgens de Commissie kan er rond de monding van de Coentunnel niet worden gewoond, en biedt dat ‘de beste mogelijkheden’ om cruiseschepen aan te meren. ‘De Coentunnel wordt daarmee de grens tussen de stad en haven.’

Pontverbindingen

De twee bruggen zijn vooral bedoeld voor fietsers, maar er komt ook ruimte voor trams en pendelbussen. De commissie adviseert verder een nieuwe pontverbinding tussen Sporenburg en de Sluisbuurt, waar de komende jaren duizenden woningen zullen worden gebouwd. Ook moet er een extra pontverbinding komen op de plek waar het stadsbestuur van Amsterdam aanvankelijk de Javabrug had gepland. Twee bestaande pontverbindingen (Pontsteiger – NDSM en Azartplein – Zamenhofstraat) komen met de komst van de vaste oeververbindingen te vervallen.

Volgens de adviescommissie zijn bruggen niet alleen cruciaal voor de duurzame groei van stedelijke regio’s voor 2050, maar hebben ze ook een ‘iconische en economische waarde’. ‘Amsterdam strijdt met andere steden om talent en kapitaal, en deze bruggen oefenen straks een enorme aantrekkingskracht uit.’

Definitief plan

Wethouder Marieke van Doorninck (ruimtelijke ontwikkeling) van de gemeente Amsterdam verwacht op basis van dit advies komend najaar overeenstemming te bereiken met het Rijk over een definitief plan voor de IJ-verbindingen. Verladersorganisatie Evofenedex noemt het intussen ‘positief’ dat de adviescommissie kiest voor bruggen met een minimale hoogte van 11,35 meter en dat ze daarmee de boodschap van de transportsector ‘ondersteunt’ voor ongehinderd scheepsverkeer op het IJ. ‘Dat is goed voor de economie en voor onze duurzaamheidsambities’, schrijft de belangenbehartiger.

Ook de Amsterdamse ondernemersvereniging Oram is positief over het stappenplan van de commissie. ‘Wij zijn voorstander van een goede verbinding van de IJ-oevers waarbij rekening wordt gehouden met de nautische veiligheid en doorstroming en de belangen van de Amsterdamse haven’, aldus directeur Kees Noorman in een reactie. Dat de commissie in het plan het belang van de aanwezige haven en industrie onderschrijft voor een sterke economie van de Metropoolregio, is ‘pure winst’, stelt hij. ‘Wij maken ons hard voor een diverse en veerkrachtige economie. De haven is daarbij onmisbaar,’ zo benadrukt hij.

Waarom was Javabrug een slecht idee?

Het woord ontraden wilde de toenmalige Amsterdamse havenmeester Marleen van de Kerkhof in 2018 nog net niet in de mond nemen over het allerlaatste prestigeproject van de hoofdstad, de Javabrug over het IJ. Ze sprak liever van een ‘ingewikkeld project’. Het stadsbestuur koos uit kostenoverwegingen voor een brug over het smalste stukje IJ, maar vergat dat daar de manoeuvreerruimte voor de binnenvaart al beperkt was. Niet alleen ging het bij de Javabrug om het smalste stukje vaargeul, maar er lag ook een bocht in het IJ die reeds de nodige stuurmanskunst van de binnenschippers vergt. Uit nautische veiligheidsoverwegingen was de oeververbinding op die plek dan ook niet verstandig. Daarnaast was het maar de vraag, of de brug de noodzakelijke hoogte van 11,35 meter kon krijgen voor het vierlaagse containervervoer.