Het railgoederenvervoer in het Zeeuwse havengebied zal door de aanleg van 8 kilometer spoor tussen het Belgische Zelzate en het Nederlandse Terneuzen fors gaan toenemen, zegt directeur Jan Lagasse van North Sea Port (NSP).

Nu wordt er nog 9 tot 10% van de goederen van en naar schepen per trein vervoerd. Door de aanleg van het stukje rail, een ‘missing link’, zal dat aandeel op zeker 15% uitkomen in 2030, verwacht hij.

Voor het zogeheten project Rail Ghent Terneuzen heeft het Belgische federaal parlement recent het groene licht gegeven. Eind vorig jaar keurde de Tweede Kamer al een motie goed om verder onderzoek te verrichten en Rail Gent Terneuzen op te nemen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) van 2020.

Daarbij gaat het om drie onderdelen die tegen een bedrag van bijna 200 miljoen euro de transportcapaciteit van de Belgisch-Nederlandse fusiehaven over het spoor aanzienlijk moeten vergroten. De eerste oplossing betreft de missing link van acht kilometer tussen de plaatsen Axel en Zelzate. Aanleg daarvan moet ervoor zorgen dat Terneuzen en Gent met elkaar worden verbonden over het spoor. De tweede oplossing is een noordelijke ontsluiting van Zandeken en de derde aanpassing betreft de Brug Zuidoost bij Brug Sluiskil, legt Lagasse uit.

Tekst loopt door onder kaart.

Bottleneck

Dat het kleine stukje spoor tussen het Belgische Zelzate en het Nederlandse Terneuzen eindelijk wordt aangelegd, is volgens Lagasse een grote doorbraak. ‘Een van de belangrijkste problemen is dat de bedrijven die aan de oostelijke kant van het kanaal gevestigd zijn, met hun goederen op dit moment eerst per spoor naar het noorden moeten om daarna over de Sluiskil-spoorbrug richting België te kunnen rijden. Dat wordt een steeds minder aantrekkelijke route door het toenemende binnenvaartverkeer. Daarnaast wordt de Sluiskil-spoorbrug door de nieuw aan te leggen zeesluis steeds meer ‘een grote bottleneck’, aldus de havendirecteur. ‘Verder hebben we de grote koppeling tussen de Seine en de Schelde. Die gaat ook voor meer verkeer zorgen over de binnenwateren.’ Door deze ontwikkelingen zal de Sluiskil-spoorbrug volgens Lagasse straks voor 15 tot 17 uur per dag openstaan. ‘Zo dood je het spoorproduct als we niks doen.’

De directeur verwelkomt daarom het Belgisch besluit om via het project Rail Ghent Terneuzen nu het laatste stukje spoor aan te leggen. Daarbij wijst hij erop dat de eerste plannen voor het spoorproject al dateren uit 1968. Daarna werd het volgens hem tientallen jaren stil rond het ontbrekende stukje spoorlijn. Toen de bestuurder in 2014 bij Zeeland Seaports begon, was er een werkprogramma zeehavens in de maak. ‘Ik slaagde erin om het oude railproject weer op de agenda te krijgen. Eigenlijk is dit plan een soort monster van Loch Ness dat steeds weer opduikt,’ grapt Lagasse.

Coalition of the willing

Uit een studie die volgde uit het werkprogramma zeehavens bleek volgens Lagasse dat er opnieuw veel kansen waren om het spoorproject nieuw leven in te blazen. ‘Daarna ontstond een ‘coalition of the willing’ met de stad Gent, de gemeente Terneuzen, de provincies Zeeland en Oost-Vlaanderen en de toenmalige havenbedrijven haven van Gent en Zeeland Seaports (inmiddels gefuseerd tot het gemeenschappelijke havenbedrijf North Sea Port, MvG). De partijen besloten vervolgens om elf studies uit te voeren om te kijken wat de haalbaarheid zou zijn van het spoorproject.’ Uiteindelijk leverden de studies de conclusie op dat de aanleg van het stukje spoor voor de gehele havenregio voordelen zou bieden en grote baten met zich zou meebrengen.

Het project biedt volgens Lagasse economische, duurzaamheids- en efficiëntievoordelen. ‘Door de aanleg van de missing link hoeven spoorvervoerders niet meer via Terneuzen te rijden. Ze hebben straks twee kanten om richting België de vrachttreinen te laten rijden, wat meer veiligheid biedt en onnodig vervoer voorkomt. Verder haalt het vrachtwagens van de weg en draagt het zodoende bij aan onze duurzaamheidsdoelstellingen.’

Een aanvullend voordeel van de verlenging van de bestaande spoorlijn-204 tussen Gent en Zelzate richting Terneuzen is dat er straks ook mogelijkheden worden geboden voor het personenvervoer, zegt de directeur. ‘Het havengebied tussen Gent en Terneuzen wordt niet alleen een grote economische ruimte, maar ook een sociale ruimte. We vergroten de arbeidsmobiliteit aan beide kanten van de grens.’

Lagasse wijst er ook op dat het railproject zorgt voor een koppeling met alle achterlandverbindingen die vanuit het havengebied van Gent richting tientallen plaatsen in Europa gaan. Daarnaast komt er een koppeling met de Nieuwe Zijderoute richting China.

Bekijk het interview dat zusterblad SpoorPro had met Jan Lagasse.

Geen geld uit Den Haag

Ten vroegste in 2028 wil Nederland geld vrijmaken voor de missing link die de haven van Gent per spoor met de haven van Terneuzen moet verbinden. Dat bleek uit de nota van het ministerie van Infrastructuur uit 2016. ‘Voorlopig zijn er andere prioriteiten’, schreef het ministerie destijds. De geschatte investering van tachtig miljoen euro zou met het oog op de bouw van een nieuwe zeesluis in Terneuzen logisch zijn, heette het destijds van de kant van de regionale havenbedrijven. Vrachttreinen moeten nu via de oostzijde van het kanaal van Terneuzen naar Zelzate sporen en vanaf de Axelse Vlakte terugkeren naar Terneuzen, over de brug en daarna naar Zelzate. ‘Een onhandige, tijdrovende en bij uitval van de brug kwetsbare verbinding’, aldus Zeeland Seaports.