Dat zegt het Rotterdamse advocatenkantoor AKD, dat de belangen van het zestal behartigt. Wie dat zijn, is niet duidelijk. Volgens de scheepvaartbedrijven probeert de ITF in strijd met Europese wetgeving schepen te dwingen om havenwerkers in te zetten voor het sjorren, vast- en losmaken, van containers aan boord van hun schepen.

Ze willen dat Brussel onderzoek doet naar de ITF en de aangesloten Nederlandse vakbond FNV Bondgenoten en hun campagne om het sjorwerk aan boord uit te laten voeren door havenwerkers en niet door bemanningsleden.

Het gaat met name om de ‘Dockers clause’ in de overeenkomst uit 2018 tussen de ITF en de zogenoemde Joint Negotiating Group (JNG) van maritieme werkgevers. De zes zeggen dat de JNG niet namens hen heeft onderhandeld.

Gekwalificeerde havenwerkers

De clausule bepaalt dat het sjorwerk uitgevoerd moet worden door gekwalificeerde havenwerkers, die lid zijn van een bij de ITF aangesloten vakbond. Alleen als die niet beschikbaar zijn, mogen bemanningsleden dat werk doen, nadat de ITF daar toestemming voor heeft gegeven.

Precies dat laatste punt ondergraaft het argument van de vakbonden dat sjorren door zeevarenden leidt tot onveilige situaties, betoogt AKD. Als er geen havenwerkers beschikbaar zijn, mogen zeevarenden het werk opeens wel doen. Het kantoor stelt dat zeevarenden volledig voor het werk zijn opgeleid, het meest vertrouwd zijn met hun schepen en dat ze er alle belang bij hebben om de veiligheid te handhaven.

Concurrentie uitsluiten

Volgens de scheepvaartbedrijven gebruikt de ITF de clausule om concurrentie buiten te sluiten. AKD wijst erop dat de Dockers clause in 2020 van kracht werd na een ITF-campagne van vijf jaar en haalt er een artikel uit De Containerkrant van FNV Ports uit 2015 bij.

Daarin valt te lezen dat ‘de bestaande havenvakbonden allemaal leden hebben verloren door automatisering en de introductie van nieuwe technologieën. Dit betekent dat elke baan in de havensector voor havenarbeiders moet zijn of worden om voldoende leden te werven zodat de vakbonden een kracht blijven waarmee rekening moet worden gehouden’.