Het energieconcern heeft zich daarnaast samen met stroomproducent Eneco via de joint venture CrossWind kandidaat gesteld voor de bouw van het windpark Hollandse Kust Noord bij de kust van Egmond aan Zee. De inschrijving voor de concessie is onlangs gesloten en de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) heeft meerdere aanvragen binnengekregen. Daaronder is in elk geval ook het Deense Ørsted. De RVO maakt binnen dertien weken bekend wie het park kan gaan bouwen.

Volgens Shell en Havenbedrijf Rotterdam zou het nieuwe windpark van 750 megawatt al over drie jaar stroom kunnen leveren. De onderneming wil in 2023 vijftig tot zestig ton waterstof per dag gaan maken. Die is in het begin bestemd voor de Shell-raffinaderij in Pernis, die nu nog grote hoeveelheden ‘grijze’ waterstof verbruikt. Het concern zegt verder de ‘ambitie’ te hebben om over drie jaar genoeg waterstof te hebben om ook de transportsector te verduurzamen. Daarbij zou het gaan om 2.300 vrachtwagens op groene waterstof, ‘terwijl de markt voor vrachtwagens op waterstof zich verder ontwikkelt’.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Elektrolysefabriek

Het plan voorziet in de bouw van een elektrolysefabriek, waar water gesplitst wordt in zuurstof en waterstof door er stroom doorheen te voeren. Daar zijn grote hoeveelheden elektriciteit voor nodig. Het definitieve investeringsbesluit voor de fabriek op het zogenoemde 2 GW conversiepark van het Havenbedrijf op de Maasvlakte is nog niet genomen. Of het plan ook doorgaat als de Shell/Eneco-combinatie naast de concessie voor het nieuwe windpark grijpt, is niet duidelijk. Wel zegt Shell dat de benodigde stroom ‘bij voorkeur’ uit het nieuw te bouwen windpark moet komen.

Topvrouw Marjan van Loon van Shell Nederland zegt in een verklaring trots te zijn dat Shell samen met Eneco meedoet aan de tender om Hollandse Kust Noord te bouwen. ‘Door de koppeling van dit windpark aan een mogelijke waterstoffabriek willen we met partners en overheden een nieuwe waardeketen, van wind tot waterstof, ontwikkelen en zo een groene waterstofhub creëren’, laat ze optekenen.

Topman Allard Castelein van het Havenbedrijf zegt dat het plan perfect past in de rol die de haven van Rotterdam voor zichzelf weggelegd ziet om een publiek waterstofnetwerk in het havengebied aan te leggen. ‘De aankondiging van Shell versnelt nu onze plannen voor de aanleg van een waterstofleiding voor de Rotterdamse industrie’, zegt hij.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Mitsubishi

Parallel aan het waterstof-deel van het project gaat de joint venture CrossWind investeren in innovaties om schommelingen in windkracht op te vangen en het elektriciteitsnetwerk te ontlasten, zeggen Shell en Eneco. Dat moet een verdere daling van de stroomprijs van offshore wind opleveren. Wat voor innovaties dat zijn, is niet bekendgemaakt.

Maar volgens Kees-Jan Rameau, die bij Eneco verantwoordelijk is voor het project, ‘biedt het park volop mogelijkheden om innovatieve technieken te ontwikkelen, die van meerwaarde kunnen zijn in het versnellen van de energietransitie’. Zo kan Eneco volgens hem blijven inzetten op het streven om de groenste stroomleverancier van Nederland te zijn. Saillant detail is overigens dat Shell vorig jaar nadrukkelijk kandidaat was voor de overname van het te privatiseren Eneco. Het concern werd echter afgetroefd door het Japanse Mitsubishi, dat wel heeft aangegeven Eneco’s groene koers te willen blijven steunen.

Net als het bij het eind februari door Shell en Gasunie aangekondigde plan om in Eemshaven een waterstoffabriek met een vermogen van mogelijk tien gigawatt te bouwen, ontbreekt vooralsnog enige vorm van financiële onderbouwing. De twee energiereuzen zullen ongetwijfeld het nodige rekenwerk hebben verricht, maar dat delen ze nog niet met de buitenwacht. Shell heeft wel laten doorschemeren dat met de fabriek een investering van honderden miljoenen of meer is gemoeid.

Subsidie

De grote vraag is natuurlijk hoeveel subsidie de Nederlandse staat en en de Europese Unie bereid zijn te verstrekken. Want vooralsnog is elektrolyse-waterstof nog veel duurder dan chemisch geproduceerd waterstof. De twee bedrijven zullen ongetwijfeld naar Den Haag en Brussel kijken voor bijdragen om dat verschil te overbruggen. Overigens heeft minister Eric Wiebes in zijn ‘waterstofbrief’ van maart dit jaar aan de Kamer al een pakket steunmaatregelen aangekondigd. Daar blijkt uit dat het kabinet in principe bereid is om honderden euro’s per vermeden ton CO2 bij te dragen.

Een steun in de rug is het feit dat het windpark Hollandse Kust in principe zonder subsidie wordt aangelegd, al neemt de overheid wel de (hoge) kosten voor de aansluiting van het park op het landelijke stroomnet voor zijn rekening. De kosten van energieproductie op zee zijn zo snel gedaald dat de inschrijving voor twee eerdere parken subsidievrije concessies heeft opgeleverd. Dat levert het Rijk een besparing van ettelijke miljarden euro’s op. Dat geld kan nu via de zogenoemde SDE++-regeling mede worden ingezet voor de stimulering van groene waterstof.

Antwerpen zet in op methanol

Alsof ze het erom doen. Daags nadat Shell en Eneco hun ronkende, zij het op onderdelen nogal vage persberichten de wereld in stuurden, kwam ook Antwerpen met plannen voor een groot verduurzamingsproject.

Dit betreft een demonstratiefabriek voor de productie van groene methanol, een vorm van alcohol, als brandstof voor transportmiddelen als auto’s en schepen. Bovendien is het een belangrijk basisproduct voor de omvangrijke Antwerpse chemiesector.

Ook hier spelen offshore wind en waterstof een grote rol. Door CO2 toe te voegen aan met windenergie geproduceerde waterstof, wat methanol oplevert, wil het zevental betrokken partijen twee vliegen in één klap slaan: CO2-uitstoot door de transportsector vermijden en door de industrie uitgestoten CO2 ‘wegwerken’. Het plan wordt gedragen door Engie, Fluxys, Indaver, Vlaamse Milieuholding, Oiltanking, Ineos en Havenbedrijf Antwerpen.

Het plan is om jaarlijks 8000 ton methanol gaan produceren. Dat is veel te weinig om een serieuze bijdrage aan reductie van de CO2-uitstoot in Antwerpen van 2,5 miljoen ton per jaar te leveren. Maar daar is het dan ook proeffabriek voor. Het project lijkt behoorlijk concreet. Er is al plek gevonden, een locatie van Ineos, en de bouw zou in 2022 van start moeten gaan.

Iets soortgelijks gebeurde ook toen Gasunie en Shell eind februari aankondigden een enorme waterstoffabriek in Eemshaven te willen bouwen, met bijbehorende windparken op de Noordzee. Diezelfde dag kondigden drie partijen (Eoly, Parkwind en Fluxys) de bouw van een veel bescheidener elektrolyse-fabriek onder de naam Hyoffwind in Zeebrugge aan.

Ook dit project lijkt behoorlijk vergevorderd. Een al uitgevoerde haalbaarheidsstudie zou positief zijn uitgevallen, al werd er geen enkel cijfer genoemd. De drie willen na de zomer een definitieve investeringsbeslissing nemen, waarna de bouw volgend jaar al zou kunnen beginnen. Het idee lijkt: klein beginnen, een leercurve doorlopen en dan opschalen.