Wat is geothermie?

Geothermie, wat letterlijk aardwarmte betekent, is het halen van heet water uit de aarde. Hoe dieper je reikt, hoe heter het water is. Okke Borggreve, de projectleider van het Havenbedrijf Rotterdam: ‘We willen beginnen met een proefboring op een diepte die voor Shell bekend is – zo’n drie tot drieënhalve kilometer – omdat de mogelijkheid om warmte te winnen voor ons allemaal nog vrij nieuw is. Op die diepte is het water naar verwachting 90 graden. Dat kunnen we waarschijnlijk al gebruiken om hoogwaardige stoom voor de bedrijven in de haven te leveren. Het water dat opgehaald wordt, koelt snel weer af. Daarom kun je geen kilometerslange pijpleidingen aanleggen om de warmte te vervoeren. Je moet op de plek zelf zitten en daarom willen we in de Rotterdamse haven zelf op zoek naar aardwarmte. Deze pompinstallatie vraagt weinig ruimte en kan prima op een B-locatie geplaatst worden, waardoor de bedrijven en schepen minimale hinder ondervinden’, legt Borggreve uit. Het water dat afgekoeld is, gaat weer terug de aarde in om opnieuw op te warmen; hetzelfde principe als een warmtepomp.

Waarom geothermie?

Voor verwarming is heel veel energie nodig, die ook voor andere dingen is te gebruiken. ‘Tachtig procent van alle energie die je in een huis gebruikt, is voor de verwarming’, stelt Jeroen van Duin, manager geothermie bij Shell. De totale warmtevraag in Nederland betreft natuurlijk meer dan alleen huizen. ‘Door aardwarmte te gebruiken, kunnen we naar verwachting een kwart van de totale warmtevraag invullen. Om dat door heel Nederland te doen, moeten er veel bronnen komen. We beginnen in Rotterdam, waar we al restwarmte van fabrieken aan blokverwarming leveren. Met deze ervaring kunnen we hier de industrie van warmte voorzien. De energie die door windmolens en met zonnepanelen opgewekt wordt, kan voor transport gebruikt worden. Daar is geothermie niet voor geschikt. Maar het is wel erg geschikt om te voldoen aan de vraag naar warmte.’

Waarom in de haven van Rotterdam?

Het havenbedrijf startte in 2017 met het geothermieproject. Om de haalbaarheid te onderzoeken en uiteindelijk daadwerkelijk aardwarmte te kunnen winnen, waren kennispartners en een opsporingsvergunning nodig. Shell was eveneens geïnteresseerd in de ontwikkeling van geothermie en de twee gingen een partnerschap aan. De opsporingsvergunning die de bedrijven samen aanvroegen, is begin 2020 verleend en daarmee weten de partijen dat ze met zekerheid naar aardwarmte mogen boren. Dat gaat echter pas gebeuren als onderzoek uitwijst dat de kans om aardwarmte te winnen groot is. Energie Beheer Nederland (EBN) bracht de ondergrond gedetailleerd in kaart door gebruik te maken van bekende data. Dit was een onderdeel van het nationale SCAN-programma.

Met kennis van de grond in kaart gaat het consortium kijken wat de meest kansrijke locatie is om warmte te winnen. Uitgaande van de ambitie om te verduurzamen in de industrie, is de verwachting dat er interesse zal zijn in deze nieuwe energiebron. Bedrijven uit de haven worden uitgenodigd door het Havenbedrijf en Shell om hierover van gedachten te wisselen en mee te denken.

Hoe gaat het in zijn werk?

Het hete water wordt aan de ondergrond onttrokken met een boorput. Hoe dieper die put reikt, hoe warmer het water is dat je ophaalt: gemiddeld 30 graden per kilometer diepte. Het gezamenlijke doel is om te onderzoeken of water van zo’n 140-150 graden kan worden opgepompt om stoom en warmte te leveren aan de industrie. Shell heeft nog nooit geboord op die diepte – daarom zal het in eerste instantie vooral een onderzoeksproject zijn. ‘Om aan de stoomvraag te voldoen, is 140-150 graden nodig. Dat zit dieper dan we normaal boren, namelijk op zo’n vijf kilometer. Alleen weten we niet hoe goed we water kunnen winnen op die diepte. Waarschijnlijk gaat dat niet rechttoe-rechtaan, maar moet dat bijvoorbeeld met fracking gedaan worden. In dat geval halen we water uit hele kleine gaatjes en niet uit een put, zoals dat bij gaswinning vaak gebeurt. Op de diepte waar wij willen boren, is de grond minder open’, legt Van Duin van Shell uit. Hiervoor is veel onderzoek nodig en dus veel geld. De overheid steunt dit onderzoek met de Green Deal UDG.

Tekst loopt door onder afbeelding.

Heeft de transportsector hier iets aan?

‘Niet direct’, geeft Van Duin toe. ‘Maar indirect wel. Als je minder hernieuwbare brandstoffen voor opwarming nodig hebt, dan blijven die bronnen, zoals bio-lng, beschikbaar voor de transportsector. Die wordt daardoor steeds duurzamer, wat beter is voor iedereen. Meer duurzame energie betekent minder uitstoot en meer vrachtwagens die in de binnensteden mogen komen. Uiteindelijk wordt iedereen er beter van. Voor de vervoerders in de haven komt er iets nieuws bij, maar doordat er flexibiliteit is bij het zoeken naar een locatie voor de boorinstallatie, zal er amper hinder zijn voor de omgeving.’