GCT concurreert in de Verenigde Staten stevig met de terminaldivisie van Maersk Group: APM Terminals. Het bedrijf beschuldigde Maersk van het illegaal beëindigen van het contract dat volgens GCT nog op z’n minst twintig maanden loopt en stapte naar de rechter in de hoop dat het besluit zou worden teruggedraaid.

Maersk had sinds 2015 een exclusieve deal met GCT om de terminal op Staten Island in New York te gebruiken op drie van haar routes naar de VS. Die overeenkomst kan volgens de terminalexploitant op z’n vroegst worden opgezegd met een opzegtermijn van zes maanden vanaf 31 december 2021. De Deense carrier beëindigt de samenwerking echter vanaf 1 mei aanstaande.

5,5 miljoen dollar

Dit plotse besluit werd door Maersk meegedeeld in een korte brief, die op 10 april is verzonden. In het schrijven bieden de Denen 5,5 miljoen dollar ter compensatie aan. Deze compensatie bestaat onder meer uit een vergoeding van 2,1 miljoen dollar voor vroegtijdige beëindiging.

Maersk noemt de opzeggingsvergoeding, die is berekend op basis van inkomsten die GCT misloopt, ‘een genereuze raming gezien de onzekerheid met betrekking tot covid-19′. Daarnaast biedt het bedrijf nog een extra bedrag van 3,4 miljoen dollar om ‘aan alle verplichtingen te voldoen’.

John Atkins, president van GCT USA, is niet te spreken over de manier waarop Maersk het bedrijf in kennis heeft gesteld over het besluit om zich eenzijdig terug te trekken uit die samenwerking. Dit blijkt uit processtukken.

Atkins claimt dat de container carrier de overeenkomst zonder reden en twintig maanden te vroeg heeft opgezegd. De aanzegging werd volgens de topman verstuurd op Goede Vrijdag, een nationale feestdag, met een voorafgaande kennisgeving van slechts twintig dagen en ten tijde van ‘een alsmaar voortdurende covid-19-noodsituatie’ die New York al wekenlang in zijn greep houdt.

Slechte timing

‘De timing kon niet slechter. Gezien de richtlijnen rondom social distancing en thuisblijven en de algehele bezorgdheid over de verspreiding van infecties, maakt dit het managen van een noodsituatie extreem moeilijk’, aldus Atkins.

De GCT-topman beweert dat Maersk en dochteronderneming Hamburg Süd hun operaties willen overhevelen naar zusterbedrijf APM Terminals in Port Elizabeth. Deze onderneming ligt in het nabijgelegen New Jersey en is een directe concurrent van de terminal op Staten Island. Atkins: ‘Het verwerpelijke gedrag wordt versterkt vanwege het feit dat Maersk in feite zaken steelt van GCT en deze vervolgens aan haar eigen zakelijke partner, APMT, gunt.’

Atkins beschrijft dat het vertrek van Maersk ‘onmiddellijk catastrofale gevolgen zal hebben voor het zakelijke en financiële welzijn van GCT en haar werknemers’. Volgens hem zijn de aanlopen van Maersk en Hamburg Süd goed 60% van de zeecontaineroperaties van de terminal en 46% van alle containeroverslag, inclusief lokale binnenvaartactiviteiten.

153 calls

In 2019 resulteerde het partnerschap in 153 calls en leverde het een omzet van 52,6 miljoen dollar op voor de terminal van GCT. Als de overeenkomst twintig maanden voortijdig wordt beëindigd, verwacht het bedrijf ten minste 240 aanlopen ter waarde van 61,9 miljoen dollar te verliezen.

Daarmee zou het bedrijfsresultaat voor dit jaar 7,1 miljoen dollar in het rood eindigen, waarmee de toekomst van de terminal in het geding komt. De terminalexploitant vreest in dat geval dat er meer dan honderd banen op de tocht komen te staan.

In een schriftelijke reactie aan de website FreightWaves onderschrijft een woordvoerder van Maersk dat het bedrijf momenteel is betrokken bij een lopend contractgeschil met Global Container Terminals. ‘We kunnen ook bevestigen dat Global Container Terminals in zijn rechtszaak beweert, dat als Maersk ophoudt om GCT aan te lopen, de continuïteit van bedrijf niet langer zal zijn gewaarborgd.’

Processtrategie

Die uitleg trekt Maersk ernstig in twijfel. ‘Wij zijn van mening dat de bewering dat Global Container Terminals, dat eigendom is van investeringsfondsen met vele miljarden dollars, failliet zal gaan als gevolg van het contractgeschil, opzettelijk is opgeblazen om onnodig angst te creëren in deze tijd van onzekerheid.’

Volgens de Deense carrier maakt de claim deel uit van de processtrategie waarbij GCT tracht de boel af te leiden in plaats van de aandacht te vestigen ‘op de contractuele rechten en rechtsmiddelen waarover GCT eerder heeft onderhandeld en nu spijt heeft’.

Eigenaren

Het in Vancouver gevestigde GCT heeft vier terminals, twee in British Columbia in Canada en twee in de Verenigde Staten: Staten Island in New York en Bayonne in New Jersey. GCT is eigendom van drie zeer grote institutionele beleggers: het Ontario Teachers ‘Pension Fund bezit 37,5%, IMF Investors 37,5% en British Columbia Investment Management 25%. Zoals Maersk al aangaf, hebben deze bedrijven goed gevulde zakken. Samen hebben ze een vermogen van zo’n 534 miljard dollar.

Op de vraag of de verplaatsing van de operaties ook zou hebben plaatsgevonden als er geen uitbraak was geweest van het coronavirus, antwoordt Maersk: ‘We kunnen en willen niet speculeren over wat er onder verschillende omstandigheden zou gebeuren. Dit was geen lichtvaardige beslissing.’ De Denen noemen het betreurenswaardig dat GCT haar vertrouwelijkheidsverplichtingen heeft geschonden door schikkingsgesprekken openbaar te maken.

Afgelopen vrijdag werden alle bezwaren van GCT door een rechtbank in New York van tafel geveegd. Het staat Maersk vrij om de overeenkomst te verscheuren en de operaties naar de eigen terminal in Port Elizabeth te verplaatsen die onlangs voor 200 miljoen dollar geüpgraded.

Of GCT zich neerlegt bij dit besluit valt nog te bezien. Het bedrijf heeft eerder gewaarschuwd ver te willen gaan om het vertrek van de Denen te dwarsbomen. Wordt vervolgd.