Directeur Bas Janssen van de vereniging voor Rotterdamse havenondernemers Deltalinqs zegt dat het weliswaar hier en daar piept en kraakt in de haven, maar dat het eigenlijk ondanks zes weken crisis behoorlijk goed is gegaan. Voor hemzelf is er wel veel veranderd: ‘Ik heb vierkante ogen door de hele tijd naar een scherm te kijken en veel te vergaderen via dat scherm. Corona beheerst wel m’n leven, maar gelukkig gaat ook het werk aan de reguliere dossiers door.’

Bas Janssen (tekst loopt door onder foto).

Janssen maakt zich wel zorgen om wat er komen gaat. ‘Wat helpt is dat we bestempeld zijn tot cruciale sector, maar de verwachting dat de overslag in het tweede kwartaal wel 30% kan terugvallen, kan zeker uitkomen. Voor sommige sectoren viel de omzet weg alsof er een knop was omgezet. In de haven zijn we gelijk in de actiemodus gegaan om te zorgen dat de boel door kan gaan. Maar we verwachten een behoorlijke achteruitgang, omdat fabrieken in Duitsland stilliggen en districentra in het achterland gesloten zijn. In het begin was het nog even voorraad aanvullen, maar dat is straks weg’, aldus Janssen.

Hij pleit wel voor nuancering. ‘De terugval van de kolenoverslag in het eerste kwartaal zat er al deels aan te komen, al was het een stuk forser dan we verwacht hadden. Voor de containeroverslag was februari niet echt goed met veel stormweer. Antwerpen had daar minder last van. Je ziet dat men in België het in de containeroverslag al een tijd goed doet. Dat is deels een compliment waard, maar als je dit soort getallen ziet, zeg ik altijd: werk aan de winkel. Het is niet goed als je directe concurrent het al een langere tijd beter doet.’

Antwerpen

Janssen vindt dat het kabinet meer moet doen om ervoor te zorgen dat ladingpakketten weer naar Rotterdam komen. Hij geeft het voorbeeld van de NVWA-tarieven voor de controles op het gebied van voedsel en waren. Janssen: ‘Die zijn al jaren structureel veel hoger dan die in Antwerpen. Dat is zo’n geval waarvan ik denken: jongens, oplossen die handel. En die oplossing ligt wat mij betreft in het Haagse. Mijn boodschap is, investeer in je concurrentiepositie.’

Volgens hem hangt het antwoord op de vraag hoe snel Rotterdam in de tweede helft van het jaar kan terugveren, sterk af van hoe lang het gaat duren voordat de economie weer op toeren komt. ‘Als we dat op een intelligente manier doen, heb ik er goede hoop op dat we in de grafieken een V-vorm te zien krijgen. Als dat niet het geval is, kan het wel een U worden met een hele brede onderkant en dat baart mij zorgen’, zegt hij.

Volgens hem is Rotterdam heel snel begonnen met het zogenoemde corona-overleg, waarbij alle betrokken partijen uit de haven aan tafel zitten bij het Havenbedrijf. Hij is daar tevreden over: ‘In het begin was het vooral de logistieke sector, maar na een week of drie kwam ook de industrie erbij. Een mooi voorbeeld is Shell, die een grote onderhoudsstop gaat doen en uitgebreid gecommuniceerd heeft hoe ze dat aanpakken in de 1,5-meter-economie.’ Het werk aan de reguliere dossiers gaat intussen door, waarbij vooral stikstof hoog op de ranglijst staat.

Malieveld

Janssen: ‘We hebben de boeren op de trekkers en de bouwers op het Malieveld gezien. Ik vind dat er veel te weinig aandacht is geweest voor de belangen van de industrie. Er moet dus vanuit de Rotterdamse industrie een hele stevige lobby komen om dat stikstofvraagstuk aan te pakken. De bouwers en de boeren hebben dat goed gedaan, al overschreeuwen de laatsten zich ook wel eens. Ik vind dat wij daar in het Haagse misschien wel een tandje bij hadden kunnen zetten. Wat dat betreft kan onze Haagse lobby wel een boost gebruiken.’

Zijn grootste tip aan de Rotterdamse havengemeenschap: ‘Vooral stabiel doorgaan. We hebben laten zien dat we dat kunnen met ons aanpassingsvermogen en stabiliteit. Maar we moeten wel druk uitoefenen met onze lobby zodat die economie weer echt gaat draaien. Dan heb ik er vertrouwen in dat we er uiteindelijk als sterkste uitkomen.’

CEO Andre Kramer van Kramer Group lijkt een van die witte raven, die de vraag juist ziet toe- in plaats van afnemen. Zijn empty depots staan voller dan ooit. ‘Ik heb nog nooit zo veel lege containers op onze locaties in opslag gehad als nu. Het staat barstensvol en we rijden zelfs containers over naar andere locaties om op de Maasvlakte operationeel te kunnen blijven. Waar we normaal gesproken zo’n 17.000 teu hebben, zijn dat er nu 30.000’, schetst hij de situatie op de Maasvlakte.

Andre Kramer (tekst loopt door onder foto).

Op persoonlijk vlak is voor Kramer veranderd dat hij veel thuis werkt en bijna alles via het scherm doet. Hij zegt verbaasd te zijn hoe goed dat werkt: ‘Alles loopt gewoon door. Ik denk ook dat we in de toekomst veel meer thuis gaan werken. Het lost een beetje het file- en misschien ook het stikstofprobleem op, want het is duurzamer. Het zou mij ook niet verbazen als er in de toekomst minder gereisd gaat worden.’ Zijn bedrijf kent zelfs geen enkel geval van mensen die ziek zijn geworden door het coronavirus. Kramer: ‘Maar we hadden wel een ziekteverzuim van 20% na de oproep van premier Rutte om toch vooral thuis te blijven’.

Het bedrijf kreeg een tijdje geleden voor het eerst aanvragen voor de opslag van volle containers, onder andere van Nike, maar zo ver is het uiteindelijk niet gekomen. Hij vermoedt dat die containers inmiddels op inland depots staan, bijvoorbeeld langs de Rijn, in de buurt van hun eindbestemming: ‘Ze staan in elk geval niet bij mij en ook niet ergens anders in Rotterdam’.

Kramer’s grootste tip: ‘Richt je bedrijf alvast in op de 1,5-meter-samenleving, want dat is wel waar we naartoe gaan. Zorg dat je liquide blijft en beperk niet-noodzakelijke onkosten. Kortom, hope for the best, prepare for the worst.’

Ook voor Paul van Hoof van het AON – COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement zijn het bijzondere tijden. Enerzijds heeft de organisatie het op het gebied van crisismanagement heel druk. Anderzijds is het bedrijf net als talloze andere ondernemingen digitaal gegaan op het gebied van voorbereiding op een crisis, zoals trainen en oefenen. Daarbij valt de denken aan advisering, zoals het opzetten van crisisteams om tot kortere lijnen te komen en na te denken wat deze stap voor een organisatie betekent.

Paul van Hoof (tekst loopt door onder foto).

Volgens Van Hoof kunnen bedrijven zich op verschillende crisisscenario’s voorbereiden: ‘Je weet dat je om moet gaan met dreiging en onzekerheid. Van tevoren moet je goed bedenken wie je op zo’n moment bij elkaar zet, zodat je als team integraal weet welk besluit je moet nemen. Je ziet dat organisaties dan toch tegen dingen aanlopen, waar ze niet uitkomen. Dan kunnen wij helpen, bijvoorbeeld door de integraliteit van de beslissingen te bevorderen’.

Bedrijven kunnen volgens Van Hoof veerkracht organiseren: ‘Dat doe je met elkaar door na te denken over hoe de keten versterkt kan worden. Corona-overleg is een goed voorbeeld. Kijk wat er bij jou gebeurt als ik A doe en wat er dan bij mij gebeurt. Neem een brand. Dan ga je als bedrijf samenwerken met de overheid. Bij cyber, en ook bij de coronacrisis, is het onzichtbaarder. Er is geen vuur en er zijn geen vlammen. Dus door informatie te delen, zorg je voor weerbaarheid’.

Stekkermandaat

Volgens Van Hoof is het notpetya-virus (waar Maersk/APM Terminals zwaar door werden getroffen – red.) een goed voorbeeld. ‘Er zijn toen bedrijven offline gegaan die dat misschien niet hadden hoeven doen als ze de juiste informatie hadden gehad. Er zijn ook overeenkomsten te vinden tussen cyber, een digitaal virus, en corona, een natuurlijk virus. Ze zijn namelijk beide onzichtbaar. We weten niet hoe lang het gaat duren, en of er tweede golf komt’, zegt hij.

Van Hoof vindt niet dat cyber security nu even op de tweede plaats komt. ‘We zijn allemaal thuis online gaan werken. Je ziet dan ook dat de cybercriminaliteit toeneemt, bijvoorbeeld bij MSC. Dat is een situatie waarin wij hulp zouden kunnen bieden. Bedrijven moeten zich afvragen wat er op ze afkomt en welke spannende besluiten ze zouden moeten nemen, bijvoorbeeld offline te gaan. Wij noemen dat ook wel het stekkermandaat. Daar moet je over nadenken. Waar in de organisatie wordt dat besluit genomen en wie neemt dat besluit?’, betoogt Van Hoof.

De grootste tip die Van Hoof wil meegeven is de volgende: ‘Denk vanuit impact en denk vanuit nu en straks. We moeten dus nu al gaan nadenken over de vraag wat we gaan doen als het een U-vormige recessie wordt en wat als het een V wordt. Dus je moet zorgen dat je ongeveer weet wat je gaat doen als het situatie A of B wordt. En tenslotte: doe het met elkaar, probeer die keten bij elkaar te krijgen.’

Kramer: ‘Zet vaart achter CER’

Andre Kramer is blij met de aanleg van de Container Exchange Route (CER) tussen de containerterminals op de Maasvlakte: ‘Zo’n baan om containers van ons barge service centrum zo voordelig mogelijk uit te wisselen met de buren is essentieel. Maar het heeft wel lang geduurd en we weten nog steeds niet wie de vervoerder gaat worden.’

Kramer steunt de aanpak van het Havenbedrijf om de planning en regie zelf op zich te nemen via het dochterbedrijf PortShuttle. ‘Dat is prima, want dat is best een neutrale partij. Maar ook zo’n planner rekent een fee en het is belangrijk dat die zo laag mogelijk is’, stelt hij. Over de discussie bemand versus onbemand vervoer via de CER zegt hij dat voor het laatste stukje op de terminals altijd nog mensen nodig zijn.

Oorspronkelijk was het idee om met multi trailers systems (mts’en, containertreintjes van maximaal tien teu met een bemande trekker) te gaan rijden. Daar is de CER op aangelegd, met bijvoorbeeld lage hellingshoeken bij de viaducten.

Kramer: ‘Alles was ingericht op mts, maar nu gaan we toch meer kijken naar de autonome kant. Dus dat wordt een soort onbemande terminaltrekker. Maar die heb ik nog nooit eerder gezien, en ze zijn ook nog niet besteld. En ik hoop niet dat we dan nog eens een jaar moeten wachten tot die er zijn terwijl de baan al enige tijd klaar is’.