In het afgelopen jaar werd 1.589.212 ton goederen verscheept in de haven. Dit is een stijging van 1,7% vergeleken met het jaar ervoor. De groei voltrok zich in alle cargo-segmenten, van ertsen, grind en zand tot chemicaliën, landbouwproducten en kleiproducten. Deze cijfers zijn vooral te danken aan de hoogconjunctuur in de bouwsector, meldt Oostende in een toelichting op de cijfers.

Hoog tonnage

Na twee sterke jaren (2017 en 2018) op het vlak van zandwinning, te danken aan eenmalige zandsuppleties en een sterke bouwconjunctuur, was er ook in het jaar 2019 groei zichtbaar op het vlak van tonnage bij de zand- en grindterminals (2,1%). Ook voor 2020 verwacht de haven een hoog tonnage.

Alleen de tonnage van de windturbine-onderdelen is gedaald. Twee jaar geleden werden 42 windturbines in de Rebo-terminal afgehandeld voor het Rentel-windparkproject, ten opzichte van 23 windturbines voor het Northwester 2-project in 2019. Het is de verwachting dat in 2020 dit segment weer groeit, door de komst van de onderdelen voor de 58 turbines van windpark Seamade.

Dronesystemen

Los van de cijfers is het feit dat ECA Group voor Haven Oostende gekozen heeft een opmerkelijk succes. ECA Group is actief in robotica, geautomatiseerde systemen, simulatie en industriële processen en vestigt een nieuwe fabriek in Oostende. Van daaruit worden dronesystemen voor de Belgische en Nederlandse marine gebouwd om mijnen te verwijderen, waardoor waterwegen veiliger worden. Het gaat hierbij om twaalf mijnenjagers, zes voor elk land.

De dronefabriek van vijfduizend vierkante meter wordt gebouwd op de voormalige Beliard-site in het havengebied. Het is de verwachting dat de fabriek begin 2022 operationeel is. Dit bevordert ook de werkgelegenheid in de haven: er worden tot zeventig werknemers gezocht, met uiteenlopende profielen.

Bedreigingen

Daarnaast werd afgelopen jaar bijzonder veel aandacht besteed aan twee bedreigingen die de continuïteit van huidige en toekomstige activiteiten van de haven mogelijk in de weg staan. Dat zijn het vrijwaren van de Historische Vaarroute tussen Oostende en het Verenigd Koninkrijk en de noodzaak voor een nieuwe Zeesluis.

De historische vaarroute tussen Oostende en het Verenigd Koninkrijk wordt bedreigd door het verlenen van een concessie door de Franse Staat aan een consortium rond het Franse staatsenergiebedrijf EDF. Het plan is dat er een windmolenpark pal op een belangrijke vaarroute gebouwd wordt. Oostende dreigt op deze manier onbereikbaar te worden voor ferry’s van en naar het Verenigd Koninkrijk.

De havenbeheerder blijft er bij de Belgische Staat op aandringen om het ‘Recht op Onschuldige Doorvaart’ voor een van haar havens met alle mogelijke middelen te vrijwaren. De haven heeft inmiddels juridische stappen ondernomen.

Nieuwe Zeesluis

Verder moet de nautische toegang van de achterhaven van Oostende verbeterd worden. Daarom zet de havenbeheerder zich sinds begin 2019 in voor de bouw van een nieuwe zeesluis. Een nieuwe zeesluis zorgt er onder andere voor dat schepen tot tienduizend ton de achterhaven kunnen bereiken. Datzelfde geldt voor zandschepen. Zo worden jaarlijks 75.000 vrachtwagens van de Koninklijke Baan in Oostende gehouden.

De bouw van de nieuwe zeesluis werd het voorbije jaar niet opgenomen in het Bestuursakkoord van de Vlaamse Regering. Haven Oostende blijft zich, met steun van haar Raad van Bestuur en Stad Oostende, inzetten voor de bouw ervan.

‘Dagelijkse actie is nodig om welvaart te behouden, bedreigingen aan te pakken en kansen te creëren’, zegt Dirk Declerck, directeur van Haven Oostende. ‘Je kunt vandaag niet eten van het brood dat morgen gebakken wordt.’