Foto: Port of Moerdijk / Paul Martens

Die is afgerond voordat de coronacrisis toesloeg. De vraag is daarmee gerechtvaardigd in hoeverre de nota in het post-covid-19 tijdperk nog relevant is. Ze zegt ‘dat de economische schade van de pandemie op dit moment nog onvoldoende kan worden bepaald’, al is wel duidelijk dat de wereldwijd getroffen maatregelen hun weerslag zullen hebben op de vraag naar maritiem vervoer en de overslag in havens. Het is de bedoeling dat de gevolgen van de coronacrisis in de definitieve nota worden verwerkt. Wanneer die klaar moet zijn, is onduidelijk.

Innovatieregeling

Los daarvan is volgens Van Nieuwenhuizen ‘samenwerking’ noodzakelijk om de vooraanstaande positie van de Nederlandse havens in Europa en de wereld te behouden. Ze ziet, samen met de havenbeheerders, de zeehavens toegroeien naar een geïntegreerd systeem van samenwerkende havenbedrijven’.

Om die ontwikkeling te stimuleren ‘kan een innovatie- en/of transitieregeling voor zeehavens in beeld komen, om net als in Duitsland innovatieve haventechnologie te stimuleren in de omslag naar een digitale en duurzame haveneconomie’, aldus de minister.

Vijf havengebieden

De nota beperkt het aantal havengebieden dat daarvoor in aanmerking komt tot vijf: Rotterdam, Moerdijk, Amsterdam/Noordzeekanaalgebied, Eemshaven/Delfzijl en North Sea Port (Vlissingen/Terneuzen).

Uitgangspunt is overigens dat de Nederlandse havenbedrijven in publieke handen blijven. Dit om ‘voldoende regie en sturing te kunnen houden op havenbeheer om de vitale maatschappelijke en economische belangen van de havens voor Nederland te kunnen bewaken’.

Subsidie NextLogic

Een andere min of meer concrete toezegging die van Nieuwenhuizen doet, is dat ze een bijdrage aan de ontwikkeling van NextLogic ‘verkent’. Dit planningstool voor afhandeling van de containerbinnenvaart in de Rotterdamse haven is na jaren van voorbereiding eindelijk toe aan de testfase, die binnenkort moet beginnen. Volgens Van Nieuwenhuizen kan NextLogic ‘de containercongestie in de containerbinnenvaartketen verder verminderen’.

Verder schrijft ze, met gevoel voor understatement, dat de klimaat- en energietransitie ervoor zorgt dat goederenstromen in ieder geval veranderen ‘en mogelijk minder zullen worden’. Die heeft hoe dan ook een grote impact op het functioneren van de zeehavens en het achterlandnetwerk.

Ze stelt dat het belang van logistiek en digitalisering verder zal toenemen: ‘Die dragen bij aan de efficiëntie, kwaliteit en betrouwbaarheid van havenprocessen en daarmee aan concurrentiekracht en groei van de handel. De keerzijde is dat het gepaard kan gaan met vormen van cybercriminaliteit en kan leiden tot een afname van traditionele (haven)werkgelegenheid’.

Brancheclub

De Branche Organisatie Zeehavens (BOZ) is blij met het initiatief van Van Nieuwenhuizen om tot een ‘delta-systeem’ van samenwerkende havenbedrijven en elkaar versterkende havens te komen. De BOZ spreekt van een ‘toekomstgericht havenbeleid’, dat vraagt om een inzet van havenbeheerders, bedrijfsleven en overheid. Daarbij gaat het onder meer om bereikbaarheid, klimaatprojecten en een werkbaar stikstofbeleid.

De brancheclub zegt dat de havenbeheerders nu met het ministerie van IenW een investeringsprogramma gaan uitwerken voor verbetering van de bereikbaarheid en duurzaamheid, versnellen van de energietransitie en de overgang naar een circulaire economie.