Dat stellen partijen rond de onderhandelingstafel. Al meer dan twee jaar wordt met de eigenaar, het Rijksgrondbedrijf van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, gesproken om het oude baggerdepot over te nemen en een nieuwe rol te geven als offshore-haven voor de windparken in de Noordzee. Het terrein heeft daarbij als groot voordeel dat het voor de zeesluizen van IJmuiden ligt.

Het convenant, waaraan de twee havenbedrijven momenteel nog werken met het provinciebestuur en de gemeente Velsen, is daarbij een eerste belangrijke stap in een traject dat nog wel enige tijd in beslag zal nemen. Zo dient er nog aan een aantal voorwaarden te worden voldaan, voordat het terrein met een nog aan te leggen havenkade in gebruik kan worden genomen.

Zo moet er allereerst een Milieu Effect Rapportage (MER) worden gemaakt van het haventerrein aan de IJ-monding. Valt de uitslag van die MER positief uit, dan kan het consortium, bestaande uit de havenbedrijven van Amsterdam en Zeehaven IJmuiden, samen met de gemeente Velsen en de provincie Noord-Holland eerst een erfpachtcontract voor vijftig jaar afsluiten tegen een marktconforme vergoeding met de huidige eigenaar van de Averijhaven, het Rijksvastgoedbedrijf van het ministerie van Binnenlandse Zaken.

Dat zegt manager Alwin Winkel van het grondbedrijf. ‘Die rapportage moet er dus wel eerst liggen, want die heeft een opschortende werking. Er zal daarbij in de MER moeten worden aangetoond dat activiteiten op het terrein milieutechnisch inpasbaar zijn. Zonder een positieve uitkomst kan er niets gebeuren en heeft het geen zin een overeenkomst te sluiten.’

Natura 2000

Daarbij is er volgens het grondbedrijf met het oog op het nabijgelegen Natura 2000-gebied in de duinen rond Velsen ‘weinig tot zeer beperkte milieuruimte beschikbaar’ voor de nieuwe havenactiviteiten.

Voorlopig ligt er dan ook slechts nog maar een ‘voornemen tot overeenkomst’ met het grondbedrijf, blijkt uit een brief van de dienst uit maart 2019 om de Averijhaven te ‘ontwikkelen tot een haven gericht op energietransitie’. Het Rijksvastgoedbedrijf schrijft daarin verder dat er is gekozen voor een uitgifte in erfpacht aan het consortium ‘omdat het niet aannemelijk is dat er voor het betreffende perceel een markt is door en vanwege de positie van het nabijgelegen staalbedrijf Tata Steel’.

Het grote havenperceel kent volgens het grondbedrijf ‘geen andere bruikbare ontsluiting over land’ dan via het terrein van het voormalige Hoogovens. Dat zorgt er ook voor dat goedkeuring van de directie van Tata Steel noodzakelijk is voor de toekomstige ontsluiting van de Averijhaven aan de landzijde. Daarbij zou er blijkens dezelfde brief van het grondbedrijf ook sprake van zijn dat het staalbedrijf voornemens is ‘andere gronden ten behoeve van het realiseren van het haventerrein in te brengen’.

De initiatiefnemers moeten verder ‘voor eigen rekening’ het oude baggerdepot bouwrijp maken voor de aanleg van een kade en de noodzakelijke haventerreinen. Welke kosten daarmee gemoeid zijn, wordt niet verder toegelicht in de stukken. De terreinen worden verder onderverhuurd aan derden. Hetzelfde geldt voor de openbaar beschikbare kade.

Lichterhaven

Voor de ontwikkeling van de Averijhaven moet het consortium verder ‘elders een nautisch veilige lichterlocatie creëren’ aan de IJ-monding, blijkt uit de brief van het Rijksvastgoedbedrijf. Dat lichteren (deels lossen) is noodzakelijk, omdat de sluizen in het Noordzeekanaal onvoldoende diepte hebben om volle vrachtschepen, hoofdzakelijk kolenschepen, te accommoderen.

Door de bouw van de nieuwe zeesluis bij IJmuiden, gereed rond 2021/2022, werd de oude lichterlocatie in de vaargeul voor de sluizen een te groot nautisch veiligheidsrisico. Daarom werd in 2013 door Rijkswaterstaat de oude Averijhaven aangewezen als nieuwe losplek voor de vrachtschepen. Kosten: 65 miljoen euro.

Een geluk bij een ongeluk daarbij is dat de aanleg van de nieuwe lichterhaven al ruim zeven jaar is vertraagd. Onder meer wilde het Amsterdamse havenbedrijf een grotere los- en laadcapaciteit in het gebied (4,65 miljoen ton in plaats van de oude 2 miljoen ton). Deze plannen werden uiteindelijk bij de Raad van State beslecht in het voordeel van het Amsterdamse havenbedrijf.

Niet veel later wijzigde het havenbedrijf in het kader van de energietransitie zijn plannen met de lichterhaven drastisch. Zo koos de Amsterdamse havenuitbater ervoor om de kolenoverslag rond 2030 te beëindigen en moest de Averijhaven worden gereserveerd voor groene offshoreprojecten, zoals de bouw en het onderhoud van windparken in de Noordzee. Dat heeft wel als gevolg dat het havenbedrijf nu op zoek moet gaan met haar partners naar een nieuwe plek voor het lichteren van vrachtschepen.