Daar waar de afgelopen edities van het havendebat veelal gingen over congestie ging het nou eens over China. Meer specifiek, wat is de rol die China zou mogen spelen in de Europese havenscene? Daarmee was de discussie ook een stuk strategischer van aard.

Discussies over congestie in de haven eindigden vrijwel altijd in een soort consensus dat zolang niemand bereid is om fors meer te betalen voor logistiek er congestie blijft bestaan maar blijkbaar de prikkel om meer te betalen of dan maar uit te wijken naar een andere haven ook weer niet groot genoeg was. Ook de geweldige quote van een Belgische transportondernemer dat vrachtwagentol in België alleen maar leidt tot betaald in plaats van gratis ‘parkeren’ op de Antwerpse ring, zal mij bijblijven.

Nee, dan een discussie over de opkomst van de Zuid-Europese havens en de rol van China hierin. Helaas geen vertegenwoordigers uit Piraeus, Triëst of Sines in de zaal. Wel leuke anekdotes over leegstaande opslagloodsen in de Italiaanse haven van Bari die volgens het btw-teruggaveformulier van de belastinginspecteur tot de nok toe gevuld waren en verstopte Amsterdammers en Antwerpenaren in de zaal die graag meedachten over de toekomst van de Rotterdamse haven.

Een tweetal zeer relevante bijdragen waren de keynotes. Een ijzersterk kwalitatief verhaal van Rob de Wijk over de rol van China als wereldmacht en een goede kwantitatieve onderbouwing van veranderende havenconcurrentie in Europa door Theo Notteboom. Iets wat in het debat heel duidelijk werd is dat er (nog) geen Nederlands, en al helemaal geen Europees, antwoord is op deze ontwikkelingen.

Het valt mij ook op dat in rapporten, wanneer wij het hebben over de Gdansk(!)-Le Havre-range, er met een rode digitale pen wordt gekrast en de opmerking volgt dat ’het toch gaat om de havens tussen Hamburg en Le Havre?’ Vragen met een meer hypothetisch karakter – mag SIPG de Eemshaven kopen of, ik zeg maar wat, mag Sinochem de kraker in Moerdijk kopen? – worden sowieso niet gesteld, laat staan beantwoord. En dat terwijl de Nederlandse politiek er absoluut goed aan zou doen om op havengebied eens gestructureerd na te denken wat het gewenste antwoord is op de veranderende verhoudingen tussen en binnen zeehavens in het Europees havensysteem.

Hopelijk dat de nog steeds in de pijplijn zittende havennota hier begin volgend jaar een eerste aanknopingspunt voor gaat zijn.

Maar omdat ik van de hoofdredactie begreep dat dit alweer de laatste Ton&Teu van dit jaar is, wil ik graag van de slotwoorden gebruikmaken om u als lezer te bedanken en u daarnaast prettige feestdagen toe te wensen!

Onno de Jong, consultant