Ze hebben een overeenkomst gesloten met Havenbedrijf Antwerpen om de technische en financiële haalbaarheid te onderzoeken van ccus, wat staat voor carbon capture, utilization & storage. Ze denken ongeveer een jaar voor dat onderzoek nodig te hebben. Het gaat om Air Liquide, Basf, Borealis, Ineos, ExxonMobil, Fluxys en Total.

Parallel aan het haalbaarheidsonderzoek worden subsidieaanvragen voorbereid. De havenbeheerder stelt in een uitvoerig persbericht dat ‘brede financiële ondersteuning vanuit Vlaanderen, de nationale overheid en Europa onontbeerlijk is voor een realisering van het project’.

Rotterdam, Antwerpen en North Sea Port hebben al in mei van dit jaar een aanvraag ingediend om het ccus-project CO2TransPorts te erkennen als Project of Common Interest (PCI). Die erkenning zou niet alleen de deur openen naar aanzienlijke subsidies, maar het project ook vrijwaren voor klachten op grond van de mededingingswetgeving.

Maasvlakte

Het project is gericht op het ontwikkelen van een CO2-infrastructuur in de drie havengebieden en de afgevangen CO2 via een pijpleiding naar de Maasvlakte te transporteren. Dat wordt vervolgens via een bestaande leiding in een uit productie genomen gasveld in de Noordzeebodem opgeslagen.

Rotterdam werkt al enkele jaren aan dit zogenoemde Porthos-project, waarmee een investering van naar schatting een half miljard euro is gemoeid. Eerder deze maand maakten Shell, ExxonMobil, Air Liquide en Air Products bekend in principe mee te willen doen. Porthos is een samenwerkingsverband van staatsenergiebedrijf EBN, Gasunie en Havenbedrijf Rotterdam en is gericht op de opslag van twee tot vijf miljoen ton CO2 per jaar.

20 tot 30 euro per ton

Die bereidheid van de vier grote Rotterdamse bedrijven is afhankelijk van de vraag of de benodigde subsidie er komt. De opslag van CO2 gaat naar schatting twintig tot dertig euro per ton kosten, na aftrek van ongeveer twintig euro aan uitgespaarde emissierechten. De Nederlandse Porthos-partners hebben hun hoop gevestigd op het zogenoemde SDE++ budget, het nationale programma om CO2-uitstoot terug te dringen.

Antwerpen legt niet al zijn eieren in één mandje en heeft zich ook aangesloten bij het Noorse Northern Lights-project. Dat is een ccs-project, dus zonder hergebruik, van de Noorse regering voor het afvangen van CO2 van de industrie rond het Oslofjord. Het idee is om de vloeibaar gemaakte kooldioxide per schip naar een opslagterminal aan de Noorse westkust te transporteren en vervolgens via een pijpleiding in een uitgewerkt gasveld van het staatsbedrijf Equinor op te slaan.

Geen locaties in België

Belangrijkste reden dat Antwerpen met buitenlandse partners in zee gaat om zijn klimaatdoelstellingen te realiseren, is dat dat België niet beschikt over locaties die geschikt zijn voor CO2-opslag. Het Noorse project komt in principe ook in aanmerking voor Europese steun omdat het ‘instrumenteel kan zijn in het helpen bij het opstarten van een volledig Europees CCS-netwerk’, zo verklaarde Brussel eind vorig jaar.