Notteboom deed uitgebreid onderzoek naar de havens van Zuid-Europa en ging tijdens zijn keynote-presentatie in op de vraag: hoe bedreigend zijn die Zuid- en Oost-Europese havens voor Rotterdam? In Europa zijn ongeveer tachtig havens die grotere schepen ontvangen. Notteboom deelde deze onder in Noord- en Zuid-Europa.

‘De statistieken wijzen uit dat het economische effect van de Zuid-Europese havens fors lager is dan die van de havens in het noorden. Dat is te danken aan de sterke achterlandverbindingen in onder meer Rotterdam, Hamburg en Antwerpen. De drie grootste havens van Europa groeien ook nog steeds door. Toch neemt het aandeel van de Noord-Europese havens wel enigszins af, terwijl de havens in Zuid-Europa groei laten zien. Dat komt onder meer door de sterke verbinding tussen Azië en Zuid-Europa.’ De grootste groei komt volgens Notteboom echter van de Portugese en Spaanse havens. ‘Sinds de crisis zijn deze sterk gegroeid.’

Havens op een rij

De professor nam de ruim 160 deelnemers aan het debat mee naar een aantal havens specifiek. Zo wordt er al lang gesproken over de bouw van een grote haven in Venetië. ‘Dit speelt al erg lang, maar deze haven is geografisch helemaal niet gunstig gelegen. Ik ben hier daarom erg sceptisch over’, benadrukt Notteboom.

Een andere Italiaanse concurrent is Genua. ‘Dit is een serieuze haven. Van hieruit gaat 2 miljoen teu richting het achterland, maar de spoorverbinding is hier nog erg slecht.’ De meeste dreiging voor de Rotterdamse haven komt volgens Notteboom van de havens rond de straat van Gibraltar. ‘Daar zijn havens echt aan het uitbreiden. Sines bijvoorbeeld en Tanger Med. Daar moet de haven van Rotterdam wel echt rekening mee houden.’

Piraeus

Tijdens het havendebat werd ook meerdere keren gerefereerd aan de haven van Piraeus, de Griekse haven waar China een vierde terminal wil openen en er daarom honderden miljoenen euro’s in pompt. De Chinese staatsrederij Cosco wil van deze haven een belangrijke overslagplaats maken tussen Azië en Europa. De afgelopen jaren werd al flink in de haven geïnvesteerd wat resulteerde in de sterkste groeicijfers van Europa.

Toch hoeft Rotterdam zich om deze haven niet zoveel zorgen te maken, meent Notteboom. ‘Het overgrote deel van deze haven is gericht op transshipment. Dat raakt de Rotterdamse haven niet.’ Dit omdat de transshipment-goederen in Piraeus sowieso al niet via Rotterdam gingen in het verleden.

Ook Michiel Nijdam, manager business analytics en intelligence, bij Havenbedrijf Rotterdam ziet de Griekse haven niet als een serieuze bedreiging. ‘Piraeus wil de grootste zijn. Dromen mag, maar met die investering van 1 miljard euro kom je er niet. Je bent niet zomaar de grootste haven van Europa.’

Tekst loopt door onder foto.

Bart Kuipers gelooft ook nog in de kracht van Rotterdam zelf. De haveneconoom van de Erasmus Universiteit is van mening dat Rotterdam sterk genoeg is om de strijd met opkomende havens aan te kunnen. ‘Zoals gezegd groeien de Zuid-Europese havens met name dankzij transshipment. Dat zee-zee vervoer, daar verdien je niks mee in vergelijking met het vervoer via het achterland. Dat kunnen die havens helemaal niet, daar zijn wij het sterkst in.’

De haveneconoom benadrukte tijdens een pitch overigens wel dat het belangrijk is voor Rotterdam om zijn mindset te veranderen. ‘We moeten het helemaal niet willen om de grootste haven van Europa te zijn, we moeten de beste zijn. En dat zit vooral in software. We moeten op het vlak van IT-oplossingen en kennisoverdracht de beste van Europa zijn. Daar wordt de haven sterk van.’

Kritisch

Hoewel het overgrote deel van de deelnemers aan het debat gelooft in de kracht van de Rotterdamse haven, werd ook benadrukt dat Rotterdam zichzelf op een aantal vlakken tegenwerkt. ‘We varen de haven plat. De efficiëntie in Rotterdam is betrekkelijk. Zo’n nieuw gebouwde haven, met de perfecte kades, kranen en alles op de juiste plek, dat is pas efficiënt’, voegde debater Hans Meeder van Unifeeder Benelux toe.

Ook Jeroen van den Ende van Port of Zwolle legde een gevoelig punt neer, waar volgens hem nog ruimte is voor verbetering. ‘Wij zijn nu echt het braafste jongetje van de klas. We moeten oppassen dat al die regelgeving de bedrijven niet weg gaat jagen uit de haven.’

China

Naast de invloed van Europese havens op Rotterdam, werd tijdens het havendebat ook uitgebreid stilgestaan bij de macht van China. Hoogleraar en China-deskundige Rob de Wijk nam de deelnemers mee in het politieke machtsspel van China. Want juist in de politiek die het land voert, ligt het grootste gevaar, zo waarschuwt De Wijk.

Tekst loopt door onder foto.

En hoewel China een belangrijke handelspartner is, moeten de bedrijven in de Rotterdamse haven er wel voor waken dat ze de macht niet uit handen geven. ‘Wees niet naïef over het soort land waarmee je zakendoet. Hier kun je naar de rechter stappen, in China niet. Daar is geen rechtssysteem.’

Discussie

Na deze woorden ging de zaal in discussie over de stelling: ‘De opkomst van China biedt vooral enorme kansen voor de haven Rotterdam.’ Een stelling waar ongeveer de helft van de deelnemers het mee eens was. Meest overtuigend hierin was Marjolein van Noort van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders (KVNR).

‘Blijkbaar staan wij open voor China en geven wij hen de ruimte om zich hier te vestigen en gebruik te maken van onze kennis. Maar wat krijgen wij er voor terug? Helemaal niets. We maken alleen de taart voor onszelf een stuk kleiner.’

De Wijk concludeert dat Van Noort gelijk heeft. ‘Hoe ga je dat compenseren? Als een land zo sterk groeit als China, dan gebeurt er per definitie iets met de andere havens. Je kunt het niet wegzetten. Je moet strategisch blijven nadenken. Hoe blijven we als haven overeind?’

Lees ook: Rob de Wijk: Rotterdamse haven gaat opkomst China zeker voelen