In de reactie van de Steven Lak word ik neergezet als econoom. Nu kan hij niet alles weten, maar ik ben hoogleraar Bestuurskunde. De bestuurskunde is een wetenschap die op vele manieren kan worden beoefend. Ik heb collega’s die alles weten over theoretische noties als de grondbeginselen van de democratie. Zij zijn sterk theoretisch georiënteerd. Ik sta precies aan het andere eind van het spectrum. Mijn leeropdracht als havenhoogleraar luidt ‘de governance van duurzame mobiliteit’, wat betekent dat ik in mijn werk concrete doelen moet realiseren op het gebied van duurzame mobiliteit. Ik sta dus met mijn voeten in de modder en loop daardoor als onderzoeker best butsen en deuken op. Mijn boodschap komt ook lang niet altijd uit, maar ik zou geen knip voor de neus waard zijn als ik mijn kennis alleen voor mijzelf zou houden.

Sprekend over duurzaamheid zou het Akkoord van Parijs uit 2015, waaraan 195 landen zich hebben gecommitteerd, in mijn ogen een game changer moeten zijn. Iedereen, ook de industrie, zal een forse bijdrage moeten leveren om het doel, een beperkte temperatuurstijging van maximaal 2 graden, te bereiken. Het interessante is dat Steven Lak in zijn brief schrijft dat er al zoveel wordt gedaan en dan verwijst hij naar drie studies. Concrete acties noemt hij niet. Dat is nou precies het probleem. Vanuit de petrochemie heb ik vernomen dat mogelijk de CO2-uitstoot dit jaar en 2020 nog kan toenemen. Is er iemand in de havengemeenschap die hier minder van slaapt? Ik ben hem of haar nog niet tegen gekomen. Sterker nog, de industrie draait nu juist zo lekker. En dus doen we nog maar eens een studie. Wordt het CCS (Carbon Capture Storage)? Of misschien toch CCU (Carbon Capture Usage)? Het huis staat in brand en ondertussen denken we rustig na welke sprinklerinstallatie het best kan worden aangeschaft voor de toekomst. Vandaar mijn opmerking in mijn oktobercolumn dat leiderschap, urgentie en concrete acties in de Rotterdamse haven ontbreken.

Met zijn reactie profileert de heer Lak zich in mijn ogen dan ook als de p(o)ortwachter van het oude systeem waarbij pijnlijke keuzes worden gemeden. Dat is een achterhoedegevecht want we kunnen simpelweg niet meer op dezelfde voet doorgaan. Bovendien, hoe langer we wachten, des te pijnlijker en kostbaarder zal de verandering zijn. Had het Rotterdamse bedrijfsleven bijvoorbeeld in 2007 het RCI echt omarmd, dan waren we nu koploper geweest. Ik heb met belangstelling kennis genomen van het Rotterdam klimaatakkoord. Mooie voornemens maar ook veel aannames. Een uitvoeringsprogramma ontbreekt, net als de financiële onderbouwing en een noodplan als de resultaten tegen zouden vallen. Steven Lak zal mij niet kwalijk nemen dat ik na het echec van het RCI mijn oordeel over dit plan nog even voor mij hou.

Acht weken geleden ben ik opa geworden van een kleindochter, genaamd Olivia. Als zij mij over 18 jaar vraagt: ‘opa, toen u professor was, wisten ze toen nog niet dat het zo slecht ging met de aarde?’ Dan zou ik mij diep schamen als ik zou moeten zeggen: ‘We wisten het wel, maarde mensen die het konden veranderen, wilden niet of treuzelden te lang.’ Het valt mij op dat mijn studenten nú aan de slag willen met de energietransitie. Zij vinden dat het afwachten al te lang heeft geduurd. Zij zien het gebrek aan concrete maatregelen als een clash van generaties, waarbij jongeren straks de rekening moeten betalen.

Tot besluit hecht ik eraan, in lijn met de kerstgedachte, af te sluiten met een pleidooi voor een open dialoog en meer respect voor andere meningen. Die zijn soms wellicht contrair aan de korte-termijn belangen, maar een nieuwe economie kan alleen worden gevoed met nieuwe ideeën. En niets doen is geen optie meer! Ik wens al mijn lezers een mooie Kerst en een voorspoedige jaarwisseling en een gezond en duurzaam 2020 toe.

Harry Geerlings, havenhoogleraar