De Raad van Commissarissen van HbR keurde de visie eerder dit jaar al goed. Nu ook de Rotterdamse gemeenteraad de visie heeft goedgekeurd, vervangt deze de vorige versie uit 2011. Veranderingen op het vlak van onder andere energietransitie, grondstoffentransitie en digitalisering maakten een update noodzakelijk.

Doelstellingen

De visie kent acht, deels nieuwe kwantitatieve doelstellingen:

1. Toegevoegde waarde; de activiteiten in het haven- en industriecomplex genereren een totale toegevoegde waarde van circa 45 miljard euro per jaar. Dat is 6,2% van het bruto binnenlands product (bbp). In de periode 2007-2016 steeg deze toegevoegde waarde met meer dan 10%. Voor 2030 is de ambitie om de groei van de toegevoegde waarde in de pas te laten lopen met de ontwikkeling van het Nederlandse bbp.
2. Werkgelegenheid; de directe en indirecte havengerelateerde werkgelegenheid kwam vorig jaar uit op in totaal 385.000 personen, van wie 101.000 locatiegebonden en in het gebied. De directe havengerelateerde werkgelegenheid steeg daarmee ten opzichte van 2007 met 15.000 banen. De ambitie is dat de totale werkgelegenheid als gevolg van de transitieprocessen verder groeit. De verschuiving doet zich vooral voor in het stedelijke gebied.
3. Decarbonisatie; het haven- en industriecomplex is anno 2018 verantwoordelijk voor 18% van de nationale CO2-emissies, waarvan het overgrote deel gerelateerd is aan de industrie. In lijn met het internationale (Parijs) en het beoogde nationale Klimaatakkoord moet CO2-uitstoot ten opzichte van 1990 met 49% zijn gedaald in 2030. In het jaar 2050 moet dit verder zijn gedaald naar 95%.
4. Publiek-private investeringen; voor realisatie van de geschetste visie zijn forse publieke en private investeringen nodig. De afgelopen jaren bedroeg het investeringsvolume in Rotterdam gemiddeld 1,5 miljard euro per jaar, met een stijgende trend. Voor de komende vijf jaar is de ambitie om jaarlijks circa 2 miljard euro aan investeringen aan te trekken.
5. Connectiviteit; voor 2030 streeft Rotterdam ernaar Europa’s best verbonden haven te zijn. Verdere investeringen moeten excellente multimodale bereikbaarheid garanderen.
6. Veiligheid; veiligheid voor de scheepvaart, werknemers in de haven, omwonenden, bedrijven en (recreatieve) gebruikers van het havengebied is een basisvoorwaarde voor het functioneren van de Rotterdamse haven en het creëren van waarde.
7. Luchtkwaliteit; Voor de komende jaren is het doel om bij een verdere intensivering van het haven- en industriegebied en een toename van het transport in de regio en naar het achterland, de wettelijke normen te blijven hanteren. Met de ambitie om de luchtkwaliteit verder te verbeteren.
8. Positie Rotterdam in internationale ranking; Rotterdam blinkt nu al uit op het vlak van maritieme zakelijke dienstverlening en technologie. Doel is om Rotterdam te laten stijgen in de rankings.

Voortgangsrapportages

De visie is tot stand gekomen door samenwerking tussen Havenbedrijf Rotterdam, de gemeente, het Rijk, Deltalinqs en provincie Zuid-Holland. De partners zullen de vorderingen volgen via jaarlijkse voortgangsrapportages.

Haventopman Allard Castelein licht toe: ‘Na een intensief proces is er een mooi en breed gedragen visie uitgekomen, die inzet op verdere uitbouw van de koploperspositie van de haven op het gebied van energietransitie en logistiek.’

Vijf verschillen met vorige visie

Haveneconoom Bart Kuipers liet onlangs in een column al zijn licht schijnen over de Havenvisie 2030. Kuipers is positief over de ambities van het havenbedrijf. ‘Er zijn vijf verschillen tussen Havenplan 2010 en Havenvisie Rotterdam. Ten eerste is de tijdshorizon met tien jaar teruggebracht vanwege de onzekerheid over snelheid en impact van nieuwe ontwikkelingen. In 1991 leek deze overigens nóg groter met de val van de Berlijnse Muur en de aanstaande Europese eenwording.’

‘Ten tweede is geen sprake van nieuwe grootschalige infrastructurele investeringen, zoals een Derde Maasvlakte, maar gaat het over transities: digitale, energie-, grondstoffen- en sociale transities. De voor deze transities geformuleerde ambities zijn ingrijpend en om deze te realiseren lijken de investeringen die met de Havenplan 2010-projecten waren gemoeid ruimschoots overtroffen te gaan worden.’

‘Het derde verschil is de nadruk op de stad Rotterdam. ‘Het haven- en industriecomplex en het stedelijk gebied zijn met elkaar verbonden’, stelt de Havenvisie: de stad Rotterdam als maritieme hoofdstad en als innovatie-ecosysteem zijn een integraal onderdeel van de visie geworden. Dit is een duidelijke koerswijziging.’

‘Ten vierde is het de ambitie om de groei van de toegevoegde waarde in de pas te laten lopen met de ontwikkeling van het Nederlandse bbp; een bescheiden ambitie omdat in de afgelopen jaren het economische belang van mainport Rotterdam verder is toegenomen.’

‘Ten vijfde beslaat de visie het integrale complex, inclusief de activiteiten in de zeehavens van Dordrecht en Moerdijk. Het mainportcluster is daarmee het uitgangspunt in plaats van de beperkte benadering van de haven binnen de gemeentegrens van Rotterdam.’

Kritische noten

De visie is ambitieus en gedurfd, zo zegt de haveneconoom. ‘Vooral het betrekken van Rotterdam als ‘Maritime Capital’ en de haventransities zijn belangrijk.’ Toch heeft Kuipers wel wat kritische noten. ‘Aantal en omvang van projecten die de transitie moeten realiseren, blijven achter bij de ambitie. Het moet ook veel sneller gaan dan bij het Havenplan 2010: er is nog maar net begonnen met de bouw van de Blankenburgtunnel, dertig jaar geleden aangekondigd. Maar met de ambitie van de Havenvisie Rotterdam is niets mis.’

Tijdens het Havendebat Rotterdam op woensdag 11 december 2019 staan actuele ontwikkelingen in de Rotterdamse haven centraal. Ook is er veel ruimte voor debat. Kijk voor meer informatie op: events.nieuwsbladtransport.nl/havendebat-rotterdam-2019/