De ‘Alma’ van Holwerda voer in 2016 in charter voor A2B-online tussen Moerdijk en Immingham. De Onderzoeksraad voor Veiligheid weet het dodelijk ongeval, na een onderzoek in september 2017 aan ‘miscommunicatie’. De matroos gaf met twee duimen omhoog aan dat hij de opdracht van de veiligheidscontroleur had begrepen. Maar toch raakte hij even later bekneld onder een container en overleed.

Het Tuchtcollege voor de Scheepvaart legde de kapitein van de ‘Alma’ in december 2017 een voorwaardelijke schorsing van de vaarbevoegdheid op van drie maanden, overigens zonder hem verantwoordelijk te houden voor het overlijden van de matroos.

‘Diens handelwijze – het gaan liggen in de opening tussen een al geplaatste container en de aan één zijde wat opgetilde container, kennelijk om een twistlock goed te zetten – was uiterst gevaarlijk’ en volgens het Tuchtcollege ‘niet te voorzien’. De veiligheidsregels zijn intussen aangescherpt. Er is nu een vijfde matroos aan boord en er wordt gewerkt met halfautomatische twistlocks, bleek bij het Tuchtcollege.

Dagvaarding

De strafzaak voor de rechtbank in Den Bosch begon met een dagvaarding van 13 mei 2019 tegen Holwerda en de eigen personeels-BV als werkgevers, vanwege al dan niet opzettelijk verrichte of nagelaten handelingen in strijd met de Arbeidsomstandighedenwet. De zitting was op 5 november, de uitspraak twee weken later.

De verdediging bepleitte een integrale vrijspraak. De officier van justitie eiste 175.000 euro en 100.000 euro boete. Behalve de dood van de matroos in mei 2016 rekende de officier de rederij en de terminal ook het overboord vallen en verdrinken van een matroos van een ander schip in december 2016 aan. De rechtbank achtte dat tweede feit niet bewezen en halveerde de eis.

Reder en werkgever zorgden er onvoldoende voor dat werknemers aan boord veilig hun werk konden doen, stelde de rechtbank vast. Als gevolg daarvan overleed de matroos toen hij bekneld raakte tussen twee containers. Volgens de rechtbank hadden de reder, waar de matroos in dienst was, en de terminal moeten zorgen dat hij veilig zijn werk kon doen.

Op beelden is te zien dat de matroos, net als andere bemanningsleden, zich niet aan de aanwezige veiligheidsvoorschriften hield. Zo werden de zogeheten manbak en veiligheidslijnen niet of nauwelijks gebruikt, stond het personeel onder hangende containers of sprongen zij over gangpaden tussen containers. Er was volgens de rechtbank Den Bosch sprake van een onveilige werkcultuur, waarbinnen onvoldoende toezicht werd uitgeoefend.

Rectificatie: In een eerdere versie van dit bericht werd containerterminal CCT genoemd als medeverdachte. Bij herlezing van het geanonimiseerde vonnis blijkt dat niet overeen te komen. Voor deze onjuiste weergave bieden wij CCT en de lezers onze excuses aan. Niet de terminal maar de eigen personeels-BV van Holwerda werd als tweede partij en werkgever veroordeeld. – DvdM, redactie