In het verleden zijn er immers regelmatig pogingen tot toenadering geweest tussen de twee grootste Belgische zeehavens, maar die liepen steevast stuk op cultuurverschillen en onderlinge naijver tussen de fiere Antwerpenaren en de West-Vlamingen.

Decennialang heeft Antwerpen zich zelfs met hand en tand verzet tegen de uitbouw van Zeebrugge, die in de jaren tachtig gestalte kreeg nadat de Belgische regering de Vlaamse kusthaven een nieuwe grote zeesluis gunde. Wat daarbij bepaald niet hielp, was dat Wallonië toen in de kader van de beruchte Belgische wafelijzerpolitiek ter compensatie de monumentale, maar nutteloze, meer dan honderd meter hoge scheepslift in Strépy-Thieu kreeg. Antwerpen zag de enorme federale investeringen in Zeebrugge als een vorm van oneerlijke concurrentie en peinsde niet over samenwerking.

Sindsdien is er veel veranderd. Met de voltooiing van de federalisering van België begin deze eeuw kwam er een eind aan de wafelijzerpolitiek en werden de zeehavens het beleidsterrein van de Vlaamse regering. Die heeft geen belang bij het voortbestaan van de vete tussen beide havens en stuurt al jarenlang aan op meer samenwerking. Het hoeft geen verwondering te wekken dat het desondanks nog jaren heeft geduurd om de havens op één lijn te krijgen en ze te laten wennen aan het idee van samenwerking.

Inmiddels alweer twee jaar geleden kwamen de eerste voorzichtige gesprekken over ‘samenwerking’ op gang. Daarop werd besloten consultancybureau Deloitte en Laga opdracht te geven om op een rijtje te zetten wat de voor- en nadelen van meer samenwerking tussen beide havens zou zijn. Die kwam ondubbelzinnig tot de conclusie dat de voordelen ruimschoots opwegen tegen de nadelen. De havens hebben, met uitzondering van de containersector, weinig overlappingen en zien zich voor dezelfde uitdagingen gesteld. Schaalvergroting, energietransitie, innovatie en digitalisering, om er maar een paar te noemen.

Dat de gesprekken worden voortgezet, is dan ook geen verrassing. Dat de inzet daarvan inmiddels een volledige fusie van de besturen van beide havens is, is dat wel. Dat is andere koek dan het veel gebezigde, maar vaak holle, woord samenwerking. Door te fuseren, kan je daadwerkelijk afspraken maken over het benutten van elkaars sterke kanten. Dat dat niet mag leiden tot het verdelen van klanten en markten, behoeft geen betoog. Dat aspect zal ongetwijfeld door Brussel in de gaten worden gehouden.

Interessante vraag is wat de Vlaamse krachtenbundeling voor de concurrentie betekent. Gent en Zeeland Seaports hebben daar al een voorschot op genomen door zelf te fuseren, een grensoverschrijdende fusie die de warme steun van Brussel heeft. De Zeebrugse voorzitter Dirk De fauw gaf alvast een aardig voorzetje met zijn opmerking dat de combinatie van Zeebrugge aan zee en Antwerpen diep landinwaarts reders een aantrekkelijke keuze biedt en de havens ‘meer concurrentieel vermogen geeft naar bijvoorbeeld Rotterdam toe’. Rotterdam is gewaarschuwd…

Lees ook: Antwerpen en Zeebrugge starten onderhandelingen voor fusie