Volgens onderzoek bedragen de aanlegkosten van het netwerk binnen North Sea Port, dat Gent, Vlissingen en Terneuzen omvat, naar schatting 110 miljoen euro. Aansluiting daarvan op opslaglocaties gaat naar verwachting tussen 95 tot 130 miljoen euro kosten. De hoogte daarvan is volgens North Sea Port afhankelijk van de timing en de samenwerking met de havens van Antwerpen en Rotterdam.

Waterstof

Voordeel is volgens het havenbedrijf dat er in de betrokken havengebieden al veel pijpleidingen liggen, wat de kosten beperkt. Het gaat niet alleen om een netwerk voor het transport en hergebruik van afgevangen CO2. Ook zou er waterstof, synthetische nafta en warmte door het netwerk moeten stromen. Dit lichtte Maarten den Dekker, projectleider Duurzame Transitie bij North Sea Port toe tijdens het congres.

Het netwerk is volgens Den Dekker noodzakelijk om in de komende vijf tot dertig jaar de jaarlijkse CO2-uitstoot in het havengebied van bijna 22 miljoen ton te verminderen. Zo wil de havenbeheerder bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs.

PortXL

De presentatie van de uitkomsten van het onderzoek werd gedaan tijdens het Havencongres North Sea Port in Terneuzen. Tijdens dit congres bleek dat buis- en pijpleidingen niet het enige is waar de havenbeheerder in investeert. Er wordt ook ingezet op innovaties. North Sea Port treedt namelijk toe tot het Nederlandse PortXL. Ceo van North Sea Port Jan Lagasse: ‘Jonge, innoverende ondernemers zijn van toegevoegde waarde voor bedrijven in het havengebied van North Sea Port.’

PortXL is in 2015 opgericht door het Havenbedrijf Rotterdam en Van Oord en werkt samen met meerdere internationaal erkende partners. Het heeft ook vestigingen in Antwerpen en Singapore om startende ondernemers en havens te ondersteunen met het introduceren van innovaties. Het is de eerste havengerelateerde ‘start-up accelerator’ ter wereld.

Het innovatieplatform zoekt wereldwijd naar start-ups in de sectoren transport en logistiek, energie, chemie en raffinage en maritiem. Het begeleidt start-ups door expertise, kennis en een netwerk te delen en advies te verstrekken over nieuwe investeringen in de maritieme sector. Samen met PortXL gaat North Sea Port binnen het eigen ‘havenecosysteem’ op zoek naar passende start-ups.

Green Supply Chains

Het Havencongres North Sea Port stond volledig in het teken van de haven met toekomst. Na bedrijfsbezoeken in de ochtend aan Mammoet, Yara, Volvo Car Gent, Kloosterboer en Ovet kwamen de deelnemers in de middag samen in het Scheldetheater voor het congres met maar liefst zeventien sprekers.

Professor Theo Notteboom nam de bezoekers mee in zijn onderzoek naar Green Supply Chains in de havens. Uit het onderzoek van Notteboom in opdracht van ING blijkt dat North Sea Port op de goede weg is, want er moet meer geïnnoveerd worden binnen de havensector om een sterke concurrentiepositie te behouden. Voor het onderzoek waar ook VIL en Erasmus Universiteit aan meewerkten, werd aan duizend bedrijven gevraagd in hoeverre zij duurzaamheid hebben opgenomen in hun bedrijfsvoering. Hieruit blijkt dat de logistieke sector op dit vlak het verste is.

Focco Vijselaar, directeur-generaal Bedrijfsleven en Innovatie bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat ging verder in op die verduurzaming. Hij gaf vanuit zijn hoedanigheid uitleg over de gevolgen van het klimaatakkoord. Gijsbrecht Gunter, manager bij Yara Sluiskil, trakteerde de deelnemers op een verhelderende en kritische reflectie op de duurzaamheidsplannen.

Duurzame verbindingen

Naast onderzoek, bood het Havencongres North Sea Port ook ruimte voor de praktijk. Voor het havengebied zijn duurzame verbindingen met het achterland enorm belangrijk. Tom Vermeiren van Rebel Group benadrukte in zijn pitch voorafgaand aan een rondetafelgesprek nog maar eens het belang van snel innoveren op dit vlak. Vermeiren: ‘We staan soms in de wei als een koe te staren naar de trein die voorbij raast.’

Joop Mijland van BCTN, Jelle van Koevorden van DFDS en Erik Uyttendaele van Volvo gingen vervolgens met elkaar in gesprek over duurzame achterlandverbindingen. De bedrijven blijken alle drie op hun vlak een belangrijke rol te spelen voor de achterlandverbindingen met North Sea Port. Zo voegde BCTN het havengebied onlangs toe aan zijn netwerk van inlandterminals en heeft Volvo een directe spoorverbinding met China.

De tweede rondetafel stond in het teken van duurzaamheid en werd ingeleid door oud-havencommissaris van Gent, Toon Colpaert. Hij daagde de deelnemers uit om niet alleen te gaan netwerken, maar echt te gaan samenwerken. ‘Het gaat om wisselwerking. Start daar vandaag nou eens mee.’

Na de toespraak van Colpaert namen Carolien Vat-Sandee van PortXL, Raphael de Winter van Fluxys, Gerard van Pijkeren van Gasunie, Geerten van Dijk van Dow Chemical en Gerben Paauwe van Kloosterboer het woord over samenwerking en dan met name grensoverschrijdend samenwerken. Dit blijkt in de praktijk nog wel eens lastig. ‘Maar wat is grensoverschrijdend? Dan gaat het ook over samenwerken buiten ons havengebied, niet alleen tussen Vlissingen, Terneuzen en Gent, maar ook over samenwerken met andere havens. Ook daar liggen enorm veel kansen die we nog veel beter kunnen benutten’, besluit Paauwe.

Twaalf nieuwe spoorverbindingen

Dat North Sea Port zelf weigert om af te wachten, bleek ook afgelopen week weer toen de beheerder bekendmaakte dat het samen met het Belgische railvervoerder Lineas twaalf nieuwe spoorverbindingen gaat aanleggen om de haven sterker te verbinden met het Europese achterland. Er komt een nieuwe spoorverbinding tussen Interface Terminal Gent en de Lineas Main Hub in Antwerpen, vanwaar goederen via het internationale spoornetwerk van Lineas hun reis vervolgen.

De twaalf nieuwe bestemmingen zijn gelegen in Madrid, Granollers en Tarragona (Spanje), Hendaye (Frankrijk), Schkopau (Duitsland), Lovosice (Tsjechië), Curtici (Roemenië), Malmö (Zweden), Milaan (Italië), Wels en Wenen (Oostenrijk) en Basel (Zwitserland). De spoorverbindingen worden deels gefinancierd door het Vlaamse Departement Mobiliteit en Openbare Werken en door North Sea Port.

De goederen worden gelost en geladen in de Interface Terminal Gent aan het Kluizendok. Deze vier-modale containerterminal (zeevaart, binnenvaart, spoor- en wegvervoer) beschikt onder meer over 750 meter lange driedubbele spoorlijnen om treinen te ontvangen. De treinen rijden vervolgens naar Antwerpen, waar ze aansluiten op het Europese spoornetwerk van Lineas. In de nabijheid van de terminal en het Kluizendok bevindt zich een aantal bedrijven die actief is in logistiek en distributie. De Interface Terminal Gent is bovendien via shortsea verbonden met het Verenigd Koninkrijk: de rederij I-Motion Shipping vaart driemaal per week op Hull.

‘De twaalf extra bestemmingen bieden tal van bedrijven mogelijkheden om hun goederen richting het achterland per trein te vervoeren. Heel wat kades en bedrijventerreinen in North Sea Port zijn immers uitgerust met sporen en sporenbundels’, zegt Daan Schalck, algemeen directeur van North Sea Port. Momenteel worden bij het havenbedrijf 7,7 miljoen ton goederen per jaar per spoor vervoerd. Goed voor 10% van het vervoer met het achterland. ‘We willen het vervoer per spoor verder doen toenemen, deze nieuwe bestemmingen kunnen daartoe bijdragen.’