Beide bedrijven willen een fabriek realiseren waar waterstof kan worden geproduceerd met stroom die afkomstig is van windparken op zee. Colruyt heeft een grote energietak, waarin onder andere windenergie zit.

Over de plek waar de fabriek moet komen, is nog geen knoop doorgehakt. Volgens de Belgische zakenkrant zijn Antwerpen en Zeebrugge in de race. Het gaat om de bouw van een elektrolyse-installatie van 12 tot 25 megawatt, waarmee naar verluidt een investering van 25 miljoen euro is gemoeid.

Haalbaarheid

Er is al een onderzoek uitgevoerd naar de haalbaarheid. Dit is gedaan door Fluxys, Colruyt-dochterbedrijf Parkwind, dat zich specialiseert in offshore-windenergie, en Eoly, de stroomleverancier van het supermarktbedrijf. Een beslissing over het project volgt waarschijnlijk binnen enkele weken.

Het voordeel van de keuze voor Zeebrugge is dat het daar aanwezige aardgasnet in staat is om grote volumes te verwerken. De ligging direct aan de zee zorgt ervoor dat de offshore stroom meteen kan worden verwerkt, zodra het aan land komt. Een voordeel van de Antwerpse haven is dat daar potentiële klanten zijn gevestigd. De capaciteit van het aardgasnet is echter beperkter dan in Zeebrugge.

Verdere uitbreiding

Colruyt en Fluxys kijken ook naar de mogelijkheden voor verdere uitbreiding van de nog te bouwen fabriek, als blijkt dat er genoeg marktpotentie is. In Nederland en Duitsland zijn er al plannen om fabrieken te bouwen met een capaciteit van 100 megawatt.

Waterstof kan een belangrijke bijdrage leveren aan de energietransitie, ook in de logistiek. Zo zijn er vrachtwagens en schepen in ontwikkeling die kunnen rijden en varen op deze energiedrager.

Colruyt en Fluxys wilden niet reageren op de berichtgeving.