De Europese rechter stelde daarmee de havens van Antwerpen, Brussel, La Louvière, Namen, Charleroi en Luik in het ongelijk. Die hadden beroep aangetekend tegen het besluit van de Europese Commissie twee jaar geleden dat de Belgische havens verplicht zijn winstbelasting af te dragen. Eerder werd die verplichting al opgelegd aan de Nederlandse havens, die sinds twee jaar  25% vennootschapsbelasting moeten betalen.

De Belgische havens betoogden dat vrijstelling gerechtvaardigd is omdat ze een ‘dubbele opdracht’ hebben. Ze voeren niet alleen commerciële activiteiten uit, zoals het verhuren van grond en het innen van havengelden, maar ze zijn ook verantwoordelijk voor openbare taken, zoals de veiligheid in hun beheersgebied en scheepvaartbegeleiding. Het hof in Luxemburg toonde zich daar niet gevoelig voor en besliste dat havenbeheerders op basis van gerealiseerde winst belast moeten worden. Ook is het hof van mening dat belastingvrijstelling geen algemeen Europees belang dient, zoals bevorderen van modal shift.

Hoger beroep

Ruim een jaar geleden kregen de Nederlandse havens in een soortgelijke beroepsprocedure eveneens nul op het rekest van de Europese rechter. Daardoor moet de Rotterdamse haven nu jaarlijks enkele tientallen miljoenen aan winstbelasting betalen. De Belgische havens kunnen nog hoger beroep instellen, maar de kans op succes lijkt klein. De Nederlandse havens zagen indertijd af van hoger beroep.

Havenbedrijf Rotterdam l(HbR) laat in een reactie weten: ‘Deze beslissing sluit aan bij de opvatting dat zeehavens gezien moeten worden als ondernemingen die actief zijn in het maatschappelijk verkeer van goederen en diensten. Ook bezien vanuit het level playing field-beginsel is het van belang dat alle zeehavens in Europa over dezelfde fiscale kam worden geschoren’, aldus een woordvoerder.

HbR benadrukte indertijd dat concurrenten in andere landen, waaronder België, Frankrijk en Duitsland, nog wel recht hadden op deze vrijstelling. Nu is dus duidelijk dat de Belgische havens deze vrijstelling vaarwel moeten zeggen. De Duitse havens lijken de dans voorlopig overigens te ontspringen. Voor zover bekend, loopt er geen Europese procedure tegen Duitsland. Voor Hamburg zou belastingplicht overigens geen gevolgen hebben, omdat de haven structureel verliesgevend is. De deelstaat Hamburg past de tekorten jaarlijks bij.

Frankrijk

In de beroepsprocedure voerden de Belgische havens aan dat dat concurrenten in andere landen, waaronder Frankrijk, een oneerlijk concurrentievoordeel hebben omdat de Franse havens nog wel zijn vrijgesteld. Voor dat argument toonde het hof zich echter niet gevoelig, omdat er sprake is van een ‘tijdelijk verschil’. Havenbeheerders in andere landen komen later ook aan de beurt, aldus het vonnis.