U trok samen op met Antwerpen. Is dat bijzonder?

Eigenlijk niet heel bijzonder. Maar het was een uitgelezen moment om ons juist nu gezamenlijk in Brussel te presenteren: op het moment dat de samenstelling van de nieuwe commissie en de ambtelijke ondersteuning net bekend was. Als je de havens van North Sea Port erbij telt, zijn we goed voor 65% van de goederenoverslag in de Hamburg – Le Havre-range, dus een factor om rekening mee te houden. We werken overigens op wel meer terreinen samen. Zo werken we aan het ontwikkelen van gezamenlijke standaarden voor het uitwisselen van maritieme data. Het is voor rederijen van belang dat dat in verschillende havens op dezelfde manier kan.

Werkt dat, zo’n gezamenlijke aanpak in Brussel?

Ik denk het wel, afgaande op de feedback. Niet alleen de parlements­leden, maar ook de ambtenaren toonden zich zeer geïnteresseerd en stelden veel goede vragen.

Is het niet dringen geblazen tussen al die andere lobbygroepen?

Natuurlijk is het dringen. Brussel heeft naast de landbouwbegroting jaarlijks ongeveer zestig miljard euro beschikbaar voor onder meer innovatie, onderzoek en stimuleringsfondsen. In 2017 heeft Nederland 2,4 miljard euro binnengehaald. De vraag is of je daar slimmer mee kunt omgaan.

Hoeveel moet er wat u betreft bij?

Dat kan ik niet zeggen. Dat bedrag is opgebouwd uit een heleboel verschillende budgetten. Je kunt erover discussiëren of het meer of minder zou moeten zijn, maar feit is wel dat het heel veel geld is. Dat alleen al toont aan hoe belangrijk het is om je in Brussel te profileren. Natuurlijk zijn er heel veel andere partijen die dat ook doen. De vraag is dus niet of je jezelf in Brussel moet profileren, maar hoe en welk moment je daarvoor kiest. Wij denken dat dit een heel goed moment was. Overigens snappen ze in Brussel zelf ook heel goed dat wij onszelf daar presenteren, maar ik heb de indruk dat Nederlandse parlementariërs meer gericht zijn op de Nederlandse problematiek dan op de internationale belangen van grote havens.

Wat bedoelt u daarmee?

Ik heb soms de indruk dat Euro­parlementariërs meer oog hebben voor grensoverschrijdend thema’s dan Nederlandse parlementariërs.

Wat waren de belangrijkste onderwerpen?

De energietransitie en digitalisering staan hoog op de agenda. We hebben erop gewezen dat dit belangrijke onderwerpen voor alle 500 miljoen inwoners zijn en Brussel opgeroepen om daar budgetten voor vrij te maken. In dat kader is ‘carbon capture and storage’, afvang en opslag van CO2, een belangrijk project. Onze oproep is daarin te investeren en te stoppen met de discussie of je daarmee de fossiele industrie faciliteert. Het afvangen en opslaan concurreert niet met andere methodes om CO2-uitstoot terug te dringen, maar is complementair. Mijn indruk is dat die boodschap goed is geland.

Een ander punt is lng, dat we echt nodig hebben als brandstof om de transportsector te verduurzamen. Maar de infrastructuur is nog onvolledig. Brussel kan een belangrijke rol spelen om de opbouw te faciliteren. Het viel me op dat DG Clima (verantwoordelijk voor de portefeuille klimaatbeleid – red.) daar heel positief op reageerde. Dus ik denk dat we een paar stappen in de goede richting hebben gezet.

Over klimaatbeleid gesproken. Heeft u een vreugdedansje gedaan toen de benoeming van Frans Timmermans als eerste vice-voorzitter van de Commissie met de portefeuille klimaatbeleid bekend werd?

Nee hoor, daar sta ik neutraal in. Ik vind Timmermans als persoon uitstekend, maar we moeten als havens gewoon zorgen dat we onze dossiers op orde hebben. Dan is het veel minder belangrijk of nu Jan of Marie op die stoel zit.

Rotterdam heeft altijd gehamerd op het belang van een gelijk speelveld voor de havens in Europa. Was dat deze keer niet nodig?

We hebben dat deze keer inderdaad wat minder aan de orde gesteld. Wel hebben we meer in het algemeen aandacht gevraagd voor de rederijen. Als er regelgeving voor de internationale scheepvaart wordt gemaakt, dan is de wereldwijde International Maritime Organization daarvoor de aangewezen instantie. Dat is ook de plek om de doelstellingen van het Akkoord van Parijs te realiseren. De boodschap is simpel, we leven niet op een eiland. Regel die dingen op een mondiaal niveau, dus via de IMO. Anders breng je het level playing field in gevaar.