Het gaat om R. e. Y., voormalig directeur-eigenaar van FMS Group, dat voor ongeveer 4,5 ton aan facturen bij het Havenbedrijf heeft ingediend en ook betaald heeft gekregen. Die zaak speelde tussen eind 2016 en het eerste kwartaal van 2018. Het Havenbedrijf eist dat geld terug, omdat er geen enkele tegenprestatie geleverd zou zijn. Y. ontkende dat en stelde dat er zeker drieduizend manuren aan ICT-werk à raison van 125 euro per uur is verricht.

Hij kon daar echter geen bewijs van leveren, volgens hem omdat hij de hele administratie in februari vorig jaar had overgedragen aan A. e. A., een kennis die FMS van hem had overgenomen. De laatste, eveneens aanwezig op de zitting, ontkende dat. ‘Ik heb nooit iets gezien’. Y. beet hem daarop toe ‘of hij soms een autist was’.

A., die eerder heeft aangeboden om 7.000 euro terug te betalen, wekte op de zitting de indruk dat hij weinig van de hele zaak begreep. Op vragen van de rechter of hij wist wat FMS deed, zei hij ‘iets met internet enzo’ en of hij wist wat hij moest doen ‘ja, gesprekken voeren met nieuwe contacten’.

Zzp’ers

Op de tegenwerping van het Havenbedrijf dat onderzoek had uitgewezen dat FMS slechts twee mensen in dienst heeft gehad, zei Y. dat hij in het verleden zeker zeventig zzp’ers opdrachten gaf en zo’n 280 klanten had. Het grootste deel van hen zou vooral gewerkt hebben voor een ander bedrijf van Y., Online Clicks. Ook het werk voor FMS zou verricht zijn door zzp’ers, die eerder voor Online Clicks werkten.

Y.’s advocaat stelt zich op het standpunt dat zijn cliënt zijn onschuld niet hoeft te bewijzen en dat het aan het Havenbedrijf is om de beschuldigingen hard te maken. Dat voerde onder meer aan dat in een diepgaand onderzoek van KPMG klip en klaar is vastgesteld dat er ‘gewoon geen werk is verricht. Een grote groep mensen heeft daar drie maanden onderzoek naar gedaan’.

Het Havenbedrijf eist ook de kosten terug van dat onderzoek, ruim 380.000 euro. In een eerdere zaak heeft de rechter dat bedrag teruggebracht tot ruim 225.000 euro, omdat uit de facturen van KPMG niet op viel te maken wie wanneer bepaalde werkzaamheden heeft verricht. Die zaak liep tegen de ontslagen Havenbedrijf-medewerker Y. H., die eerder dit jaar door de kantonrechter veroordeeld is tot schadevergoeding.

Vervalste overeenkomst

H. heeft de fraude volgens de rechter mogelijk gemaakt door FMS via een vervalste inhuurovereenkomst bij het Havenbedrijf binnen te loodsen. Op basis daarvan ging de havenbeheerder over tot uitbetaling van in totaal dertien facturen. De zaak kwam aan het rollen toen de ING Bank vragen aan het Havenbedrijf begon te stellen over de juistheid van de betalingen.

Gevraagd om opheldering, stuurde FMS alleen een kopie van die inhuurovereenkomst toe. Dat was voor het Havenbedrijf aanleiding om KPMG Advisory opdracht te geven de zaak tot op de bodem uit te zoeken.

De rechter doet op 23 oktober uitspraak.

Lees ook: Verdachte fraudezaak Havenbedrijf Rotterdam blijft schuld ontkennen