Met een conventioneel breakbulkvolume van 11,8 miljoen ton in 2018 zijn jullie officieel de grootste breakbulkhaven van Europa. Hebben jullie specifieke doelen gezet om die positie te behouden of vergroten?

Als havenbeheerder is onze invloed maar beperkt. Ons doel is om het stukgoedvolume te doen groeien, met name in de offshore-windindustrie, maar we hebben daarvoor geen specifieke doelen gesteld. We richten ons vooral op het aantrekken van fabrikanten en producenten. Er is genoeg ruimte beschikbaar in de haven, maar we merken dat bedrijven tegenwoordig huiverig zijn om langdurige overeenkomsten aan te gaan. In die gevallen bieden we flexibele, kortere-termijncontracten aan. Op die wijze hoeven de bedrijven niet direct grote besluiten te nemen, terwijl wij als haven toch de spin-off business genieten.

U noemt specifiek de offshore sector, die goed is voor een groot deel van de projectlading. Hoe accommodeert u deze sector?

In zowel de wind- als olie- en gas­industrie worden de modules steeds zwaarder en groter, waardoor bedrijven in toenemende mate afhankelijk zijn van diep water voor het transport ervan. Wij hebben zulke diepwaterlocaties beschikbaar.

De fusie had als doel om een sterkere havenregio met meer onderlinge samenwerking te creëren. Hebben de rebranding en nieuwe naam geholpen om nieuwe lading aan te trekken?

De fusie heeft ons in staat gesteld om te specialiseren en klanten schaalvoordelen aan te bieden. Ik ben er zeker van dat dat zijn vruchten al afwerpt. Zo opent de bouw van een extra sluis voor het kanaal tussen Terneuzen en Gent bijvoorbeeld de deuren voor nieuwe kansen.

Terwijl Rotterdam en Antwerpen het aandeel van breakbulk in hun totale volume drastisch hebben zien dalen, is in uw overslag het aandeel van breakbulk juist gegroeid tot 17%. Hoe verklaart u dat?

Dat is te danken aan een aantal haveninvesteringen tussen 2009 en 2015. In 2009 heeft Verbrugge de Scaldia Terminal in gebruik genomen. Dat was een grote investering die een sterke groei in de overslag van staal en projectlading heeft gefaciliteerd. Kloosterboer heeft vervolgens de positie in de offshore sector verstevigd met de oprichting van dochteronderneming Breakbulk Offshore Wind (BOW). Daarbovenop hebben Supermaritime, Bulk Terminal Zeeland, Access World, Perenco en Mammoet nieuwe terminals en warehouses geopend of hun bestaande faciliteiten uitgebreid. En op dit moment is ASK Romein een nieuwe kadelocatie voor de offshore sector aan het ontwikkelen. Als gevolg van al die ontwikkelingen is er lading van Antwerpen en Rotterdam naar ons verschoven. We hebben ook bedrijven zien verdwijnen, zoals VDS Staalbouw dat failliet is gegaan, maar er is een duidelijke positieve trend. Overigens is het belangrijk om op te merken dat wij geen grootschalige containerterminals hebben, dus in vergelijking met Rotterdam en Antwerpen is ons breakbulkaandeel niet zo hard getroffen door containerisatie.

Maar uit uw eerste kwartaal­cijfers blijkt dat containerisatie wel degelijk invloed heeft op jullie conventionele breakbulkvolume. Hoe zorgelijk is dat?

Het breakbulkvolume is in het eerste kwartaal van 2019 inderdaad gedaald door de containerisering van een groot ladingpakket van bananen. Het is algemeen bekend dat de breakbulksector zwaar getroffen is door containerisatie en gelet op de ontwikkelingen in de reefermarkt, wisten we dat het er voor deze goederenstroom ook zat aan te komen.

Breakbulkcijfers worden vaak niet toegelicht. Kunt u aangeven hoe de verschillende goederenstromen hebben gepresteerd?

De offshore-windindustrie heeft duidelijk de skyline van Vlissingen bepaald. Er was veel activiteit in verband met de bouw van het Belgische windpark Norther en de Britse windparken East Anglia 1 en 2. Dat heeft geleid tot groei van de projectlading. Onze staalvolumes vertoonden wat disrupties door onderhoudstops van fabrieken, maar de overslag van woudproducten deed het erg goed. We zagen daarin een sterke groei. Vermoedelijk hebben kopers hun voorraden gespekt om te anticiperen op prijsverhogingen die volgen op consolidatie onder de producenten.

Wat zijn de verwachtingen voor dit jaar?

Over het algemeen verwachten we geen structurele veranderingen. We hebben er daarom vertrouwen in ons volume van afgelopen jaar te handhaven.

Marcel Pater: