Dat is de uitkomst van een haalbaarheidsstudie die zestien bedrijven en organisaties, verenigd in het project H-vision, onder leiding van Deltalinqs hebben uitgevoerd. Onder anderen BP, Havenbedrijf Rotterdam, Vopak en Shell hebben meegewerkt aan het onderzoek.

De Rotterdamse haven, die zich graag profileert als klimaatvriendelijk, is goed voor 17% van de totale CO2-uitstoot in Nederland. Met name raffinaderijen, kolen- en gascentrales en afvalverwerkers zijn verantwoordelijk voor een flinke uitstoot vanwege hun aanzienlijke verbruik van fossiele brandstoffen.

De plannen van H-Vision, die op dinsdag 2 juli aan minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat werden overhandigd, tonen aan dat grootschalige inzet van waterstof het antwoord kan zijn om de CO2-emissies al voor 2030 – wanneer de klimaatdoelstellingen moeten zijn behaald – ‘aanzienlijk’ terug te brengen. ‘Afgezet tegen de totale CO2-uitstoot van de industrie in 2018 (26,4 miljoen ton), leidt gebruik van waterstof in Rotterdam tot een emissiereductie van 16%’, zo valt te lezen in het onderzoek.

Om die energietransitie te bewerkstelligen, moeten er op de Maasvlakte twee waterstoffabrieken gebouwd worden. De te bouwen waterstofinstallaties moeten een productiecapaciteit van ruim 700 kiloton op jaarbasis krijgen. Ter vergelijking: de huidige waterstofproductie in heel Nederland is 800 kiloton. Met die 700 kiloton kan de industrie in de Rotterdamse haven 20% van de benodigde warmte en stroom op basis van waterstof produceren.

Aardgas

H-vision richt zich in eerste instantie op het maken van blauwe waterstof op basis van aardgas en door hergebruik van raffinaderijgas. De CO2 die vrijkomt bij de productie wordt afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. De ontstane koolstofvrije blauwe waterstof kan vervolgens worden ingezet voor het opwekken van hoge temperaturen en de productie van elektriciteit.

De kosten voor de nieuwe fabrieken en leidingen bedragen twee miljard euro. Als alle partijen eruit zijn wie dat geld moet gaan ophoesten, kan de eerste waterstoffabriek al over zeven jaar op de Maasvlakte staan.

De investering in de benodigde infrastructuur om de waterstof naar alle aangesloten bedrijven te vervoeren is volgens H-Vision toekomstbestendig, omdat deze daarmee geschikt wordt gemaakt voor de volgende stap: groene waterstof. Die wordt geproduceerd uit elektriciteit, bij voorkeur zon en wind, en is dus volledig duurzaam en CO2-vrij. Op dit moment is er echter nog veel te weinig groene stroom voor productie van groene waterstof op industriële schaal.

‘Zolang er onvoldoende groene waterstof is, kunnen bedrijven al met blauwe waterstof hun uitstoot verkleinen’, zegt Allard Castelein, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam. ‘De beschikbaarheid van blauwe waterstof in Rotterdam is goed voor het klimaat, en versterkt tegelijkertijd de concurrentiepositie van onze industrie.’

Katalysator

De blauwe variant is dus een noodzakelijke tussenstap naar die ‘groene’ toekomst, zo stelt ook Alice Krekt, directeur Deltalinqs Climate Program. ‘Voordat er voldoende groene stroom is om groene waterstof te maken, zijn we zeker tien tot twintig jaar verder’, aldus Krekt. Door al op korte termijn te investeren in blauwe waterstof en de daarbij behorende infrastructuur kan er volgens de programmadirecteur ‘in een behoorlijk tempo worden gewerkt aan de noodzakelijke decarbonisatie van de industrie’. Bovendien kan het als katalysator werken in het proces naar de toekomstige groene-waterstofeconomie.

‘De productiemethode van blauwe waterstof steunt op bewezen techniek. Hierdoor kunnen we al vóór 2030 substantieel CO2-emissies reduceren. De infrastructuur voor blauwe waterstof is straks bovendien ook bruikbaar voor groene waterstof. Beide energiedragers zijn immers identiek, alleen de productiemethode verschilt. Zodra groene waterstof op grote schaal én kostenefficiënt beschikbaar komt, wordt de blauwe variant, waarbij je per afgevoerde ton CO2 moet betalen, vanzelf steeds minder interessant.’

Kolencentrales

‘Overschakelen op blauwe waterstof is de meest aantrekkelijke optie om snel CO2 te reduceren in de industrie’, vult René Peters aan, die namens TNO meewerkte aan de technologische onderbouwing van het onderzoek. ‘Uniper en ENGIE moeten hun kolencentrales op de Maasvlakte in 2030 sluiten en zoeken alternatieven om regelbare elektriciteitsproductie beschikbaar te houden voor de markt. Ombouw van een kolen- naar een flexibele waterstofcentrale die niet continu draait maar alleen als er behoefte is aan elektriciteit, is waardevol in het toekomstige energiesysteem.’

Deltalinqs onderzoekt de komende tijd welke partijen belangstelling hebben voor de vervolgstap, waarin verdere details worden uitgewerkt. ‘Daaruit volgt een business case waarin de investeringen per bedrijf concreet worden gemaakt’, aldus Krekt. Ze verwacht dat er in het najaar meer duidelijk wordt over de toekomst van het waterstofproject.

Waterstofeconomie

Niet alleen Rotterdam is in de ban van waterstof. Bedrijven en overheden in Noord-Nederland willen de komende twaalf jaar 2,8 miljard euro investeren om een waterstofeconomie op poten te zetten. Op een olie- en gasplatform voor de kust bij Scheveningen start volgend jaar het eerste project ter wereld voor de productie van waterstof op zee (zie kader).

Grijze, groene en blauwe waterstof.

Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Er zijn drie varianten:

  • Grijze waterstof wordt gemaakt met fossiele brandstoffen, voornamelijk aardgas. Daarbij wordt water gesplitst in waterstofgas en CO2.
  • Bij blauwe waterstof is de bron nog steeds wel aardgas, maar wordt de CO2 er uitgehaald en onder de grond opgeslagen.
  • Groene waterstof wordt geproduceerd met duurzame energie (zon en wind) en is emissievrij.

Lees ook: Proef met productie waterstof op Noordzee