De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft onlangs geprobeerd de drugscriminaliteit in de Rotterdamse haven in beeld te brengen. Een van de opvallende conclusies in het rapport is dat niemand enig idee heeft hoeveel verdovende middelen via de haven het land inkomen. Hoe groot is volgens u het probleem?

De afgelopen jaren is er veel veranderd. Twintig jaar geleden werd fruit nog in bulkladingen op grote witte boten vervoerd. Producten die gekoeld moeten worden, komen tegenwoordig veelal in containers binnen. Criminelen gaan steeds ingenieuzer te werk. Soms zit de cocaïne in bananen verstopt of beschikt een container over een dubbele bodem. Het lijkt er op dat de hoeveelheden drugs toenemen. Er wordt meer onderschept. Gebruik van cocaïne is maatschappelijk ook steeds meer geaccepteerd geraakt. Het is bovendien zoeken naar een speld in een hooiberg. De Maasvlakte telt meer dan 100.000 containers. Het is dus een groot maatschappelijk vraagstuk.

De Rotterdamse haven heeft de controle de laatste jaren al aangescherpt. Waar zitten volgens u de zwakste plekken?

De meest kwetsbare factor blijft de mens. De afgelopen jaren hebben we diverse rechtszaken tegen corrupte douaniers en havenmedewerkers meegemaakt. Daarna komen de ICT-systemen. Dan pas de fysieke infrastructuur, de hekken, camera’s en biometrische toegangspasjes. Daarin hebben we de afgelopen jaren al grote stappen gezet.

Havenondernemers zullen niet allemaal even blij zijn met de extra beveiligingsmaatregelen. Drugscriminaliteit is per slot van rekening niet hun probleem.

Die extra beveiliging kost geld. Overslagbedrijven moeten bovendien vanwege politieonderzoek hun werkzaamheden soms langdurig stilleggen, schade die ze nergens kunnen verhalen. Toch ziet vrijwel iedereen in hoe belangrijk dit is. Drugscriminaliteit leidt tot ontwrichting van de samenleving. We hebben gezien hoe de broer van een kroongetuige in een drugsonderzoek in zijn bedrijf werd vermoord, dat een afgehakt hoofd werd neergelegd voor een shishalounge. Het geweld neemt toe. Als de haven een schakelfunctie in de drugssmokkel vervult, kunnen ondernemers niet voor hun verantwoordelijkheid weglopen.

De maatregelen tegen insluipers gaan de leden van Deltalinqs zelfs nog niet ver genoeg. U pleit bijvoorbeeld voor zwaardere straffen voor onbevoegde personen die op haventerreinen worden betrapt.

Ik heb videobeelden gezien van mannen in ninjapakken die nadat ze een container hebben leeggehaald een slagboom aan flarden rijden. Die wildwesttaferelen doen zich hier voor. Iemand die zich op een haventerrein bevindt zonder dat hij daar iets te zoeken heeft, komt daar nu met een boete vanaf.

U vindt ook dat havenpersoneel beter gescreend moet worden.

Voor sommige functies is het screenen via een simpele Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) niet voldoende. Op Schiphol wordt het personeel door de veiligheidsdienst tegen het licht gehouden. Voor bepaalde functies zou dat in de haven misschien ook moeten gebeuren. Zo’n VOG-verklaring is flinterdun en niet genoeg gericht op het werk dat iemand gaat doen. Het zegt te weinig. Soms zouden we graag veel meer willen weten over sollicitanten en medewerkers, maar lopen we op tegen privacywetgeving. Daar gaan we de komende maanden met de minister over praten.

En getuigen in drugszaken moeten beter worden beschermd?

Ik weet van onderzoeken waarbij de namen van partijen die als ogen en oren hebben gediend voor de politie bij criminelen bekend zijn geworden. Die lui wisten bijvoorbeeld waar hun kinderen naar school gingen. Dan wordt het paard achter de wagen gespannen. Het personeel in de haven is kwetsbaar. Het moet makkelijker gemaakt worden om anoniem een verklaring af te leggen.

Bent u tevreden over de samenwerking met justitie, politie en de douane?

Die verloopt heel constructief. Er blijven altijd verbeterpunten en soms moeten we die bij onszelf zoeken. Sommige leden staan nog wat terughoudend tegenover zo’n nauwe samenwerking met de overheid. Daar kan ik me ook best wat bij voorstellen. Het kan soms vreselijk lang duren voordat een container door de douane wordt vrijgegeven. Dat spanningsveld zal altijd blijven bestaan. Opsporen is een overheidstaak en havenondernemers realiseren zich dat ze deel uitmaken van de oplossing. Zolang het tenminste niet ten koste gaat van de concurrentiekracht. We moeten niet het braafste jongetje van de klas willen zijn, zodat onze klanten vertrekken naar havens waar de controles minder streng nageleefd worden. Dus we moeten daarin effectief zijn én een goede balans vinden.