De laad- en losplaats valt onder de Britse Kroon en is een van de laatst overgebleven overzeese bezittingen van het voormalige Britse Rijk. Voor negen miljoen euro gaat de Britse dochteronderneming BAM Nuttall van het Nederlandse BAM een platform van welgeteld elf bij elf meter bouwen op het eiland middenin de zuidelijke Atlantische Oceaan, zo’n 1.500 kilometer noordelijk van Antarctica.

Het platform gaat dienst doen als aanmeerplek voor het vorig jaar in de vaart gekomen onderzoeksschip ‘Sir David Attenborough’. Die doet Zuid-Georgia af en toe aan voor onderzoekswerk, maar ook om de bewoners te bevoorraden. Dat zijn er welgeteld vier: Tim en Pauline Carr en Patrick en Sarah Lurcock. Ze beheren er ‘het meest veelzijdige museum in het Antarctische Gebied’. Dat is vooral gewijd aan de historie van het eiland als centrum van de walvisvaart.

Voor haar serie ‘Naar het einde van de wereld’ reisde programmamaakster Floortje Dessing er naartoe en maakte zo de langste reis ooit voor dit programma. Ze was bijna een maand onderweg voor een bezoek van slechts zes uur. De programmamakers omschrijven Zuid-Georgia als het domein van miljoenen pinguïns, albatrossen en zeehonden, maar volgens sommigen is deze koude uithoek van de wereld minder onbewoond dan de autoriteiten willen doen geloven. De Britse Royal Marines zouden namelijk een permanente, maar geheime, basis hebben.

Dat is niet onwaarschijnlijk. Op 3 april 1982 werd het eiland in het kader van de Falkland-oorlog namelijk bezet door een groep Argentijnse mariniers, die een paar weken eerder vermomd als metaalschroot-verwerkers aan land waren gekomen. Hun triomf was echter van korte duur. Drie weken later, op 25 april, wist een Britse troepenmacht van onder meer commando’s en mariniers de Britse hegemonie te herstellen.