Dat stelt directeur Kees Noorman van de Amsterdamse ondernemersvereniging Oram. ‘Dit voelt als een oorlogsverklaring van het stadsbestuur aan het adres van alle bedrijven in de Amsterdamse haven en het eigen havenbedrijf.’ Verder noemt hij de woorden van Kock ‘een aanval op het vrije vestiging-en ondernemersklimaat in Nederland’.

Conflicterende belangen

Kock zei onlangs tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van Havenbedrijf Amsterdam, eigendom van de gemeente, dat de conflicterende belangen tussen het havenbedrijf en de woningbouwplannen van de stad het gemeentebestuur dwingen het komende halfjaar uit te trekken voor een evaluatie ‘welke haven straks het beste bij de stad past. Woningbouw is daarbij leidend’, aldus Kock.

Noorman beticht de wethouder van ‘regentesk gedrag’. Zo gaat de havenwethouder zijn ‘boekje te buiten’ door het zelfstandig havenbedrijf via het stadhuis voor te schrijven wat het moet doen. ‘Hij wil eigenlijk de zelfstandigheid van het havenbedrijf terugdraaien, maar alleen de raad van commissarissen controleert het havenbedrijf, niet de aandeelhouder.’

Flappentap

De Oram-directeur verwijt de havenwethouder tevens dat hij nu al twee jaar lang een superdividend opeist van het havenbedrijf, gelijk aan de gehele jaarwinst. ‘Zo kan de havenbeheerder maar een schrale vermogenspositie opbouwen. Het gemeentebestuur ziet het havenbedrijf slechts als een veredelde flappentap’, klaagt Noorman.

Ook gelooft hij dat de recente overwinning van het Amsterdams havenbedrijf bij de Raad van State tegen de woningbouwplannen op het oude defensieterrein Hembrug in Zaandam, de opstelling van de havenwethouder tegen zijn eigen havenbedrijf verklaart. ‘Kock vreest voor vergelijkbare problemen in de Amsterdamse haven. Het is dan ook een machtsspelletje geworden.’ Volgens Noorman heeft het stadsbestuur de complexiteit van woningbouw in de haven onderschat. ‘Zij willen nu met stoom en kokend water nieuwbouw realiseren, maar dat blijkt moeilijker dan gedacht in een havengebied waar dat eigenlijk qua geluidsbelasting niet kan.’

War zone

De Oram-directeur wijst er verder op dat er met de gemeente afspraken zijn gemaakt over vestigingsgaranties tot 2040 voor de bedrijven in ruil voor een constructief meewerken aan een toekomstige verhuizing uit de Coen- en Vlothaven. Die afspraken gaven zekerheid, maar met de recente uitspraken van havenwethouder Udo Kock is de onzekerheid teruggekeerd, stelt de Oram-directeur. Hij wijst op het grote risico dat die constructieve houding van de achterban snel kan omslaan in tegenstand als er sprake is van dwang en bedrijven tegen hun wil moeten verhuizen. ‘Dan zitten we in de haven in een war zone.’

Noorman verwacht tevens dat het havenbedrijf en de raad van commissarissen nu moeten opkomen voor de belangen van het bedrijfsleven in de Amsterdamse haven. ‘Het kan niet zo zijn dat zij zich de les laten lezen door de havenwethouder. Het havenbedrijf is niet voor niets via de verzelfstandiging bestuurlijk op afstand gezet van de gemeente. Dat is primair gedaan om samen met ons te ondernemen en de haven internationaal verder te ontwikkelen. Ik kan mij dan ook voorstellen dat de raad van commissarissen opstapt als het Amsterdams stadsbestuur in strijd handelt met de belangen van het havenbedrijf. Je bent niet voor niets onafhankelijk.’

Logistiek knooppunt

Ook Oram zal zich beraden op stappen. Noorman denkt daarbij in de eerste plaats aan een opschaling van de lobby richting Den Haag. ‘Het gemeentebestuur moet zich realiseren dat de haven geen stadshaven is, maar een nationaal en internationaal logistiek knooppunt met talrijke multinationals. Die stuur je niet zomaar weg. Het gaat hier om het vestigingsklimaat in Nederland.’

Hij wijst er verder op dat als de hoofdstad meer woningbouw wil in de haven er elders nieuwe terreinen moeten worden gevonden voor de bedrijven, wellicht buiten de gemeentegrenzen. ‘Maar Kock durft die stap naar de buurgemeenten niet te zetten. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de Houtrakpolder, want ergens zullen de havenbedrijven een nieuw onderdak moeten krijgen.’