Dat stelde wethouder Marieke van Doorninck (Ruimtelijke Ordening) dinsdag bij de presentatie van de verkenning ‘versnellingsaanpak Haven-Stad’. Het Amsterdamse college wil daarmee rond de 10.000 huizen in het kader van Haven-Stad eerder bouwen aan de zuidzijde van het IJ om de druk op de woningmarkt in de hoofdstad te verlichten.

Randgebieden

Het gaat dan om de randgebieden van de haven waar op korte termijn het openbaar vervoer kan worden verbeterd en om het zogeheten ‘pas-op- de-plaats’-gebied, waar tot 2029 geen woningen zouden worden gebouwd, aldus Van Doorninck (GroenLinks).

Volgens de wethouder is versnellen daarbij alleen mogelijk als er goede OV-verbindingen komen en de eerdere afspraken met de bedrijven in het havengebied worden gerespecteerd. De havenbedrijven in de Coen-en Vlothaven kunnen volgens Van Doorninck zeker tot 2040 blijven. De gemeente houdt daar vast aan eerdere garanties aan de ondernemingen, stelt zij.

Coen- en Vlothaven

Als onderdeel van de versnellingsaanpak kijkt de gemeente wel of de geluids-en milieucontouren van de bedrijven in de Coen- en Vlothaven eerdere woningbouw toestaan. Op basis van dat onderzoek neemt de gemeente begin volgend jaar ‘een besluit over het al dan niet starten van de planvorming voor de transformatie van deze gebieden’.

Tijdens de algemene aandeelhoudersvergadering van het Havenbedrijf Amsterdam eerder deze maand gaf haar ambtgenoot Udo Kock (D66), verantwoordelijk voor de haven, aan dat bij de toekomstige plannen voor de haven de woningbouw ‘leidend’ is boven de belangen van de haven.

Die uitspraak heeft in de gemeenteraad al geleid tot vragen van de VVD aan de wethouder. De Amsterdamse Ondernemersvereniging Oram heeft de havenwethouder ook sterk bekritiseerd over zijn uitlatingen en ziet zijn woorden als een aanval op de ondernemersvrijheid in Nederland en de zelfstandigheid van het Havenbedrijf Amsterdam.