Aan welke ladingstromen is de kwartaalgroei te danken?

De groei zit voornamelijk in non-ferro metalen, projectlading en woudproducten. De overslag van staal was redelijk stabiel. De grotere overslag van projectlading werd grotendeels gedreven door een toename in de export van windmolenonderdelen.

Hoe heeft de Rotterdamse haven het voor elkaar gekregen om 3,1% groei te realiseren, terwijl Europa’s grootste conventionele breakbulkhaven, Antwerpen, het volume met 5% zag dalen?

Om te beginnen wil ik zeggen dat dit enkel de eerste drie maanden van het jaar zijn. We hebben mooie groei geboekt, maar we hebben ook nog negen maanden te gaan en moeten dus nog zien wat er gedurende het jaar gebeurt.

Als we de kwartaalgroei in detail bekijken zien we de grootste groei in maart, toen de breakbulkterminals gezamenlijk een groei van 13% noteerden. Dat lijkt op het eerste gezicht Brexit-gerelateerd, maar voor de conventionele breakbulk is dat niet zozeer het geval. Rotterdam is groot in non-ferro metalen en die ladingstroom werd positief beïnvloed door het opheffen van de Amerikaanse importban op Russisch aluminium. Brexit had wel een grote invloed op het ro/ro-volume, dat afgelopen kwartaal groeide met 10,7%.

En de groei in projectlading, werd die puur gedreven door de markt voor offshore wind?

Die groei is inderdaad voornamelijk te danken aan offshore-windgerelateerde lading. We zien in de olie- en gasindustrie ook wel weer beweging doordat de toename van de olieprijs nieuwe exploratie-activiteit stimuleert, maar de hoeveelheid werk is nog steeds erg ver van wat het was voordat de olieprijs in elkaar stortte.

In het algemeen heeft de breakbulkmarkt sterk te lijden onder de alsmaar toenemende containerisatie van goederen en afgelopen jaar bleef de Rotterdamse breakbulkoverslag ook vlak. Wat is de breakbulkvisie en -strategie van het havenbedrijf?

Containerisatie is inderdaad een trend die de markt al meer dan een decennium hevig beïnvloedt. Toch zien wij ruimte om onze breakbulkoverslag verder te doen groeien en daarin investeren we ook.

Het klopt dat de conventionele breakbulkoverslag afgelopen jaar op papier vlak is gebleven, maar dat werd veroorzaakt door een groot en duidelijk identificeerbaar ladingpakket in het jaar ervoor. In 2016 en 2017 lag één van de grote Duitse hoogovens stil vanwege onderhoud, wat leidde tot een grotere import van Braziliaans staal door de haven van Rotterdam. Het betrof een grote, tijdelijke ladingpartij die door één partij werd afgehandeld. Als we dat ladingpakket buiten beschouwing laten zien we wel degelijk wat groei in de breakbulkoverslag.

Om verdere groei van metalen en projectlading te stimuleren hebben we recent de breakbulkcarrousel ontwikkeld. Dat zal per 2020 extra terminalruimte voor de breakbulkbedrijven creëren. Daarnaast hebben we op Maasvlakte 2 een groot terrein ontwikkeld voor offshore-activiteiten.

Wat houdt de ‘breakbulkcarrousel’ precies in?

Simpel gezegd creëren we meer terminalruimte voor vier breakbulkbedrijven in Rotterdam: Metaal Transport (non-ferro en metaal), Broekman Project Services (heavy lift, projectlading en offshore), J.C. Meijers (multi-purpose terminal) en RHB (heavy lift en projectlading).

Vanwege de alsmaar groter wordende containerschepen heeft containerterminaloperator ECT zijn City Terminal gesloten om al zijn activiteiten op de Eerste en Tweede Maasvlakte te concentreren. Als havenbedrijf zijn wij sindsdien bezig met de herontwikkeling van het gebied en we hebben daarvoor veel interesse gehad van bedrijven die hun faciliteiten willen uitbreiden, waaronder de vier breakbulk- en projectladingterminals. Als onderdeel van die herontwikkeling heeft Metaal Transport een stuk terrein toegewezen gekregen waar het bedrijf zijn activiteiten zal concentreren. Nu heeft Metaal Transport nog verschillende locaties, verspreid door de haven. Als gevolg van die verhuizing komt er achtereenvolgens voor Broekman Project Services, J.C. Meyer en RHB ook ruimte vrij om hun terminals uit te breiden. Daarom noemen we het een carrousel.

Wat kunnen we van het offshore center op Maasvlakte 2 verwachten?

We hebben als Havenbedrijf Rotterdam nog steeds de ambitie om onze positie in de offshore-markten uit te breiden en we hebben daarvoor 25 hectare beschikbaar.  De ontwikkeling van het offshore center is wat vertraagd. Dat komt doordat we met een consortium van bedrijven in gesprek waren over het gebruik van de infrastructuur, maar dat pakte niet uit zoals wij wilden. Gedeeltelijk kwam dit door marktomstandigheden, maar ook doordat onze visies verschilden. We zijn op dit moment in gesprek met een nieuwe potentiële gebruiker en werken full flex om dit project tot een succes te maken.

Er lijkt een duidelijke focus op staal, non-ferro en projectlading te liggen. Kunt u dat toelichten?

Rotterdam is zeer goed uitgerust voor het afhandelen van grote en zware ladingen. We hebben directe haventoegang, diepwaterterminals en een uniek aanbod aan drijvende bokken om laad- en losoperaties te vergemakkelijken. We hebben plannen om deze tak verder uit te breiden, maar om dat succesvol te kunnen doen hebben we meer basislading voor rederijen nodig. Staal en metalen zijn zulke basisladingen.

De haven van Rotterdam is niet de eerste waar verladers aan denken wanneer het om staal of breakbulk gaat, terwijl we hier zeer capabele bedrijven hebben. We zien ruimte om onze staal- en metaaloverslag te doen groeien en daar werken we hard aan. Aan de ene kant door groei van onze terminals te faciliteren en aan de andere kant door te lobbyen en Rotterdam te promoten als breakbulkhaven. Wij geloven dat die combinatie van ladingstromen ons in de toekomst een voorsprong zal geven. Ons doel is om van Rotterdam dé breakbulkhaven van Europa te maken.