De barometer is een meerjaarlijks onderzoek uitgevoerd door het Erasmus Centre for Business Innovation, in opdracht van SmartPort en het Havenbedrijf Rotterdam, naar vernieuwing en het innovatieklimaat in de Rotterdamse havenregio.

Koplopers

Uit hetzelfde onderzoek blijkt onder meer dat de groep innovatiekoplopers gemiddeld beter presteert dan niet-innovatieve bedrijven, dat de klant een dominante rol speelt in het innovatie-ecosysteem, en dat een groot deel van de bedrijven voorstander is van een actievere rol van het Havenbedrijf in relatie tot de digitalisering, energietransitie en arbeidsmarkt in de haven. De bevindingen zijn gebaseerd op een uitgebreide enquête onder managers van 4.500 vestigingen in de haven en de omliggende havenstedelijke schil.

Elisabeth van Opstall, Managing Director SmartPort licht toe: ‘Dit onderzoek toont aan dat bedrijven die innovatief inspelen op de veranderingen die op hen afkomen, beter zijn uitgerust om hun bestaande en nieuwe klanten te bedienen. SmartPort werkt met bedrijven in de haven samen om op basis van wetenschappelijk onderzoek tot beslisinformatie te komen. Het gaat hierbij om creëren van kennis over en impact van langetermijnontwikkelingen zoals de energietransitie, klimaat, digitalisering en automatisering.’

Graadmeter

Een belangrijke graadmeter van vernieuwing is volgens de onderzoekers de mate van incrementele innovatie (zoals aanpassingen van bestaande producten of diensten en efficiëntie-slagen in operationele processen of dienstverlening) en radicale innovatie (zoals het in de markt zetten van nieuwe producten of diensten en het benutten van mogelijkheden in nieuwe markten). Op beide vlakken scoort het havenbedrijfsleven hoger dan bij de nulmeting door ECBI van twee jaar geleden.

Een substantieel deel van het havenbedrijfsleven verwacht dat digitalisering-gerelateerde ontwikkelingen (het Internet of Things, blockchain, kunstmatige intelligentie) een aanzienlijke strategische impact hebben op de bedrijfsvoering en -strategie in de komende vijf jaar.

Dit geldt ook voor ontwikkelingen rond (semi)autonoom transport en – wat betreft bedrijven in het industriecluster (chemie, raffinage en energie) – de elektrificatie van industriële processen en het gebruik van biogrondstoffen, en juist in mindere mate voor 3D-printing. De meerderheid van de bedrijven geeft aan dat technologische ontwikkelingen veel nieuwe productideeën of nieuwe soorten dienstverlening in hun markt mogelijk hebben gemaakt, dan wel grote kansen bieden voor hun sector.

Bedrijfsprestaties

In het onderzoek zijn de bedrijfsprestaties van de 25% meest innoverende bedrijven (de ‘vernieuwers’) vergeleken met die van de 25% minst innoverende bedrijven (de ‘achterblijvers’). Voor het bepalen van het innovatievermogen is gekeken naar een breed scala aan innovatie-indicatoren, zoals de mate waarin nieuwe producten, diensten, operationele processen en businessconcepten zijn geïntroduceerd. De vernieuwers scoren gemiddeld 29% hoger op het aantrekken van nieuwe klanten en ervaren gemiddeld 23% meer groei van het marktaandeel. Wat betreft winstgevendheid en omzet- en winstgroei is het verschil met de innovatie-achterblijvers ruim 10%.

Ten opzichte van de groep innovatie-achterblijvers spendeert de groep vernieuwers gemiddeld significant meer aan R&D en (ondersteunende) ICT. Daarnaast scoort de innovatieve voorhoede gemiddeld hoger op diverse niet-technologische factoren, waaronder de mate van ondernemende oriëntatie, de introductie van nieuwe managementpraktijken (zoals veranderingen in de wijze van aansturing), de introductie van vernieuwende HR-praktijken (met betrekking tot bijvoorbeeld de autonomie en ontwikkeling van medewerkers) en de mate waarin er wordt samengewerkt met externe partijen.

Investeringen in R&D

Uit het onderzoek blijkt dat deze en andere niet-technologische factoren gemiddeld tweemaal zoveel bijdragen aan het algehele innovatievermogen van bedrijven als investeringen in R&D en ICT. Volgens Henk Volberda, een van de onderzoekers, onderstreept deze uitkomst ‘het belang van de inzet op vernieuwing in zowel het technologische als het sociale en organisatorische domein’.

De klant speelt een dominante rol in het innovatie-ecosysteem van bedrijven, zo meldt het rapport. Voor bijna 90% van de bedrijven geldt dat (zakelijke) klanten belangrijk tot zeer belangrijk zijn voor hun innovatie-activiteiten. De top-5 van meest belangrijke partijen in het innovatie-ecosysteem van het havenbedrijfsleven bestaat verder uit leveranciers (van grondstoffen, materiaal, apparatuur of software), concurrerende bedrijven, complementaire bedrijven en het Havenbedrijf Rotterdam.

Onder andere kennisinstellingen en -platformen, brancheverenigingen en overheidsinstanties worden als minder belangrijk gezien. Onderaan staan startup-hubs, bedrijfsincubators en -accelerators, commerciële laboratoria en externe prototype- en testfaciliteiten; minder dan 15% van de bedrijven acht deze partijen van belang voor hun innovatie-activiteiten. Onder innovatiekoplopers is dit percentage duidelijk hoger.

Maritieme industrie meest innovatief

De maritieme en offshore maakindustrie en natte waterbouw vormen het meest innovatieve cluster in de Rotterdamse havenregio, en in het bijzonder maritieme toeleveranciers. Andere innovatieve sectoren zijn de niet-maritieme zakelijke, financiële en IT-dienstverlening en de ‘third-party’ (3PL) logistieke dienstverlening.

Eén op de drie bedrijven heeft een zelfstandige afdeling of unit ingericht voor innovatiedoeleinden, en 45% heeft één of meerdere medewerkers specifiek aangewezen voor het coördineren van de innovatie-activiteiten. De belangrijkste innovatiedoelstelling is kwaliteitsverbetering van huidige producten of diensten.

Ongeveer twee derde van de vestigingen in de Rotterdamse haven en de omliggende havenstedelijke schil heeft moeite met het vinden en aantrekken van geschikte medewerkers op de arbeidsmarkt. Volgens Rick Hollen, die samen met Henk Volberda het onderzoek heeft uitgevoerd, bevestigt deze uitkomst het beeld van een knellende arbeidsmarktproblematiek.

Een ander knelpunt voor een aanzienlijk deel van het havenbedrijfsleven ligt besloten in de huidige wetten en regels, die door 35% van de bedrijven wordt ervaren als een obstakel om tot nieuwe producten of diensten te komen. Dit laatste geldt vooral voor bedrijven in het industriecluster (raffinage, chemie, energie, utilities, 57%), de op- en overslagsector (48%) en de sector vervoer en dienstverlening voor vervoer (44%).

Rol Havenbedrijf Rotterdam

Veel bedrijven in het havengebied zijn van mening dat het Havenbedrijf Rotterdam een actievere rol zou moeten spelen in de verduurzaming van het gebied door het aanjagen en faciliteren van CO2-reducties (55% eens, 20% oneens, 25% neutraal) en in de digitalisering in het gebied door het faciliteren en regisseren van diverse datastromen (53% eens, 23% oneens).

Daarnaast wenst een groot aantal bedrijven een actievere rol van het Havenbedrijf in het coördineren van advies of ondersteuning omtrent een toekomstbestendige arbeidsmarkt (57% eens, 17% oneens), het bevorderen van samenwerkingsrelaties tussen bedrijven (62% eens, 13% oneens) en het versterken van het internationale concurrentievermogen van het havengebied (75% eens, 8% oneens).

De omzet in de afgelopen drie jaar van het gemiddelde bedrijf in de haven komt voor een kwart voort uit nieuwe producten of diensten, voor bijna 20% uit substantieel verbeterde producten of diensten, en voor de rest (bijna 60%) uit onveranderde dan wel marginaal aangepaste producten of diensten. ‘De uitkomsten van het onderzoek met betrekking tot de verwachte impact van technologische ontwikkelingen onderschrijven het belang van innovatie’, aldus de Haven Innovatie Barometer.