Schrijnend verhaal. Een klein Afrikaans land is een kwart van zijn nationale inkomen kwijt aan een boete die moet worden overgemaakt aan een wereldwijd opererend terminalconcern uit Dubai, een van de steenrijke oliestaten in de Verenigde Arabische Emiraten, aan de rand van het Arabisch schiereiland. De kwestie werd beslecht in Londen, waar partijen de meeste van hun geschillen laten beoordelen op grond van een in hun contracten opgenomen clausule.

Je moet natuurlijk meteen denken aan de claim van zowat een miljard die ECT een jaar of wat terug bij het Havenbedrijf Rotterdam neerlegde. De haven werd uitgebreid met de Tweede Maasvlakte, wat hard nodig was om het groeiende containervervoer te accommoderen. Daar stond ook ECT wel achter, maar dit onderdeel van Hutchison moest op die nieuwe landaanwinning concurrentie dulden van onder andere DP World. Dat ging ECT aanlopen en daarmee vele miljoenen aan gemiste omzet kosten.

We kennen allemaal het verhaal: gepeperde nota’s naar het havenbestuur, dreigende rechtszaken en jaren van zinderende spanning – totdat we er opeens niets meer over hoorden. Tot een gang naar de kadi kwam het niet, want beide partijen begrepen dat ECT in deze zaak geen poot had om op te staan. In het geval DP World versus Djibouti ligt het anders. Als je contractueel exclusief voor A kiest, maar B ook binnenlaat, zit je fout. En dan komen advocaten eraan te pas, die business class naar Londen heen en weer vliegen. Dollars die Dubai net iets makkelijker op tafel kan leggen dan Djibouti.

Als ik Djibouti was, zou ik… gewoon niet betalen. Ik moet de eerste deurwaarder nog zien die de verre reis naar de rand van die andere zandbak maakt om een slordig half miljard aan dollars te incasseren. Er is in de VAE vast wel een emir te vinden die bereid is het bedragje voor zijn rekening te nemen.