De Rotterdamse havenindustrie ziet geen kans om die bijdrage binnen die termijn te halveren zonder een deel van die CO2 af te vangen en onder de grond te stoppen. Een eerdere poging om carbon capture and storage (ccs) in Rotterdam te realiseren, mislukte, zoals bekend. Na jarenlange onderhandelingen trokken de elektriciteitsproducenten Engie en Uniper zich terug uit het zogenoemde Road-project. Dat was gericht op de onderzeese opslag van ruim één miljoen ton CO2 per jaar uit hun kolencentrales op de Maasvlakte. Ze zagen ervan af wegens de hoge kosten en het vooruitzicht dat die centrales mogelijk vervroegd dicht moeten.

Castelein toonde zich bij de presentatie van de jaarcijfers eerder deze maand optimistisch dat het met de opvolger van Road, Porthos, wel gaat lukken: ‘Het ziet ernaar uit dat in 2022 of 2023 CO2 richting Noordzee gaat stromen.’ Het grote verschil van Porthos met Road is dat het project voorziet in de aanleg van openbare infrastructuur, waarop bedrijven kunnen aansluiten. Ze hoeven niet zelf te investeren in infrastructuur ‘buiten de poort’, maar moeten waarschijnlijk betalen voor het afleveren van het broeikasgas.

Hergebruik

Een ander verschil is dat Road een ccs-project was en Porthos een ccus-project. De u staat voor usage. Oftewel, de beheerder wil afgevangen CO2 ook gaan aanbieden voor hergebruik. Dat gebeurt nu al op kleine schaal in de vorm van levering aan de glastuinbouw in het Westland. Een woordvoerder van het Havenbedrijf erkent evenwel dat hergebruik waarschijnlijk beperkt zal blijven; het leeuwendeel zal onder de grond terechtkomen.

Porthos is voorlopig een project van Gasunie, Energie Beheer Nederland en het Havenbedrijf Rotterdam. Die hebben een haalbaarheidsstudie laten uitvoeren, die uitwees dat de aanleg van het netwerk technisch haalbaar is en dat het systeem ‘kosteneffectief’ is in vergelijking met andere maatregelen om CO2-uitstoot terug te dringen. Castelein schatte de investeringskosten op 400 tot 500 miljoen euro.

Subsidie

Vorige week is de verplichte milieu-effectrapportage in gang gezet, een proces dat ongeveer anderhalf jaar in beslag neemt. Het Havenbedrijf benadrukt dat voor die tijd, ergens medio 2020, in elk geval geen onomkeerbare beslissingen genomen worden. Eveneens kort geleden heeft de Europese Unie besloten om 6,5 miljoen euro subsidie voor het project uit te trekken.

Doorslaggevend daarvoor was dat er ook buiten Nederland belangstelling is om via Rotterdam CO2 in de Noordzeebodem op te slaan. Castelein noemde partijen uit de Duitse deelstaat Noordrijn-Westfalen en Antwerpen als voorbeelden. Ook de industrie-clusters Chemelot bij Geleen en in Zeeland zouden belangstelling hebben. Hij benadrukte dat Nederland een unieke positie heeft voor CO2-opslag in de Noordzeebodem door de aanwezigheid van een enorme capaciteit in uitgeproduceerde gasvelden.

Uit de haalbaarheidsstudie bleek dat de bestaande leidingstraat in het havengebied naast de A15 tussen Pernis en de Maasvlakte het meest logische tracé is voor de aanleg van een CO2-leiding. Vanaf daar kan de pijpleiding dan onder de Noordzeebodem naar een leeg gasveld worden gelegd. Daar is in principe al een locatie voor geselecteerd, de zogenoemde P18-locatie van het olie- en gasbedrijf Taqa uit Abu Dhabi, zo’n 25 kilometer uit de kust. Naar de velden in dat blok ligt zelfs al een pijpleiding, maar die is niet geschikt omdat de CO2 onder hoge druk moet worden getransporteerd om die in de zeebodem op te kunnen slaan.

Kosten

Het grootste probleem lijkt de vraag te zijn wie de kosten van CO2-opslag gaat betalen. Het uitstoten van een ton CO2 in Europa kost de industrie nu nog ongeveer twintig euro. Door de CO2 niet uit te stoten, maar op te slaan, wordt die kostenpost vermeden. Die besparing weegt echter niet op tegen de kosten van afvangen en opslaan, die op 50 à 60 euro worden geschat.

De initiatiefnemers kijken dan ook nadrukkelijk naar Den Haag voor een bijdrage om dat gat van dertig tot veertig euro per ton op te vangen. Dat is bepaald nog geen gelopen race, maar er is wel licht aan het eind van de tunnel. Minister Eric Wiebes van Economische Zaken en Klimaat heeft de Tweede Kamer recentelijk laten weten dat hij de zogenoemde SDE+-regeling wil verbreden. Uit dat enorme stimuleringsfonds zijn onder meer de subsidies voor de bouw van windparken op zee betaald.

Daarvoor was aanvankelijk zo’n achttien miljard gebudgetteerd. Daarvan blijven echter ettelijke miljarden op de plank liggen door de spectaculaire kostendaling van die windparken, die nu zelfs grotendeels zonder subsidie gebouwd blijken te kunnen worden. In een brief aan het parlement noemt Wiebes de onderzeese opslag van CO2 expliciet als een van de mogelijkheden om de SDE+-regeling te verbreden. Die bevat de nodige mitsen en maren, maar duidelijk is dat de piketpaaltjes geslagen zijn. Daarmee lijkt het Porthos-project weer een stap dichter bij realisatie te komen.