Wat speelt er?

Eind vorig jaar maakte Aegon bekend dat het wil fuseren met dochteronderneming Optas. Omdat er geen nieuwe polishouders meer bijkomen is Optas langzaam aan het ‘uitsterven’ en is het voor de bedrijfsvoering efficiënter om de kleine dochter te laten opgaan in het grotere geheel, aldus de verzekeraar.

Hoe zat het ook al weer met Aegon en Optas?

Optas is de voortzetting van het voormalige Pensioenfonds voor de Vervoer- en Havenbedrijven (PVH). Dat fonds werd in 1991 omgevormd tot een N.V., met een stichting als enige aandeelhouder.  In 2007 nam Aegon de aandelen voor 1,3 miljard euro over van de stichting, die met de opbrengst onder de naam Ammodo kunst en cultuur ging subsidiëren. Dat was zeer tegen de zin van de havenwerkers en havenwerkgevers, die vonden dat de opbrengst ten goede moest komen aan de pensioenen en daarvoor gezamenlijk in actie kwamen.

Hoe liep dat af?

De haven wist een deel van de ‘pensioenmiljoenen’ terug te halen, 688 miljoen euro om precies te zijn. Eerst door een schikking in 2010 met Ammodo, dat 500 miljoen euro terugbetaalde, en vervolgens door een schikking in 2014 met Aegon die 188 miljoen voor de havenpensioenen opleverde. Onderdeel van de afspraak met Aegon was wel dat de haven akkoord ging met de ontklemming van het beklemde vermogen van Optas: de opheffing van het wettelijke verbod om de pensioenpot van Optas anders aan te wenden dan voor pensioenen.

Waar gaat de rechtszaak van nu over?

De zaak is aangespannen door Florence Schoonderwoerd, geen havenwerker maar voorheen juridisch medewerker van PVH en Optas en als zodanig deelnemer aan het pensioenfonds. Zij meent dat door de fusie haar pensioen en dat van andere Optas-verzekerden in gevaar kan komen, inclusief de indexaties waarop zij recht zegt te hebben. In haar optiek is het vermogen van Optas, dat momenteel 2,4 miljard euro bedraagt, wel degelijk nog steeds beklemd omdat in de statuten van Optas staat dat het gebonden is aan een doelstelling: het treffen van pensioenvoorzieningen. Na een fusie komt de 2,4 miljard in het vrije vermogen van Aegon, dat geen dividendbeperking kent en dat het vermogen kan aanwenden voor uitkeringen aan de aandeelhouders.

In zijn pleidooi voor de rechtbank in Den Haag afgelopen donderdag wees de advocaat van Schoonderwoerd erop dat de solvabiliteit van Optas ‘keldert’, van een ratio van 721 procent naar de ratio van Aegon van 186 procent. Ook de huidige dekkingsgraad van Optas is met 168 procent hoger dan de 123 procent van Aegon. Oftewel: de vermogenspositie van Aegon biedt na de fusie minder waarborgen dan die van Optas nu.

Wat stelt Aegon daar tegenover?

Aegon stelt simpel dat het zijn verplichtingen tegen Schoonderwoerd kan voldoen. Zelfs als Schoonderwoerd aanspraak kan maken op een onvoorwaardelijke indexering van haar pensioen – waarover verschil van mening bestaat – lijdt het ‘geen twijfel’ dat de verzekeraar haar verplichtingen kan nakomen. Aegon is namelijk gezond en solvabel, zoals door De Nederlandsche Bank (DNB) is getoetst. Ook de onbeperkte dividenduitkering is relatief, aldus Aegon, want die mag geen afbreuk doen aan de solvabiliteit, wat ook weer door DNB wordt gecontroleerd.

Gaat het alleen om Schoonderwoerd, of spelen er bredere belangen?

Aegon gaat alleen in op het individuele geval Schoonderwoerd, omdat zij de zaak aanhangig heeft gemaakt. Volgens de verzekeraar moet de rechter eventuele andere belangen buiten beschouwing laten. Maar Schoonderwoerd zegt niet zozeer voor haar zelf op te komen, maar voor de ‘solidariteit’ tussen de Optas-verzekerden in de haven. Mocht de rechter haar in haar aanspraken volgen, dan ligt het voor de hand dat ook zij daarvan profiteren en dat Aegon voor grotere verplichtingen komt te staan.

Krijgt Schoonderwoerd steun vanuit de haven?

Niet van Niek Stam van FNV Havens, die tussen 2007 en 2014 samen met de havenwerkgevers tegen de Stichting Optas en Aegon heeft gestreden. Hij twijfelt aan het ‘realiteitsgehalte’ van deze rechtsgang. Volgens Stam staan eventuele indexatieclausules in contracten los van de afspraken in de schikking over de ontklemming van het Optas-vermogen. Hij vindt het vervelend als de rechtszaak tot de waarschijnlijk misplaatste verwachting leidt in de haven dat er boven op de deal van 688 miljoen nog meer te halen valt.

Doet FNV Havens dan niets tegen de fusie?

Het gaat erom dat Aegon zijn verplichtingen nakomt, zegt Stam, inclusief in het verleden afgegeven rendementsgaranties. De bond heeft aan de bel getrokken bij DNB (evenals Schoonderwoerd dat overigens heeft gedaan en een aantal andere verzekerden en werkgevers). Het draait om belastingregels die nu voor Optas gelden en na de fusie niet meer, waardoor er minder rendement behaald kan worden op het vermogen. Mocht Aegon bereid zijn dit negatieve effect te compenseren, dan hebben havenwerkers en werkgevers in principe geen bezwaar tegen de fusie, aldus Stam.

Wanneer is er duidelijkheid?

De rechter doet op 7 maart uitspraak, of misschien al eerder als hij voor een oordeel minder tijd nodig heeft. Daarna is er de mogelijkheid van een hoger beroep, waarin nieuwe partijen zich kunnen voegen. Ook de beslissing van DNB wordt binnen enkele weken verwacht.