Een voorspelling voor het nieuwe jaar durven we wel aan: zeker de eerste maanden zullen in het teken staan van de Brexit. Daar is al zoveel over gezegd en geschreven, dat een nieuwe bespiegeling er niet veel meer aan kan toevoegen. Behalve deze misschien: doemscenario’s, zoal brancheorganisaties die nogal eens schetsen, hebben de prettige neiging zelden uit te komen. Vrijwel altijd wordt de soep beduidend minder heet gegeten dan zij wordt opgediend.

Of dat met de Britse Alleingang ook zo zal zijn, valt gezien de politieke chaos in het Verenigd Koninkrijk onmogelijk te voorspellen. Maar toch lijkt het moeilijk voorstelbaar dat Brexiteers van de harde lijn de gevolgen van een no deal-vertrek uit de Europese Unie op hun conto durven te nemen. Want die liegen er niet om. Volgens het zwartste scenario zou de Britse economie een geweldige optater krijgen met een krimp van 8,5% en een implosie van de huizenmarkt met prijsdalingen tot 33%.

Vechtjas May

Ook de onvermoeibare vechtjas en prime minister Theresa May gokt erop dat het gezond verstand het uiteindelijk zal winnen van politiek opportunisme en een onrealistisch terugverlangen naar de tijd waarin Britannia over de golven heerste. In de loop van januari zullen we waarschijnlijk weten hoe die bal gaat rollen, als de hele zaak tenminste niet alsnog wordt uitgesteld. Want zelfs dat is nog een mogelijkheid. Een Brexit-watcher als Ko Colijn, politicoloog en hoogleraar internationale betrekkingen, is er bijvoorbeeld van overtuigd dat er nieuwe verkiezingen komen en dat de Brexit zo lang mogelijk wordt uitgesteld.

De Nederlandse havens zullen opgelucht ademhalen als Colijn gelijk krijgt. Groot-Brittannië is binnen Europa de belangrijkste maritieme bestemming. Dagelijks gaan er tientallen ferry’s, coasters, feeders, containerschepen en wat al niet meer heen en weer tussen Nederlandse en Britse havens. Met dank aan de zegeningen van de vrije Europese markt.

Het invoeren van een echte grens, met alle douaneformaliteiten van dien, tussen het VK en de rest van Europa zou daar een forse rem op zetten. En dat de Brexit, in welke vorm dan ook, een tijdlang voor chaos in de havens zal zorgen, lijkt een zekerheidje. Maar de ervaring leert ook dat op een gegeven moment de wal het schip keert en dat de situatie na verloop van tijd normaliseert.

Energietransitie

Bij veel bedrijven kunnen ze het woord inmiddels niet meer horen: energietransitie. Zo verzuchtte een bekende Rotterdamse ondernemer na het zoveelste betoog over hernieuwbare energie waarom het niet weer eens ‘gewoon ouderwets over tonnen kon gaan’.

Haven-topman Allard Castelein laat echter geen gelegenheid voorbijgaan om het belang en de impact van de overschakeling van fossiele op hernieuwbare energiebronnen te onderstrepen. Niet voor niets begon hij zijn terugblik op het afgelopen jaar op de traditionele Dag van de Haven met dit thema: de belangen voor Rotterdam zijn enorm.

Het meest voor de hand liggende voorbeeld is de kolensector. Twee kolencentrales, twee enorme overslagbedrijven (EMO en EECV) en een handvol kleinere stuwadoors zijn grotendeels afhankelijk van steenkool. Samen zijn ze goed voor enkele duizenden arbeidsplaatsen en tientallen miljoenen euro’s aan havengeld per jaar. En toch moet er een eind aan komen, want het verstoken van kolen is nu eenmaal een van de meest schadelijke economische activiteiten voor het klimaat.

Waarschijnlijk zal de kolenoverslag de komende jaren in snel tempo dalen, want zowel Frankrijk als Duitsland wil zijn kolencentrales sluiten. De Fransen willen de laatste centrale al in 2021 sluiten. De Duitse ‘Kohleausstieg’ zal echter veel langer gaan duren, mede omdat het land naarstig op zoek is naar alternatieven voor zijn kerncentrales, waarvan de laatste in 2022 dicht moet gaan.

Benzine

Voor de productie van staal is steenkool, in de vorm van cokes, onmisbaar. Hoe de overslag van de daarvoor benodigde metallurgische steenkool afgebouwd zou moeten worden, is nog een open vraag. Iets soortgelijks geldt voor de vijf Rotterdamse raffinaderijen, die jaarlijks tientallen miljoenen tonnen ruwe olie tot brandstoffen als benzine, kerosine en diesel verwerken.

Dat gebeurt in kraakinstallaties bij temperaturen tot zo’n 400 graden, die op hun beurt ook met fossiele brandstoffen gestookt worden. Ook daarvoor is eigenlijk geen alternatief. Er wordt wel gewerkt aan de ontwikkeling van elektrische verhittingssystemen, maar het gaat hoe dan ook nog jaren duren voor die beschikbaar zijn.

Het is een van de redenen dat de Rotterdamse haven blijft vasthouden aan carbon capture and storage (ccs), ofwel afvangen en ondergronds opslaan van CO2. Dit ondanks de bezwaren van de milieubeweging, die ccs ziet als een peperduur lapmiddel en CO2-uitstoot veel liever bij de bron wil aanpakken. Maar volgens het Havenbedrijf is de beoogde halvering van de CO2-uitstoot in 2030 zonder ccs ten enenmale onhaalbaar.

CO2-afvoer

De haven werkt achter de schermen al bijna een jaar hard aan het Porthos-project. Dat voorziet in de aanleg van een soort ringleiding in het havengebied, waarnaar aangesloten bedrijven hun afgevangen CO2 kunnen afvoeren.

Daarvan zou een klein beetje aan de glastuinbouw in Zuid-Holland geleverd kunnen worden, maar het leeuwendeel zou opgeslagen moeten worden in een uitgeproduceerd gasveld onder de Noordzee. Geschatte kosten: zo’n half miljard euro. In de beginfase zou het gaan om twee miljoen ton CO2 per jaar, op termijn zelfs om vijf miljoen ton. Daarmee komt de beoogde halvering van de uitstoot binnen handbereik: de havenindustrie stoot nu jaarlijks zo’n twaalf miljoen ton CO2 uit.

Het Havenbedrijf is optimistisch dat het Porthos-project het wel haalt, waar het soortgelijke Road-project ruim een jaar geleden sneuvelde nadat de stroomproducenten Uniper en Engie zich eruit terugtrokken. De havenbeheerder rekent wel op een bijdrage uit Den Haag, aangezien de regio met Porthos (de gulzigste van Dumas’ Drie musketiers) een forse bijdrage aan de landelijke CO2-opgave zou leveren. Het geld lijkt beschikbaar: de miljarden aan SDE+-gelden, die minister Eric Wiebes in zijn zak kan houden omdat de vijf geplande windparken op zee veel minder subsidie vergen dan de gebudgetteerde achttien miljard euro.

Impact

Wat dat betreft lijkt de publicatie van het onderzoeksrapport ‘Het Rotterdam Effect’ van Erasmus-onderzoekers onder leiding van haveneconoom Bart Kuipers goed getimed. Ze kwamen tot de conclusie dat de impact van de Rotterdamse haven op de Nederlandse economie twee keer zo groot is als gedacht, omdat het effect op het vestigingsklimaat tot dusverre werd onderschat.

Ruim 6% van het nationale inkomen wordt er verdiend. Dat geeft de havenbeheerder een krachtig argument in handen. Het havengebied mag dan een van de meest vervuilende regio’s van Nederland zijn, het is ook een van de meest waardevolle.

Heeft u te maken met de Brexit? Kom dan ook naar de Sessie Brexit op 27 februari 2019 in Venlo en leer alles over de verschillende scenario’s.

Lees ook de andere vooruitblikken: