Volgens Femke Brenninkmeijer, directeur energie, vracht & offshore van Havenbedrijf Amsterdam is de capaciteit op het lokale spoor ‘een stevige zorg’ voor de havensector en moet er snel actie worden ondernomen richting het verantwoordelijke ministerie in Den Haag.

‘Nu wij in de hoofdstad binnen enkele jaren aan de voorkant kunnen beschikken over de grootste zeesluis van de wereld, moeten we zorgen dat de achterdeur open blijft op het spoor’, aldus Brenninkmeijer op het drukbezochte Havendebat Amsterdam. ‘Je bent immers als haven net zo goed als je achterlandverbindingen.’

Weggedrukt

Zij riep op tot een ‘coalitie van bereidwilligen’ om middels een handtekeningenactie onder de bedrijven de aandacht te vragen van de staatssecretaris voor de problemen. Wanneer de brandbrief wordt verstuurd, kon zij nog niet zeggen.

Brenninkmeijer wees onder meer op de capaciteitsproblemen bij het Centraal Station, waar het railgoederenvervoer steeds verder wordt weggedrukt door de passagierstreinen. Tata-Steel IJmuiden, een grote afnemer van spoorvervoer naar het Duitse achterland, toonde zich onder meer bezorgd over de verbouwingen volgend jaar op het Centraal Station van Amsterdam.

Het staalbedrijf laat dagelijks zes vrachttreinen met staal rijden vanaf IJmuiden via het Centraal Station naar het Duitse achterland en Pieter van Tongeren, directeur outbound logistics van Tata Steel, vraagt zich af of er straks nog voldoende capaciteit is voor die afvoer. Op jaarbasis gaat het dan om 1,2 miljoen ton staal.

Flexibiliteit

Ook het initiatief ‘hoog frequent spoor’ van Prorail en NS betekent dat er straks minder flexibiliteit is voor de vrachttreinen van Tata Steel, aldus Van Tongeren. ‘Dat is nogal wat als je het zo stringent gaat regelen. Welke garanties hebben wij straks dan nog dat een vertraagde trein nog zal gaan rijden.’

Ook de spitssluiting voor goederentreinen maakt het volgens de logistiek manager straks ‘onmogelijk’ voor Tata Steel om bepaalde routes te bedienen. ‘Wij moeten dit nu gezamenlijk oppakken richting overheid en ProRail, want dit is slecht voor de gehele omgeving.’

Van Tongeren wijst er verder op dat Amsterdam in tegenstelling tot Rotterdam met de Betuwe-route niet beschikt over een eigen railgoederenspoorlijn. ‘Wij moeten het als haven dan ook hebben van het bestaande spoor in Nederland.’