De NBB geeft vandaag al enkele cijfers vrij, in afwachting van een meer uitgebreide publicatie over enkele maanden. De huidige cijfers zijn extrapolaties op basis van statistische technieken. De belangrijkste bijdrage aan de groei is die van het niet-maritieme cluster (+10%).

Gent

De toegevoegde waarde steeg met meer dan 10% in de metaalverwerkende nijverheid in de haven van Gent. Voor de branche “andere logistieke sectoren” tekende de NBB in Brussel zelfs een groeicijfer van circa 20% op. Deze twee aanmerkelijke groeipercentages zijn wel te danken aan een klein aantal grote internationale ondernemingen in beide havengebieden.

In Antwerpen veerde de chemische sector weer op na de terugval in 2016. De stijging in Zeebrugge gebeurde voornamelijk onder impuls van de ontwikkelingen in wegtransport, handel en energie. Oostende kende globaal gezien wel een toename in toegevoegde waarde, maar door een terugval in havenaanleg en baggerwerken boerde de maritieme cluster er achteruit. De daling in Luik is vooral te wijten aan een grote onderneming in de energiesector, die niet werd gecompenseerd door de lichte stijging in de maritieme cluster.

Werkgelegenheid

De jarenlange dalende tendens van de werkgelegenheid in de Belgische havens leek in Antwerpen, Gent en Luik te stoppen, vooral in de maritieme sectoren. De totale tewerkstelling in Zeebrugge liet eveneens een stijging zien, maar door het banenverlies in de handel bleef de tendens in de niet-maritieme cluster dalend.

Antwerpen vertoonde de meest uitgesproken tewerkstellingsgroei in de maritieme sector goederenbehandeling, maar de grootste procentuele groei deed zich voor in de sectoren goederenbehandeling, scheepsagenten en expediteurs in Gent en Luik.

Banenverlies

Brussel was de enige haven met een banenverlies (circa 10%) in de maritieme sectoren, veroorzaakt door sluiting of verhuizing van verschillende scheepsagenturen, expediteurs en de goederenbehandelaars. Het beperkte banenverlies in Oostende is voornamelijk toe te schrijven aan de publieke sector en de visserij en aan kleinere niet-maritieme sectoren.

Inzake goederenverkeer ging in 2017 alleen Oostende achteruit (-6%), vooral door de vermindering van vloeibare bulk. Het valt op dat de stijging van vloeibare bulk in Antwerpen vooral petroleumproducten en chemicaliën betreft, terwijl de terugval in de andere Vlaamse havens toe te schrijven is aan een verminderde overslag van fruitsap, voor Zeebrugge ook van LNG.