Que? Een bericht van die strekking wordt gebracht door een aantal gespecialiseerde media, waaronder OffshoreWind.biz en The Maritime Executive. Ze baseren zich op een onderzoeksrapport van de Floating Wind Joint Industry Project van onder meer de Londense LOC Group en de Carbon Trust. De laatste adviseert regeringen, ngo’s en bedrijven hoe duurzamer te worden.

Eisen

Een aantal uitkomsten van het onderzoek zijn deze week gepresenteerd op de Global Wind Summit in Hamburg. Het opzoeken van het rapport blijkt een behoorlijke toer, maar lukt uiteindelijk. Het blijkt al bijna een half jaar oud en gaat vooral in algemene termen in op de eisen waaraan een haven moet voldoen om een rol te kunnen spelen bij de bouw van drijvende offshore windparken.

De vraag dringt zich op of de onderzoekers nooit gehoord hebben van havens op het Europese vasteland, die een stevige partij meeblazen in de offshore windindustrie, zoals daar zijn Oostende, Vlissingen, Rotterdam en Eemshaven. In het rapport wordt slechts verwezen naar ‘de DTO-database’ met 96 havens in twaalf landen en is niet te vinden waarom de ene haven wel in aanmerking komt en welke niet.

Schotland

Onduidelijk is waarom Schotse, Noorse en Spaanse havens het best zouden scoren. Opmerkelijk is wel de speciale aandacht voor de Nigg Bay in Schotland. Ruimte in overvloed, een prima kade aan diep water, een groot droogdok voor ‘natte’ assemblage en havens in de buurt die een handje toe kunnen steken, noteren de onderzoekers. Is er niet een bekende Nederlandse haven, waarvan de naam met een R begint, die dat ook allemaal te bieden heeft?