Zoals te verwachten viel, maakt de reder van het schip gebruik van de mogelijkheid om zijn aansprakelijkheid te beperken. Dat is geregeld in het internationale Bunkerverdrag en zou in dit geval neerkomen op ongeveer zeventien miljoen euro. Dat is tegen het zere been van het Havenbedrijf Rotterdam en dat van havenwethouder Adriaan Visser (D66), die beiden hebben verklaard alles in het werk te stellen om de schade op de vervuiler te verhalen.

Totale kosten

Topman Allard Castelein zei bij de bekendmaking van de halfjaarcijfers op de vraag van Nieuwsblad Transport te verwachten dat de totale kosten oplopen tot zo’n tachtig miljoen euro. Hij wilde toen echter niet ingaan op de vraag in hoeverre die op de veroorzaker te verhalen zouden zijn, en beperkte zich tot de opmerking daarover in gesprek te zijn met de scheepseigenaar.

Dat blijkt echter niet de Noorse rederij Odfjell te zijn. Die exploiteert het schip weliswaar, maar huurt het van het Saoedische National Chemical Carriers (NCC), onderdeel van de National Shipping Company of Saudi Arabia. Odfjell liet eerder al weten zijn verantwoordelijkheid te nemen voor alle kosten van de schoonmaakactie ‘tot het ‘maximum van zijn wettelijke aansprakelijkheid’.

Olieresten

Het Havenbedrijf verwacht nog bijna een jaar nodig te hebben om alle olieresten te verwijderen, vooral die tussen stenen beschoeiingen. Dan zijn de definitieve kosten dus pas bekend. De schatting van Castelein had betrekking op de totale schade bij alle partijen. Dat zijn onder meer tientallen eigenaren van binnenschepen, die gereinigd moesten worden en terminals, zoals die van Odfjell, ExxonMobil en Vopak. De rekening voor het Havenbedrijf zou op een bedrag rond de dertig miljoen uitkomen.